Chirurgie bij leverkanker

Een operatie is bij leverkanker alleen mogelijk als de ziekte zich in een vroeg stadium bevindt en als de lever nog goed werkt. Een operatie is niet mogelijk als er in beide kwabben van de lever een tumor zit of als de tumor te dicht bij belangrijke organen of bloedvaten zit.

Tijdens een operatie verwijdert de chirurg de delen of segmenten van de lever waar de tumor(en) zit(ten). Deze operatie heet een partiële hepatectomie. Na die ingreep groeit de lever in enkele weken tijd weer aan, op voorwaarde dat het overgebleven deel van de lever gezond en groot genoeg is.

Verwacht de arts dat het overgebleven deel van de lever te klein zal zijn? Dan is het soms mogelijk om twee operaties uit te voeren. Dan wordt eerst één deel van de lever geopereerd, waarna de lever kan aangroeien. Vervolgens wordt het andere deel van de lever geopereerd.

Complicaties en risico’s

Een deel van de lever wegsnijden is een ingrijpende operatie. Overmatig bloeden is het voornaamste risico. De lever regelt normaal de bloedstolling; elke schade die toegebracht is aan de lever, voor of tijdens de operatie, kan het bloeden doen toenemen.

Een (tijdelijk) verslechteren van de leverfunctie (ook leverfalen genoemd) is een andere mogelijke complicatie van leverchirurgie, vooral bij patiënten van wie de leverwerking niet optimaal is door een chronische leverziekte.

In de eerste dagen tot weken na de operatie kunt u pijn in en om het operatielitteken hebben. Andere mogelijke problemen die zich kunnen voordien bij zo’n ingrijpende operatie zijn bijvoorbeeld een longontsteking, bloedklonters en infecties.