Chirurgie bij eierstokkanker

Bij eierstokkanker wordt meestal chirurgie toegepast. Heel vaak volgt na de operatie een nabehandeling met chemotherapie en doelgerichte therapie of wordt de operatie uitgevoerd halverwege de chemotherapiereeks (meestal na twee maanden).

Bij eierstokkanker verwijdert de gynaecoloog de volledige baarmoeder, de beide eierstokken, de eileiders en de grote inwendige vetschort. Vaak dienen ook de lymfeklieren in het bekken en langs de grote slagader verwijderd te worden. Als de ziekte zich door de hele buikholte heeft uitgebreid, neemt de gynaecoloog daar zo veel mogelijk tumorweefsel weg. Is de tumor doorgegroeid naar de darmen, dan kan de gynaecoloog het nodig vinden ook een deel van de darmen weg te nemen. Vaak moet ook het buikvlies en soms een stuk van het middenrif verwijderd worden. Dit soort operatie wordt een ‘debulking’ genoemd.

Als de ziekte zich in het beginstadium bevindt en de patiënte een kinderwens heeft, bekijkt de gynaecoloog of hij de operatie kan beperken tot het weghalen van één eierstok, één eileider en de grote inwendige vetschort.

Bijwerkingen

Vrouwen die nog niet in de menopauze waren, komen door de operatie vervroegd in die menopauze (behalve als één eierstok kan blijven zitten). Dat kan de volgende klachten veroorzaken: opvliegers, een drogere vagina, stemmingswisselingen, nachtelijk zweten, een verminderd libido... Praat erover met uw gynaecoloog, hij of zij kan u vertellen of de fysieke veranderingen blijvend zijn of wat eraan te doen is. Zowel hormonen als beschermers van het beendergestel kunnen nuttig zijn.

Meer informatie