Column Frieda Joris - Sorry, geen bed

Niets is erger dan machteloos te moeten wachten.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 90, april 2021

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens
'We plannen uw ingreep voorlopig over anderhalve maand. Op voorwaarde natuurlijk dat er dan plaats is.’ En precies dat laatste zinnetje was er te veel aan. Zette de poort naar de hel op een kier.

Drie dagen voor de tweede lockdown floepten thuis alle rode lichten aan. Tijdens een routinecontrole werd bij mijn echtgenoot een kleine tumor aan de nier gevonden. ‘Een kwaadaardig gezwelletje’, zei de dokter eufemistisch, gewoon om de appel iets minder zuur voor te stellen. Kanker dus, vertaalden wij, als ervaren verstaanders horen we de feiten zoals ze zijn. Die feiten boden, hoe schokkend ook, toch perspectief. Het ging om een niet-uitgezaaide, goed ingekapselde tumor. Het euvel kon weggesneden worden, bestraling en chemo waren niet nodig en de nier zou wel wat kleiner worden maar kon behouden blijven. Best case scenario dus, oef. Het kwade bleek aardiger dan gevreesd, we hadden het vroeger al ingrijpender leren kennen. Zij het in totaal verschillende omstandigheden.

Want de dokter was nog niet uitgepraat. ‘Normaal gesproken zouden we u onmiddellijk opereren, maar dat is onmogelijk’, opperde hij. ‘We hebben door corona geen bedden vrij op intensieve, enkel de heel dringende operaties worden nog uitgevoerd. Uw ingreep moet dus wachten. We plannen die voorlopig over anderhalve maand. Op voorwaarde natuurlijk dat er dan wel plaats is.’ En precies dat laatste zinnetje was er te veel aan. Zette de poort naar de hel op een kier.

Een kankervonnis hadden we twintig jaar geleden al overleefd. De perspectieven voor mijn borstkanker waren toen minder goed maar er was een strijdplan dat onmiddellijk in werking trad. Operatie, behandelingen, pillen, infusen. Afspraken om erger te voorkomen en het vooruitzicht op een reconstructie: we klampten er ons aan vast. De tijd sjokte voort met een welgevulde agenda. Een pijnlijk programma, daar niet van. Maar we konden iets doén om het lot te verschalken terwijl nu … Niks is erger dan machteloos te moeten toekijken. Nagelbijtend wachten terwijl je beseft dat de klok tikt en de kanker de mogelijkheid krijgt om meer schade aan te richten.

Niemand heeft wellicht de coronacijfers nauwlettender gevolgd dan wij en al die weken dat de curves bleven stijgen, zonk de moed ons meer en meer in de schoenen. De besmettingen, ziekenhuisopnames en doden spookten rond in ons huis tot de positiviteitsratio van Sciensano eindelijk positief nieuws bracht. De dag dat nieuwsanker Steven Van Gucht met een aarzelende lach in zijn mondhoeken een stagnatie, ja, zelfs een daling van het aantal patiënten kon aankondigen, bekeken mijn man en ik mekaar met groeiende hoop en gekruiste vingers. Zou het?

De rust in huis en hoofd is weergekeerd, al trilt de schok nog een beetje na. Van de ene dag op de andere stond ons bestaan weer op de helling en dat hadden we niet ingecalculeerd.

Twee ochtenden later, drie weken voor de geplande ingreep, belde het ziekenhuis. ‘Mijnheer, we hebben een bed voor u. Overmorgen wordt u geopereerd.’ Eindelijk, het draaiboek om de kanker te verschalken kon uitgevoerd worden. Gedaan met wachten, schietgebedjes en slapeloze nachten. We hebben er prompt een glas op gedronken, in de hoop dat ‘het kwaadaardige gezwelletje’ zich ook aan de lockdown had gehouden en niet op wandel was getrokken. Het onding bleek gezagsgetrouw en kon netjes verwijderd worden. Eind goed al goed.

De rust in huis en hoofd is weergekeerd, al trilt de schok nog een beetje na. Van de ene dag op de andere stond ons bestaan weer op de helling en dat hadden we niet ingecalculeerd. ‘Het kan verkeren’ schreef Bredero meer dan vierhonderd jaar geleden. We zullen niet de enigen zijn die door de pandemie aan de wijze woorden van de manisch-depressieve auteur denken.

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.