Column Bart van Eldert – Confituur

De mensen denken dat niet doodgaan hetzelfde is als gewoon doorgaan met leven.
Bart van Eldert
Uit Leven, editie 91, juli 2021

Bart van Eldert (°Amsterdam, 1966) werkte vroeger als verslaggever en columnist voor het Algemeen Dagblad en schreef samen met Danielle Pinedo het brievenboek Beter worden is niet voor watjes. Hij heeft leukemie en kan door zijn ziekte niet meer werken. Zijn vrouw is behandeld voor borstkanker. Ze hebben twee kinderen.

Auteur: Bart van Eldert - Fotograaf: ID / Koen Verheijden

Beter worden, het blijkt een rámp. In mijn toch al kleine wereld is het stiller dan ooit. De mensen denken dat niet doodgaan hetzelfde is als gewoon doorgaan met leven. Dat beter worden bij mij net zoiets is als het gips dat eraf mag van een op de wintersport gebroken been. Komt vanzelf wel weer goed. En dus krijg ik geen zinnen verzettende raambezoekjes meer, geen wandelverzoeken, geen lieve telefoontjes.

In mijn eerste verziekte jaren ging ik na het ziekenhuis vaak langs mijn moeder die er tenslotte vlakbij woont. Dan zat ze klaar met een kopje thee en een luisterend oor, zoals eerder na een beenmergpunctie of nog veel eerder na een moeilijk proefwerk. ‘En hoe wás het nou, en wat zei de dokter precies?’ Tegenwoordig is het van: ‘O, heb je weer een afspraak?’ Nou, zij ook. Diepgaande telefoongesprekken met de leesclub en zelfs wandelafspraken met andere überfitte bejaarden. En verder gaat iedereen gewoon door met overwerken, buiten bewegen, weekendjes weg en ergens anders zoomend op ziekenbezoek. Hallo, is daar iemand? Het doet nog steeds zeer, hoor! 

Steeds een stukje sterker. Er is geen mooier doel voor lichaam en geest. Voor chronisch zieken blijft het deels wensdenken maar je hebt tenminste iets om op te mikken.

Deze gang van gevaarlijk ziek naar chronisch ziek, van aandacht naar stilte, heeft lang zeer gedaan. Ik moest mijzelf overeind zetten en de deur uit duwen. Maar moest ik nog wel ergens heen? Werken, sporten, spontaan een weekendje weg, dat kan niet meer.

Het helpt me om terug te denken aan toen ik net door deze ziekte was geveld. ’s Avonds aan het bed van de jongste kreeg ik steeds die kinderlijke hoop verstopt in een verzoek: ‘Knijp eens in mijn vinger, zo hard als je kunt.’ Op een keer zei hij: ‘Je bent best een stukje sterker dan een tijdje geleden.’

Steeds een stukje sterker. Er is geen mooier doel voor lichaam en geest. Voor chronisch zieken blijft het deels wensdenken maar je hebt tenminste iets om op te mikken. We knokken niet tegen kanker. Beter worden door beter in balans te blijven met de weinige energie die je elke dag hebt: dat is het echte gevecht. Ik heb niet meer het hardlopen uit mijn gezonde leven, wel elke dag een wandeling. Geen veelvuldige bezoekjes maar wel mooi contact. En ja, ik maak hele dagen niets mee. Dan houd ik mij stil.

Ik smeer mijn energie uit over de week als confituur op een boterham. Het ligt er niet dik op maar zo geniet ik wel met smaak van elke dag.

 

Uw reactie op deze column is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.