Column Frieda Joris - Aangebrand

Waar is de tijd dat ik bij een alarmerend krantenbericht onbezorgd kon ontbijten?
Frieda Joris, journaliste
Uit Leven, editie 79, juli 2018

Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, kreeg in het najaar van 2000 borstkanker. Ze schrijft voor Leven vier keer per jaar deze column.

Auteur: Frieda Joris - Fotograaf: Filip Claessens

Een verwittigd man is er twee waard zeggen ze. Een verwittigde vrouw drie. En ik durf te wedden meer als je zoals ik al een paar keer tegen de lamp bent gelopen. Dat helpt om nooit meer te vergeten en bij momenten op eieren te lopen.

Ik las ze vroeger ook, die onheilstijdingen. Zo van 'Met 37.000 nieuwe gevallen per jaar is huidkanker de meest voorkomende en snelst stijgende vorm van kanker in ons land'. Wat erg, dacht ik dan. Ik sopte mijn boterham troostend in de warme eierdooier en hapte de lichte wrevel met smaak en een beetje zout weg. Er floepten geen rode lampen aan, er vlamde toen niet eens een miezerig kerstlichtje op. Ik, een doorsnee-huidtype 3 met laag risico, maakte me geen zorgen. Nog voor ik de bladzijde omgedraaid had, was ik die massaal oprukkende huidkankers al vergeten. Onwetendheid is de moeder der hoogmoed zei Erasmus terecht.

Want ik was dom en hoogmoedig om me veilig te voelen in dat hokje van 'donkerharigen die niet snel verbranden'. Hokjesdenken is sowieso af te raden, net als jezelf als onkwetsbaar achten. Mijn wijsheid is er helaas maar met de jaren gekomen.

Onvermijdelijk kruipt de onzekerheid onderhuids, baant zich er langzaam een weg en blijft soms de hele dag steken.

Ach waar is de tijd dat me, myself and I bij zo'n alarmerend krantenbericht onbezorgd kon ontbijten? Het lijkt vandaag een eeuwigheid geleden maar in werkelijkheid is het nog maar twee jaar dat ik heel anders op dat nieuws reageer. Het keerpunt was de ontdekking van een eerste kwaadaardige vlekje op mijn voorhoofd. Ik liet het wegsnijden en dacht dat ik de zaak voor altijd kon vergeten, maar dat was zonder rekening te houden met de aard van het beestje. Want medisch gezien mocht daarmee de kous af zijn maar zo'n artikel, zelfs geperst tussen wereldrampen als Trump en Poetin in, legt de wonde nu elke keer weer bloot. Onvermijdelijk kruipt de onzekerheid onderhuids, baant zich er langzaam een weg en blijft soms de hele dag steken.

En weet je wat me dan nog het meeste dwars zit? Dat die woekerende stippel mijn eigen schuld was. Mea culpa. Mea maxima culpa. Ik heb gezondigd want ik hield van de zon. Met een boek en een glas in de tuin, konijn, kippen, schildpad en poezen rond mijn stoel: dit was en is mijn interpretatie van het paradijs.

Als het even kan, zit ik nog altijd in mijn tuin te midden van die beestenboel, maar nu rijkelijk geolied met zonbescherming factor 50 en een hoed.

Zo mogelijk in badpak en met een zwembad erbij, een luxe die voorbehouden was voor vakantiemomenten. Ik ben veel op reis geweest, ook op plaatsen dichtbij de evenaar waar bleekscheten niet thuishoren. Meestal met zonnecrème en strooien hoed, maar soms ook niet. Mij kon toch niets overkomen? En ik had toch vitamine D vandoen?

Ik ben dus domweg in de val gelopen die ik zelf gespannen heb. Elke morgen word ik eraan herinnerd als ik in de spiegel kijk, het litteken was en insmeer met sunblock. Geen drama, er zijn ergere dingen dan die kleine schandvlek. Ik heb al lang geleerd de bluts met de buil te aanvaarden, maar ergens neem ik mezelf toch kwalijk dat ik niet vooruitziender was.

Als het even kan, zit ik nog altijd in mijn tuin te midden van die beestenboel, maar nu rijkelijk geolied met zonbescherming factor 50 en een hoed. De ezel en de steen weet je wel. En als ik rood aanloop, heeft dat veeleer te maken met wat ik lees dan met het lichtelijk verschroeien van mijn vel. Als er hier nog iets aanbrandt, is het het vlees op de barbecue. Of de soep natuurlijk.

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.