Column Frieda Joris - Een heel klein beetje kanker

Soms zijn de angsten erger dan de realiteit
Frieda Joris, journaliste
Uit Leven, editie 64, oktober 2014

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Chemo of niet, dat is een onderscheid dat we geen van allen maken. Alsof je maar een heel klein beetje kanker kan hebben.

'Ik heb geen chemo gehad, ik hoor er maar een beetje bij', zegt ze bedeesd en ik weet even niet wat te antwoorden. N. had - 'slechts' zegt ze zelf - een goed ingekapselde tumor. Hij werd samen met haar borst verwijderd waarna voor alle zekerheid nog een reeks bestralingen volgde. Ziekmakende cocktails, infusen of chemopillen zijn haar bespaard gebleven en ze vindt dat ze haar plaats maar half verdient tussen ons, oud-strijders die het volledige kankerprogramma doorworstelden.

Gek want chemo of niet, dat is een onderscheid dat we geen van allen maken. Alsof je maar een heel klein beetje kanker kan hebben. Even onzinnig als, om het met iets vrolijks te vergelijken, een heel klein beetje zwanger zijn.

Want wat is het ergste aan leven met de grote K? De angst dat die woekerende cellen je bestaan vroeg of laat wegvreten. Een angst waar mijn lieve vriendin N. ook mee geconfronteerd wordt en moet mee leren leven. Net zoals met controles, piekerdagen en onverhoedse nachtmerries.

Bij piekerdagen kan je de knop in je hoofd omdraaien. Het vergt wat oefening maar eens de techniek onder de knie, heb je er je verdere leven plezier van.

Bij piekerdagen kan je de knop in je hoofd omdraaien. Zet je de juiste muziek op, bel je naar vrolijke zielen, stort je je op een chocolademousse of lees je een thriller. Het vergt wat oefening maar eens de techniek onder de knie, heb je er je verdere leven plezier van. Want ook te gebruiken op andere lastige momenten. Bij boze bazen, frustrerende files of echtelijke ruzies bijvoorbeeld. Knop om en je bent één en al oor voor het gefluit van de vogels rondom. Zen om de levenskwaliteit niet te laten vergallen, ook al is het maar voor de duur van een uitbarsting.

Lukt allemaal als je bij de pinken bent, maar vooral die nachtmerries komen en gaan en houden zich niet aan regels. Ach, al die bewuste of onbewuste angsten, een mens zou er benauwd voor moeten zijn. Soms zijn ze erger dan de realiteit. Malcolm Gladwell schreef in The New Yorker over mensen die de trein hebben gemist en mensen die vrezen dat ze de trein zullen missen. Diegenen die de trein effectief misten pasten zich aan en namen gewoon de volgende. Diegenen die vreesden de trein te missen, wisten wel zeker dat ze dat niet te boven zouden komen en nooit hun bestemming zouden bereiken.

Angst eet de ziel op, terwijl de mens die effectief geconfronteerd wordt met ellende wel sluipwegen ontdekt.

Ik ben nooit bang geweest om kanker te krijgen, ik ging er eenvoudigweg van uit dat mij dat nooit zou overkomen. Dom, weet ik achteraf, maar ik heb gelukkig nooit in onverdachte tijden met die schrik moeten leven. Angst eet de ziel op, terwijl de mens die effectief geconfronteerd wordt met ellende wel sluipwegen ontdekt en, hoe moeilijk ook, manieren vindt om ermee om te gaan.

Voor Charles Darwin was het simpel. Twee eeuwen geleden stelde hij al vast dat het niet de sterkste is die overleeft, noch de snelste of de meest intelligente maar wel diegene die zich het best kan aanpassen. Zouden kameleons ook kanker krijgen?

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.