Column Bart van Eldert - Nooit meer maandag

Elke dag zo vroeg opstaan als werkende mensen, is voor mij ongezond.
Bart van Eldert
Uit Leven, editie 86, maart 2020

Bart van Eldert (°Amsterdam, 1966) werkte als verslaggever en columnist voor het Algemeen Dagblad en schreef samen met Danielle Pinedo het brievenboek Beter worden is niet voor watjes. Hij heeft leukemie. Zijn vrouw is behandeld voor borstkanker. Ze hebben twee kinderen.

Als zieke journalist was ik die twee dingen tegelijk: ziek en journalist. Elke dag een beetje het nieuws bijhouden. Elke dag een beetje niet doodgaan. Dat lukte wel. Beter worden en werken niet. Nu ben ik chronisch ziek. Twee woorden voor één ding tegelijk. Niet meer het nieuws, niet meer het lachen met collega’s, zelfs niet meer dat betwetertje in vergaderingen. Mijn dagen zijn leeg. ’s Avonds ben ik thuis de stilte aan tafel. Nooit meer maandag: hoe doe je dat?

Mijn dagen zijn leeg. ’s Avonds ben ik thuis de stilte aan tafel. Nooit meer maandag: hoe doe je dat?

Ik heb nog genoeg om handen, hoor. Duizeligheid, pijn, vermoeidheid, tintelende vingers. Meestal te veel om op te noemen en altijd te veel om naar te luisteren. Ook omdat ik dan weer eens niet te genieten ben.

Elke dag net zo vroeg opstaan als werkende mensen, is voor mij ongezond. Maar deze maandag sta ik eerder op. Met de wekker in de hand, denk ik terug aan een reportage waarin ik mensen naar hun geluk vroeg. In een Porschegarage vertelde de verkoper mij zijn droom: stond de wekker maar altijd op 9.10. Dan zou elke eerste gedachte bij zijn snelle Porsche 910 zijn. Deze maandag gaat mijn wekker af om 9.09. Net iets eerder. In mijn race naar nieuw geluk heb ik veel te winnen.

Om 9.09 zoemt er nog dik honderd kilometer file. Om 9.09 lopen de eerste vergaderzalen vol. Voor het eerst werk ook ik aan een nieuwe week. Mijn arts had het aangezwengeld. Iets met bewegen, desnoods met een hond, altijd beter dan iets met een neerwaartse spiraal. Maar vooral was het mijn jongste die mij met de levenslust van de tiener injecteerde: ‘Pap, nu jij je twintig jaar te vroeg een oude man voelt, zie je leven dan als extra vroeg gepensioneerd genieten.’

Mijn arts had het aangezwengeld. Iets met bewegen, desnoods met een hond, altijd beter dan iets met een neerwaartse spiraal.

Wat is werken anders dan genieten van dingen die je niet kunt doen als gepensioneerde? Het omgekeerde is ook waar. Deze journalist kon nooit op maandagochtend langs de rivier bij zijn dorp wandelen. Hij moest net als al die anderen in de file naar de vergaderzaal. Deze patiënt loopt nu – niet als al die anderen – door doordeweeks lekker leegstaande bossen. Ik lach als drie hertjes mij onwennig aankijken: moet die niet werken? Eenmaal thuis komen Beethoven en Borges op ziekenbezoek. Ik kan alles een beetje. Alleen verveling lukt me niet meer. Mijn dagen zijn vol. Ik ben ziek én ik geniet chronisch. Ik ben weer twee dingen tegelijk. Nooit meer maandag. Zo doe je dat.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.