Dirk Hermans over zijn levertransplantatie na leverkanker

Ik dank God op mijn blote knieën voor de tweede kans die ik kreeg
Dirk Hermans
Uit Leven, editie 67, juli 2015

‘Annus horribilis’, zo wilde hij eerst het boek noemen dat hij over het loodzware jaar van zijn levertransplantatie schreef. ‘Maar dat vond ik uiteindelijk te pessimistisch’, zegt communicatiedeskundige Dirk Hermans (60). ‘Humor en optimisme hebben me erdoor gesleept, ik ben altijd de grappenmaker gebleven die ik was, ook toen ik er ellendig aan toe was.’

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Ivo Hendrikx
Foto KotK/Ivo Hendrikx, Leven 67, juli 2015

‘Je speelt met vuur’, had de dokter tegen Dirk Hermans (60) gezegd. ‘Maar eigenlijk had hij gerust mogen zeggen dat ik me dood aan het drinken was’, zegt Dirk nu. Het zijn harde woorden. Communicatiedeskundige Dirk windt er geen doekjes om. Dat hij zes jaar geleden de diagnose leverkanker kreeg, had voor een stuk wellicht te maken met erfelijke aanleg, maar zijn sociale drinkgedrag zat er zeker ook voor iets tussen. Dirk was vroeger bij tal van verenigingen en organisaties. Bijna elke avond had hij een vergadering of andere sociale verplichtingen, en daar kwamen de nodige pinten bij kijken.

Op die bewuste consultatie in januari 2009 was er van leverkanker echter nog geen sprake, maar het verdict was er niet minder zwaar om. Dirks vrouw had hem naar de dokter gestuurd omdat hij zo uitgeput was. Dit kon niet gewoon een winterdip zijn, meende ze, Dirk raakte zelfs de trap niet meer op. De dokter stelde niet alleen een verhoogde polsslag en bloeddruk vast, maar ook vochtophoping in zijn buikstreek. Toen Dirk ook nog vertelde dat zijn stoelgang een zwarte kleur had, ging het linea recta naar de spoed. Dirk kreeg te horen dat hij levercirrose had, graad B weliswaar, niet dodelijk maar ook niet te genezen. Onmiddellijk stoppen met alcohol was de boodschap. Toen enkele maanden later de ziekte evolueerde naar levercirrose graad C bleek de enige mogelijke behandeling een nieuwe lever, via een levertransplantatie.

‘Dat was het begin van vijftien loodzware maanden’, vertelt Dirk. ‘Levercirrose is een silent killer: je weet wel dat je niet gezond bent, maar je voelt zeker in het begin niet dat je leven op het spel staat.

Als doodzieke ben je vooral met jezelf bezig, maar natuurlijk is de hele situatie ook voor je partner loodzwaar. Pas achteraf besefte ik dat ten volle.

Maar bij mij ging het snel bergaf. Ik had het constant kou, mijn handen bibberden de hele tijd, en ik voelde me moe, doodmoe.’ Tijdens de onderzoeken die moesten uitwijzen of hij in aanmerking kwam voor een transplantatie, bleek Dirk leverkanker te hebben ontwikkeld. Dirk: ‘Dat was de eerste keer dat ik dacht: hoe moet ik dit aan mijn vrouw vertellen? Als doodzieke ben je vooral met jezelf bezig, maar natuurlijk is de hele situatie ook voor je partner loodzwaar. Pas achteraf besefte ik dat ten volle. Gelukkig waren mijn kinderen op dat moment al het huis uit, en hebben ze mijn ziekte niet vanop de eerste rij mee moeten volgen.’

De ontdekking van de tumor betekende wrang genoeg ook goed nieuws: doordat Dirk leverkanker had, kwam hij eind december 2009 bovenaan op de wachtlijst voor transplantaties te staan.

Elke keer dat iemand me belde, dacht ik dat er een donor gevonden was. Ik werd er stapelgek van.

Daarna volgde een zenuwslopende tijd van wachten op een donorlever. ‘Elke keer dat iemand me belde, dacht ik dat het over de transplantatie ging’, vertelt Dirk. ‘Ik werd er stapelgek van.’ Uiteindelijk besliste hij een tweede gsm te kopen speciaal voor het ziekenhuis. ‘Pas toen kwam er een zekere rust over me.’

Op 10 mei 2010 kwam dan het verlossende bericht dat er een donorlever was. ‘Ik denk nog vaak terug aan dat telefoontje. Ik voelde me totaal euforisch. Ik zou het nog eens willen meemaken om bewuster bij dat moment stil te staan.’ Maar de ellende was nog niet voorbij. De transplantatie mislukte gedeeltelijk en Dirk moest opnieuw geopereerd worden. Er kwamen heel wat complicaties bij kijken, en het zag er op een bepaald moment heel slecht uit voor Dirk. ‘Ik voelde me wegglijden uit mijn lichaam.'

Foto KotK/Ivo Hendrikx, Leven 67, juli 2015

'Ik weet nog dat ik dacht: dit was het dus, hier stopt het. Ik kreeg een ongelooflijk vredig gevoel over me. Het voelde goed aan, ik was niet bang, integendeel. Maar het volgende dat ik me herinner, is dat ik wakker werd en mij down voelde. Men heeft mij toen mentaal echt moeten oppeppen.’

Vanaf toen ging het tegen alle verwachtingen in langzaam beter. Twee weken later mocht hij het ziekenhuis verlaten. Een verblijf aan zee enkele weken later versnelde zijn genezingsproces, en anderhalve maand later was Dirk alweer aan het werk in zijn communicatiebureau. ‘Ik dank God op mijn blote knieën dat ik nog leef, ik ben ontzettend blij met de tweede kans die ik gekregen heb. En ik ben mijn donor, die ik niet ken, ontzettend dankbaar. Zonder hem had ik mijn kleinzoontjes Guus en Luuk nooit gekend.

Ik ben mijn donor, die ik niet ken, ontzettend dankbaar. Zonder hem had ik mijn kleinzoontjes Guus en Luuk nooit gekend.

Natuurlijk blijf ik de gevolgen van mijn ziekte voelen. Ik moet de rest van mijn leven elke dag een hele cocktail aan pillen slikken, en heb ook nog altijd veel minder energie. Zware inspanningen leveren lukt helemaal niet meer. Maar ik luister nu veel beter naar mijn lichaam. Als ik moe ben, ga ik liggen, en nadien gaat het weer beter.’

Die lichamelijke beperkingen doen echter geen afbreuk aan zijn professionele gedrevenheid. ‘Geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt om te stoppen op mijn 65ste ‘, zegt Dirk. ‘Ik ben gepassioneerd door mijn werk, en slaag er na mijn ziekte veel beter in om stress te vermijden.’

Ook na het werk zit Dirk niet stil. Hij is leadzanger bij een rockband die hij mee oprichtte. Amper vier maanden na zijn operatie stond hij weer op het podium.

Foto KotK/Ivo Hendrikx, Leven 67, juli 2015

Daarnaast geeft hij ook lezingen over orgaandonatie, ‘want mensen weten nog altijd te weinig wat dat precies inhoudt. En ik weet uit eerste hand hoe belangrijk een donor kan zijn.’

Of de ziekte ook zijn kijk op het leven heeft veranderd? Dirk moet over die vraag niet lang nadenken. ‘Mijn relativeringsvermogen is sterk aangescherpt. Ik heb zo dicht bij de dood gestaan, dat ik niet meer bang ben om te sterven. Hét grote verschil met vroeger is dat ik nu op wolkjes leef. Ik geniet van elk moment nu.’

  • Dirk Hermans schreef twee boeken over zijn ziekte en zijn herstel: Help! Mijn Engelbewaarder is met brugpensioen (2012, ISBN 9789491220227) en Hoera! Mijn engelbewaarder is terug (2013, ISBN 9789491220364).
  • Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Orgaandonatie? Zeg ja

In ons land is iedereen na zijn overlijden een mogelijke orgaandonor, tenzij hij er zich tijdens zijn leven uitdrukkelijk heeft tegen verzet. Het blijft evenwel belangrijk dat mensen zich laten registreren als orgaandonor, omdat artsen anders met de familie van een overledene moeten spreken over orgaandonatie – en dat ligt op het moment van een overlijden soms moeilijk. Zich registreren als donor kan eenvoudig op de dienst Bevolking van uw gemeente. Op de website van de overheid vindt u alvast het registratieformulier.

 

Leverkanker versus uitzaaiingen in de lever

Een ‘primaire’ leverkanker– dit is een kanker die ontstaat uit levercellen, zoals bij Dirk Hermans – is in België zeldzaam: hij maakt ongeveer 1,3% uit van alle kankers. In de meeste van die gevallen ontstaat de leverkanker als gevolg van een chronische leverziekte. Een primaire leverkanker mag niet worden verward met uitzaaiingen in de lever die het gevolg zijn van een kanker elders in het lichaam. Een borstkanker met uitzaaiingen in de lever bijvoorbeeld, noemen we nog steeds borstkanker, en niet leverkanker.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.