Column Frieda Joris - Versie 2.0

Om eerlijk te zijn, de oude Frieda is nooit helemaal teruggekomen.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 89, december 2020

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens
Hoe groot de wetenschappelijke kennis van iemand ook mag zijn, tussen theorie en praktijk zit een kloof die bloed, zweet en tranen vergt om te overbruggen.

Hij gaat door het leven met een milde glimlach en een wat melancholische oogopslag, professor in de genetica Jean-Jacques Cassiman. De man heeft baanbrekend werk verricht waarvoor hij heel terecht eredoctoraten en onderscheidingen ontving. Maar de titel die hij er als voorzitter van Kom op tegen Kanker bij kreeg, had hij ongetwijfeld liever niet in de wacht gesleept. Want Cassiman is nu ook ‘lotgenoot’ van de kankerpatiënten voor wie hij zich al jarenlang inzet.

Eerder werd hij in Leven geïnterviewd over de longkanker die hem teisterde en het trof me hoe hij deemoedig toegaf zich pas nu langzaam bewust te worden van de grote impact die de ziekte en de behandeling op een mens hebben. Hoe groot de wetenschappelijke kennis van iemand ook mag zijn, tussen theorie en praktijk zit een kloof die bloed, zweet en tranen vergt om te overbruggen.

Als kankerpatiënt is onze voorzitter wijzer geworden en, hij zal het me vergeven want hij beseft het, ook wat dommer. ‘Het drong langzaam tot me door dat ik zelfs op het domein van mijn expertise sommige zaken niet meer zo goed wist’, bekent hij. Zijn brein vertoonde plots gaten en issues die voor hem parate kennis waren, ontsnapten hem.

Jammer maar helaas, diepgaande beschouwingen over chromosomen, polymeren en genomen hebben altijd ontbroken in mijn grijze cellen. Voor een middelmatig begaafd iemand met een doordeweeks boerenverstand zoals ik was het niet de verregaande wetenschappelijke knowhow die plots stokte. Het ging om: ‘Hoe werkt die afstandsbediening weer?’ ‘Wat was de naam van de vrouw van de bakker?’ ‘Hoe heette dat liedje van Brel?’ en: ‘Waar ligt verdorie mijn zonnebril?’.

De gaten in mijn geheugen werden stilaan weer opgevuld, zij het niet allemaal. ‘What doesn’t kill you makes you stronger’, zeggen ze. Maar helaas niet slimmer.

Dagelijks liep ik wel tegen dingen aan die ik niet meer goed wist of waar ik naar moest zoeken. In tegenstelling tot bij Cassiman waren de gevolgen voor de gemeenschap beperkt, maar voor mij persoonlijk waren ze verregaand. En ik schrok er even erg van als de professor.

De gaten in mijn geheugen werden stilaan weer opgevuld, zij het niet allemaal. ‘What doesn’t kill you makes you stronger’, zeggen ze. Maar helaas niet slimmer.

Eén ding heb ik wel bijgeleerd. Het betert met training. Voor het lichaam geldt dat, voor de geest ook. Toch zoekt de verhalenmaker die ik ben zelfs ’s nachts wel eens zwetend naar een woord of een naam die me vertrouwd waren en die ik plots niet meer vind. Het is zeldzaam geworden, maar het gebeurt. Helemaal van mijn à propos gebracht, grijp ik dan mijn smartphone van het nachtkastje, die voor verlossing en een nieuwe remslaap zorgt.

Ik troostte me vroeger met de woorden van de oncoloog. ‘Vergeet het niet, het duurt zeker een jaar vooraleer je weer de oude Frieda bent.’ Om eerlijk te zijn, die oude Frieda is nooit helemaal teruggekomen en dat is misschien maar goed ook. Ik prefereer vandaag versie 2.0 die iets vergeetachtiger is maar ook emotioneel intelligenter en milder. Ik hoop van harte, en weet bijna zeker, dat hetzelfde voor onze voorzitter geldt.

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.