Column Frieda Joris - Ik wil deze nacht in de straten verdwalen

Eens de zon onder, werd het moeilijker om licht in de duisternis te blijven zien.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 87, juli 2020

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens
Mijn gedachte is gewaagd, maar wie al met kanker geconfronteerd is geweest, heeft een stapje voor in deze moeilijke coronatijden.

Ik durf het geen twee keer zeggen want mijn gedachte is gewaagd, maar bij deze toch eenmaal. Wie al met kanker geconfronteerd is geweest, heeft een stapje voor in deze moeilijke coronatijden. Hij of zij heeft al ervaren hoe het voelt als de grond onder je voeten wegzakt en leerde noodgedwongen omgaan met angst. Kankerpatiënten en hun naasten hebben methodes ontwikkeld om om te gaan met donkere gedachten. Met vallen en opstaan want je mag dan nog zo’n bolleboos zijn, geen enkele overlevingsstrategie is waterdicht.

Overdag probeer je bezig te blijven en gaat dat niet fysiek, dan tracht je alvast mentaal de knop om te draaien. Zelfhulpboeken raden je aan te praten, te bewegen, goed en gezond te eten, de ellende van je af te schrijven of een cursus mindfulness te volgen. Lukt dat niet dan kunnen boeken, puzzels, foto’s en films de troost van de schoonheid bieden.

Ik heb veel van die raadgevingen uitgeprobeerd en stelde vast dat de ene bliksemafleider voor mij beter werkte dan de andere. Toch raakte ik zelfs de meest naargeestige dagen redelijk goedgemutst door, ook al omdat ik van nature een optimist ben. Maar eens de zon onder, werd het moeilijker om licht in de duisternis te blijven zien. Dan lagen er nachtmerries op de loer die soms met verwoestende kracht door mijn ingeslapen brein galoppeerden. Ze verziekten niet alleen mijn nachtelijke rust maar jaagden me ook de dag erna nog een aantal uren de stuipen door het lijf. Dat kon zo niet blijven, ik moést er iets op vinden.

En eureka, ik ben erin geslaagd voor mezelf een systeem te ontwikkelen om ze op de vlucht te jagen. Mijn gouden tip las ik op Facebook, een veel gedeeld bericht met wijze woorden van Godfried Bomans: ‘De kunst van het leven is thuis te zijn alsof men op reis is’. Heel geschikt credo voor een plots onderbroken bestaan dat tussen vier muren naar afleiding snakt.

Neem als je naar bed gaat een stad die je kent in gedachten en slenter door Parijs, Blankenberge of Rotterdam.

Sedertdien ga ik ‘s nachts op reis. Als ik onder de wol kruip, reconstrueer ik de route die ik jaren geleden in Milaan voor mijn werk volgde. Ik vertrek in mijn hotel in de Via Camillo Finocchiaro Aprile, zo’n half uurtje van de Dom verwijderd. Ik steek de tramsporen van de Piazza della Repubblica over, wandel richting Piazza Cavour en geef mijn ogen de kost. Rechts de koffiebar met ristretto’s waar mijn haar rechtop van ging staan. Links de zaak in binnenhuisinrichting met Fornasetti-borden en behangpapier, veel te duur voor mijn portemonnee. Ik stap de Via Monte Napoleone in, het walhalla van de mode waar genoeg stof is om dromen van te maken. Maar meestal raak ik niet eens zo ver. Nog voor ik de hoek om ben, lig ik al in diepe slaap verzonken. Beetje zonde vind ik dat soms als ik bij het krieken van de dag wakker word. Want ik had best nog eens door de Galleria Vittorio Emanuele II willen flaneren en op de mozaïekvloer drie keer met de hakken over de ingelegde stier willen draaien want dat brengt geluk.

Al haal ik dan tijdens mijn nachtelijke omzwerving de uitgang en het zicht op de Scala nooit, toch bereik ik mijn doel want ik sudder urenlang voort in een ontspannen en aangename sfeer. Een remslaap op een roze wolk, ik kan het iedereen aanbevelen. Neem dus als je naar bed gaat een stad die je kent in gedachten en slenter door Parijs, Blankenberge of Rotterdam. Of door Antwerpen waar wijlen Wannes Van de Velde zijn dromen waarmaakte en zong: ‘Ik wil deze nacht in de straten verdwalen. De klank van de stad maakt mijn ziel amoureus’. Ik ben het helemaal met hem eens.

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.