Column Frieda Joris - Nietzsche is dood

In tijden van chemo smaken zowel ratatouille als liefde anders
Frieda Joris, journaliste
Uit Leven, editie 81, januari 2019

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens

De ratatouille staat op het vuur te pruttelen in een klassieker van de Franse keuken, een Le Creuset-pot. Een loodzware verpakking met in dit geval een lichte inhoud. Allebei typisch Frans zou je denken en onze zuiderburen willen dat bij voorkeur ook zo in hun vaandel houden. En toch, die cocotte staat dichter bij ons bed dan je zou denken. Ze is zowat honderd jaar geleden door twee Belgen bedacht. Door Armand Desaegher, specialist in gietijzer, en door Octave Aubecq, een expert in email toen dat woord nog 'laklaag' betekende. Soit, voor dit verhaal doet afkomst in feite niet ter zake.

Het momentum waarover ik het hier wil hebben situeert zich in de periode kort na mijn tweede chemo. De kaalslag had zich al voltrokken en mijn energie was niet meer wat het geweest was. Manlief ging in de tegenaanval en maakte mijn lievelingskost klaar om me 'weer op krachten' te brengen. Met zuiderse groenten, kruiden uit de tuin, een geheim ingrediënt en een prikkelend bestanddeel dat altijd smaakte naar meer: liefde.

Manlief ging in de tegenaanval en maakte na de tweede chemo mijn lievelingskost klaar om me 'weer op krachten' te brengen

Echtelijke tederheid én liefde voor de kunst van het koken: geen heerlijker combinatie te bedenken. Noodzakelijk denk ik ook om zoals hij zelfs de tomaten te ontvellen en de pepers en de ajuin in flinterdunne stukjes te hakken. Ik krijg er de tranen van in de ogen als ik er aan denk, ook zonder boven de snijplank te hangen. Want hoe graag ik ook eet, ik ben zelf niet zo'n schitterende kok. Bij mij moet het vooruit gaan, zie je, terwijl mijn wederhelft met veel geduld wonderen verricht. 

Zoet, zuur, zout en die vijfde smaak, umami: het zat allemaal in dat ene potje. Alleen de bitterheid ontbrak, een smaak die ik zeker op dat moment kon missen als kiespijn. Ik drentelde wat rond in de keuken en lichtte als naar gewoonte het deksel van de pan. 

De damp drong diep in mijn haarloze neusgaten en de stoom kroop onder mijn pruik maar … Ik rook niks. Waar was het heerlijke aroma van dat stoofpotje?

Ik ademde diep in en besefte op slag dat er iets grondig fout was. De damp drong diep in mijn haarloze neusgaten en de stoom kroop onder mijn pruik maar … ik rook niks. Waar was het heerlijke aroma van dat stoofpotje dat in normale tijden mijn zinnen zo kon prikkelen? 

Ik was even helemaal van slag maar liet vooral niks merken. Straks aan tafel zal het beteren, dacht ik. Als ik dat heerlijke goedje op mijn tong zal ronddraaien kan ik ten volle genieten van het hele smaakpalet. 

Tja, dat was zonder de omstandigheden gerekend. Toen ik eindelijk vol verwachting mijn eerste hap naar binnen werkte bleek dat ik niet alleen niks meer rook, maar ook niets meer proefde. Het was een pijnlijke vaststelling dat in tijden van chemo zowel ratatouille als liefde anders smaken. De smulpaap die ik ben bleef op zijn honger zitten en ik kon niet anders dan mijn man op de hoogte brengen en … ontgoochelen. Al die moeite voor niets.

En dan viel mijn oog op de katoenen zak van de boekenwinkel met een opschrift dat ze aan Woody Allen te danken hadden. 'God is dood. Nietzsche is dood. En ik voel me ook niet zo lekker.' Ik barstte onverwacht in een schaterlach uit. Van het natafelen heb ik toen wel genoten.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.