Doelgerichte therapie bij chronische lymfatische leukemie (CLL)

Naast chemotherapie wordt bij chronische lymfatische leukemie soms ook doelgerichte therapie gegeven. Dat kan een behandeling zijn met monoklonale antilichamen of met een signaalremmer.

Monoklonale antilichamen lijken op de antistoffen van ons eigen immuunsysteem (afweersysteem). Ze stimuleren het immuunsysteem om de leukemiecellen gericht aan te vallen. Deze therapie wordt ook wel antilichamentherapie of immuuntherapie genoemd.

Signaalremmers grijpen gericht in op de signalen die de leukemiecel tot voortdurende deling aanzetten. Als die signalen kunnen worden geremd of weggenomen, houdt de leukemiecel op met delen en gaat ze dood. Voor de behandeling van chronische lymfatische leukemie wordt momenteel onder andere ibrutinib (merknaam: Imbruvica) of venetoclax (merknaam: Venclyxto) gebruikt

 

Bijwerkingen

Monoklonale antilichamen kunnen verschillende bijwerkingen veroorzaken, zoals koorts en misselijkheid.

Mogelijke bijwerkingen van de signaalremmer ibrutinib zijn: diarree, misselijkheid, bloedafwijkingen, bloedingen, ontstoken slijmvliezen, spierpijn, hoofdpijn, hartritmestoornissen en huiduitslag.

Een mogelijke nevenwerking van de signaalremmer venetoclax bij de start van de behandeling is ophoping van afvalstoffen in het bloed. Daarom krijgt u in het begin een lage dosis. De dosis wordt daarna geleidelijk aan verhoogd. Verminderde afweer is een andere mogelijke bijwerking.

Vraag aan uw behandelend arts wat u tegen de bijwerkingen kunt doen.