Column Frieda Joris - Het schaamtelijke schortje

Het hemdje is de boosdoener die alles weer naar boven haalt.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 91, juli 2021

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens

‘Wilt u zich uitkleden en het ziekenhuishemdje aantrekken?’ De vriendelijke maar kordate verpleegkundige hangt het onding aan het kapstokje, wacht niet op een antwoord en sluit de deur van de kleedkamer zorgvuldig. Ik ben even van mijn à propos want voor het routineonderzoek dat ik moet ondergaan, dacht ik dat mijn eigen proper ondergoed zou volstaan. Niet dus, ik denk er liever niet verder over na.

Ik kleed me uit tot op mijn blote vel, trek het murw gewassen schortje aan en onderga een gedaanteverwisseling die ingrijpender is dan ik ooit had kunnen vermoeden. Die ellendige lap katoen kruipt zodanig onder mijn huid dat hij me het recht ontneemt om mezelf te zijn. ‘Je bent wat je draagt’, zeggen gehaaide modemerken. En ik weet ineens wat ik nu ben. Beklagenswaardig. Minder mens dan toen ik vanmorgen in mijn auto stapte.

Ik word even weer die schim. Die kankerpatiënt die twintig jaar geleden het onvermijdelijke zonder hoorbaar protest leerde ondergaan.

Ik word even weer die schim. Die kankerpatiënt die twintig jaar geleden het onvermijdelijke zonder hoorbaar protest leerde ondergaan. Wreed tegen mijn goesting overigens, elke vezel van mijn lichaam verzette zich en schreeuwde ‘neen, hier hoor ik niet thuis’. Maar van buitenaf zag je niks aan mij, ik gaf geen kik. Ik besefte immers heel goed dat de mensen die me in dit vagevuur bijstonden, het beste met me voorhadden. Dat ze me automatisch ook beroofden van een eigen wil, was maar een verwaarloosbaar neveneffect uit een eindeloos lange bijsluiter.

Het hemdje van vandaag is de boosdoener die alles weer naar boven haalt. Ik weet dat het onzinnig is, deze controle is niets meer dan een voorzorgsmaatregel die de overheid aanbeveelt, te vergelijken met de jaarlijkse keuring van mijn auto. Het geprik en gezoem doen me niks. Maar mezelf in de spiegel tegenkomen met dat schortje …

Ik zie weer die scène voor me op de radiografie toen ik als groentje mijn plaats zocht in het ziekenhuis. Nog maar een paar uur opgenomen droeg ik, wegens niet vertrouwd met de plaatselijke gebruiken, een modieus mantelpakje. In die wachtruimte vol internen viel ik lelijk uit de toon. Mijn lotgenoten droegen kamerjassen of joggingbroeken, kledij die toen nog niet als ‘casual chic’ gold. Er was één man die nog meer buitenboord viel dan ik. Hij zat in een rolstoel met zo’n ziekenhuisschortje dat veel te smal was en achteraan niet sloot. De sukkelaar zweette van schaamte en iedereen deed moeite om hem vooral niét te bekijken. Ik deed alsof ik me verdiepte in een tijdschrift maar de letters dansten voor mijn ogen en ik dacht maar één ding. Waarom kon men die man niks deftigers aantrekken?

Ik besef dat de verpleging geen tijd wil verliezen aan mouwen opstropen of knopen lospeuteren, maar vandaag is er een betere oplossing voorhanden dan de barbaarse klederdracht van toen. Enkele jaren geleden heeft een firma de Henry van de Velde-award gewonnen voor bloesjes, broeken en pyjama’s die voorzien zijn van openingen voor drains. Met drukknoppen die in één ruk losgemaakt kunnen worden volgens het beproefde systeem van de kruippakjes voor baby’s. Ziekenhuiskledij die sober en mooi is en de patiënt in zijn waardigheid laat. Begrijp je dat ik dat schaamtelijke hemdje meer dan ooit verafschuw? Het is een misdaad tegen de menselijkheid en zit véél nader dan de rok.

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.