Doelgerichte immunotherapie bij non-Hodgkinlymfomen

Door een beter inzicht in het ontstaan van bepaalde kankers is er de laatste jaren een nieuwe generatie medicijnen ontwikkeld die veel doelgerichter de kankercellen beïnvloeden (targeted therapies).

Een type van doelgerichte therapie dat vaak toegepast wordt bij volwassenen met een non-Hodgkinlymfoom is immunotherapie met monoklonale antilichamen, ook monoklonale antilichaamtherapie genoemd. Deze behandeling stimuleert de natuurlijke afweer of immuniteit om de kanker aan te vallen. 

Monoklonale antilichamen worden aangemaakt in een laboratorium en herkennen substanties op kankercellen. De monoklonale antilichamen binden zich aan de substanties en doden de cellen, blokkeren hun groei of zorgen ervoor dat ze zich niet kunnen verspreiden. Monoklonale antilichaamtherapie wordt meestal toegediend via een infuus en wordt gegeven alleen of in combinatie met chemotherapie.

Bij non-Hodgkinlymfomen wordt als monoklonale antilichaamtherapie hoofdzakelijk rituximab (merknaam MabThera) toegediend. Andere geneesmiddelen zijn obinutuzumab (Gazyvaro), alemtuzumab (MabCampath) en ibritumomab tiuxetan (Zevalin).

Bijwerkingen

De meest voorkomende klachten van rituximab zijn een grieperig gevoel (koude rillingen, koorts, hoofdpijn, spierpijn, rugpijn, gewrichtspijn en pijn op de borst) en algemene malaise. Deze bijwerkingen treden op tijdens of kort na toediening van het medicijn. Soms worden andere (giftige) stoffen gekoppeld aan de monoklonale antilichamen, en daardoor zijn er ook andere bijwerkingen mogelijk.

Meer informatie