Column Frieda Joris - Foert

Ik nam me voor het na mijn heropstanding beter aan te pakken.
Frieda Joris
Uit Leven, editie 96, oktober 2022

Frieda Joris, journalist en auteur, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens

Kanker doet veel meer dan een mens alleen met angst opzadelen. Iedereen reageert natuurlijk op zijn manier, maar niet zelden maakt zo’n ernstige ziekte komaf met veel spoken uit het verleden.

Al een paar weken flitsen de woorden van Sophie Lauwers door mijn brein. In een interview sprak de ondertussen overleden directrice van kunstencentrum Bozar over de borstkanker die haar teisterde en de persoonlijkheidsverandering die dat bij haar teweeg had gebracht. Een drastische persoonlijkheidsverbetering, daar kwam het in feite op neer.

‘Voor ik kanker kreeg, twijfelde ik aan alles. Ik excuseerde me zelfs voor mijn aanwezigheid’, zei Sophie. ‘Ik was voortdurend bang domme dingen te zeggen maar zodra de diagnose was gesteld, zei ik bij mezelf: “What the fuck!”, en op slag was ik bevrijd. 

Niet zelden maakt een ernstige ziekte komaf met veel spoken uit het verleden

Ik trok me niets meer aan van wat de mensen over me zeiden. Ik had niets meer te verliezen, waarom zou ik me nog zorgen maken? Ik werd ongeduldig, besefte dat ik nog goesting had en dat je, ook als je ziek bent, nog een leven hebt.’

In het begin, vlak na het verdict, is er uiteraard chaos. Een staat van voortdurende belegering, slingerend tussen hoop en wanhoop. Hoe lang die verwarring bij mij exact duurde, heb ik uit mijn geheugen gewist. Ik herinner me wel mijn verbazing omdat ik redelijk snel bij machte was kalm te reageren op alle mokerslagen. Ik lag in bed in het ziekenhuis en ergens, heel diep in mijn binnenste, was ik zelfs tevreden dat ik voor één keer niets moést. Alsof ik jarenlang bezig was met een steen de berg op te duwen en er eindelijk iemand me tegenhield en zei: ‘Stop, tot hier en niet verder’.

Wat probeerde ik te bewijzen? Wat was ik aan het doen? Wie was ik, waar stond ik en hoe moest dat verder? 

Ik kreeg een nieuwe start ondanks en dankzij die verdomde kanker

Vragen die ik me misschien beter tevoren al had gesteld, maar nu was er onverwacht de ruimte voor. Ik besefte wel dat ik een zondagskind was, omringd met liefde. Ik kreeg massa’s steun, had een job die ik graag deed en wou dat allemaal niet kwijt. Mijn conclusie was even simpel als hoogmoedig. ‘Ik moét hierdoor, ik wil mijn leven van vroeger terug.’

Ik lag daar dan ogenschijnlijk als een willoze homp vlees die onder het mes moest, maar er ontwaakte een soort van oerkracht die angst en hoop verzoende. Ik zou het na mijn heropstanding allemaal wel beter aanpakken. Met meer aandacht voor de geliefden rond mij in plaats van iedereen te willen pleasen. Die steen moest en zou lichter worden en dat kon alleen als ik mijn innerlijke computer resette.

Ze zijn niet te tellen, de patiënten die hun tweede leven een totaal andere wending gaven. Ik ken lotgenoten die hun job of hun huwelijk aan de wilgen hingen en van nul opnieuw begonnen. Die plots het reizen ontdekten of van stad naar platteland verhuisden. Sophie kreeg zo’n tweede kans helaas maar even, ik had meer geluk. Ik kreeg een nieuwe start ondanks en dankzij die verdomde kanker. En of ik mijn goede voornemens allemaal heb waargemaakt? Slechts gedeeltelijk, maar daar ga ik nu niet over kankeren.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.