Column Frieda Joris - Toby de Tumor

In penibele situaties bereik je meer met honing dan met azijn.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 86, maart 2020

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens

Ik beken, ik ben soms nogal impulsief. Ik handel meestal onmiddellijk in plaats van te wachten tot de storm is gaan liggen. Zeker bij nacht of ontij wens ik liefst geen moment nodeloos te verspillen aan gepieker en muizenissen. Stilzitten in de zetel en nadenken is dan geen optie, ik wil stante pede iets doén. Om het bloeden te stoppen en/of om erger te voorkomen.

Toen het gezwel in mijn borst werd ontdekt, reageerde mijn brein op die vertrouwde manier. Weg met die ellende, weg met dat vreemde ding dat mijn lijf en leden bedreigde.

Toen het gezwel in mijn borst werd ontdekt, reageerde mijn brein op die vertrouwde manier. Weg met die ellende, weg met dat vreemde ding dat mijn lijf en leden bedreigde en, als het moest, ook weg met die hele borst er rond. De dokter dacht er net zo over. Amper twee weken later was de boel geklaard en kon ik me, weliswaar met gehalveerde boezem, schrap zetten voor de rest van de behandeling. De netjes weggesneden tumor werd nog onderzocht en belandde daarna in het gezelschap van andere miserie in het alles verschroeiende vuur van een verbrandingsoven. Zo verging dat onkruid wel degelijk, wraak is een gerecht dat niet altijd koud wordt geserveerd.

Bij L. die dezer dagen door het vagevuur moet, ligt de zaak heel anders. Haar artsen hebben voor de behandeling van haar borstkanker een andere aanpak en volgorde gekozen. Zij krijgt eerst een lichte chemo gevolgd door een zware kuur en uiteindelijk, geruime tijd later, de operatie als kers op de taart. Ze heeft het daar, net als ik ongeduldig zijnde, moeilijk mee. Waarom? Omdat ze maandenlang verplicht wordt met de tumor te leven die ze elke morgen onder de douche met aarzelende vingers aftast. Is hij nu kleiner of juist groter geworden? Moeilijk te zeggen … Wat ze wel zeker weet is dat het koekoeksjong dat zich onderhuids heeft genesteld, zijn kansen berekent om zijn territorium te vergroten. Een bangelijke materie om bij het ochtendkrieken mee om te gaan, laat staan er zich de rest van de dag mee te verzoenen.

Het gezwel van L. heeft alleen al door dat koosnaampje alle boosaardigheid verloren.

Om haar gemoedsrust voor een stuk toch te kunnen bewaren heeft L. een ingenieuze oplossing bedacht. Ze heeft haar gezwel een naam gegeven: Toby de Tumor. Het lijkt wel de titel van een vrolijke kinderserie en net daarin zit de kracht van de vondst. Het gezwel van L. heeft alleen al door dat koosnaampje alle boosaardigheid verloren. Want remember Mega Toby die nooit met kanker af te rekenen had maar als superheld wel achter ander geboefte aan zat. Ach, je kan toch onmogelijk kwaad blijven op een ‘Toby’? Zelfs al gaat het om een profvoetballer met Alderweireld als achternaam, je verwacht alleen fair play. Die Rode Duivel heeft voor volk, voor vrijheid en voor recht de kathedraal van Antwerpen over de hele lengte van zijn rechterarm getatoeëerd: daar kan je toch ook niet serieus bij blijven? Een echte Toby dus.

Ik heb mijn oor te luisteren gelegd en blijkbaar zijn er nog mensen die hun tumor van een naam voorzien. Daan noemde hem ‘Joske’, en Joske leerde hem gezonder te leven. Een jongen die tijdens een vakantie op Costa Rica een kwaadaardige zwelling ontdekte bestempelde zijn insluiper als ‘mijn krokodilletje’ en een man met twee tumoren sprak over Barry en Larry, net als in de film Mad Max. Iets minder geslaagd vind ik, die verwijzing naar zo’n horrorprent. Je bereikt in penibele situaties immers meer met honing dan met azijn. Kijk naar Toby de Tumor die vriendelijk werd aangesproken en ondertussen verdwenen is. Oké, ik geef toe, dat was veeleer het werk van de chemo. Tiens, kunnen we daar geen grappige naam voor bedenken?

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.