Doelgerichte therapie bij chronische myeloïde leukemie (CML)

In de chronische fase van chronische myeloïde leukemie wordt er meestal geopteerd voor een doelgerichte behandeling met een signaalremmer. Signaalremmers grijpen gericht in op de signalen die de leukemiecel tot voortdurende deling aanzetten. Als die signalen kunnen worden geremd of weggenomen, houdt de leukemiecel op met delen en gaat ze dood.

Voor de behandeling van CML in de chronische fase zijn er op dit ogenblik vier signaalremmers beschikbaar: imatinib (merknaam Glivec), nilotinib (merknaam Tasigna), dasatinib (merknaam Sprycel) en bosutinib (merknaam Bosulif). Imatinib, nilotinib, dasatinib en bosutinib worden toegediend in tabletvorm. De meeste patiënten komen erdoor in een jarenlange remissie (dat betekent dat er geen tekens of symptomen van de ziekte zijn).

Als imatinib, nilotinib, dasatinib en bosutinib niet het verhoopte resultaat opleveren of als u geen van deze vier geneesmiddelen verdraagt, is ponatinib (merknaam Iclusig) een mogelijk alternatief.

Het is belangrijk dat u de signaalremmer trouw inneemt. Die therapie wordt normaal gezien voor onbepaalde duur voortgezet. In sommige situaties kan na jarenlange behandeling met signaalremmers de medicatie gestopt worden.

 

Bijwerkingen

Mogelijke bijwerkingen van imatinib zijn: misselijkheid, spierpijn of kramp in de spieren, vochtophoping (vooral rond de ogen en in de voeten), leverfunctiestoornissen (zelden), diarree en eczeemachtige huidafwijkingen. Deze bijwerkingen zijn meestal met eenvoudige middelen afdoende te bestrijden.

De meest voorkomende bijwerkingen van nilotinib, dasatinib en ponatinib zijn een laag gehalte aan bloedplaatjes, een laag gehalte aan witte en/of rode bloedcellen, hoofdpijn, misselijkheid, huiduitslag, jeuk, spierpijn en vermoeidheid.

Wie dasatinib inneemt, kan geconfronteerd worden met vocht achter de longen. Bij wie ponatinib inneemt, treedt er soms vochtophoping (oedeem) in de benen op.

De meest voorkomende bijwerkingen van bosutinib zijn diarree, misselijkheid, een laag gehalte aan bloedplaatjes en/of rode bloedcellen, braken, buikpijn, huiduitslag, koorts en verhoogde leverenzymwaarden.

Vraag aan uw behandelend arts wat u tegen de bijwerkingen kunt doen.