Borstchirurge Ann Smeets werd zelf patiënte

‘Ik doe mijn job nu nog liever dan vroeger’
Ann Smeets
Uit Leven, editie 83, juli 2019

Haar professionele leven staat in het teken van de strijd tegen borstkanker. Maar dat ze ooit zelf zo dicht met de ziekte in aanraking zou komen, had borstchirurge Ann Smeets (47) nooit kunnen vermoeden. Intussen is ze weer aan de slag in het Multidisciplinair Borstcentrum in UZ Leuven campus Gasthuisberg, als arts en sinds haar borstamputatie ook als ervaringsdeskundige.

Auteur: Ann Adé - Fotograaf: Joost Joossen
Foto Kom op tegen Kanker/Joost Joossen

‘Sinds mijn veertigste laat ik om de twee jaar een controle-mammografie uitvoeren’, vertelt Ann Smeets. ‘Die maandagochtend in september 2016 was het weer zover, maar deze keer merkte de radioloog iets op in mijn linkerborst. Zij voerde een punctie uit. “Voor de zekerheid, het zal wel allemaal niets zijn”, probeerde zij me gerust te stellen. Maar ik had meteen het gevoel dat er iets aan de hand was. Die avond hadden we toevallig met het hele team een afscheidsetentje voor ons diensthoofd, professor Marie-Rose Christiaens, ook oprichtster van ons borstcentrum. Alleen zij, ik en de radioloog wisten van het onderzoek. Ik was er die avond met mijn gedachten niet helemaal bij.’

Arts en patiënt

Enkele dagen later kreeg Ann bevestiging dat het inderdaad om een tumor ging: een zogenaamd borstcarcinoom in situ, een tumor die zich in een voorstadium van kanker bevindt en nog niet kan uitzaaien.

Foto Kom op tegen Kanker/Joost Joossen

‘Op de drie plaatsen in mijn borst waar ze een punctie hadden uitgevoerd, hadden ze aangetast weefsel gevonden. Omdat ik de materie goed ken, wist ik meteen wat de volgende stap was. Ik kwam niet in aanmerking voor een borstsparende operatie omdat het letsel te groot was. Ik zou dus een borstamputatie moeten ondergaan. Toen dat tot mij doordrong, voelde ik dat ik iemand nodig had die het mij uit handen nam. Tot op dat moment was ik arts en patiënt tegelijk, en dat ging toen niet meer. Ik kon niet meer coherent nadenken. Alles wat je op zo’n moment denkt en zegt, slaat nergens op. Ik had echt iemand nodig die me als patiënt behandelde.’

Net als bij alle andere patiënten werd het voor Ann een verhaal dat in stapjes binnenkomt. ‘Het is altijd wachten op onderzoeksresultaten en vervolgens samen met het medische team nadenken en kijken wat mogelijk is. Je kunt vooraf nooit met zekerheid zeggen wat er allemaal vasthangt aan de prognose, de behandeling, de nabehandeling.’

Slapeloze nacht

Anns linkerborst werd weggenomen. In eerste instantie wilde ze geen borstreconstructie. ‘Een reconstructie, zeker indien met eigen weefsel, is een veel zwaardere operatie die veel langer duurt, wat ook tot gevolg heeft dat je op een wachtlijst van verschillende weken terechtkomt.

Als ik er nog maar dacht om weer te beginnen werken, sloeg ik in paniek. Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit weer aan de andere kant van de tafel zou staan

Je blijft zeker zeven uur onder narcose, je hebt meer littekens, ook op je buik, en de revalidatie is langer.’ Een lange avond en slapeloze nacht piekeren later kwam ze op haar besluit terug: ‘Ik had liggen nadenken: zonder die reconstructie zou ik allerlei oplossingen moeten zoeken voor mijn kledij, en zou gaan zwemmen met de kinderen ook ingewikkelder worden. Uiteindelijk ben ik er toch voor gegaan, en ik ben blij met het resultaat.’

Omdat het bij haar ging om een tumor die nog niet kon uitzaaien, had Ann geen nabehandeling nodig. Na zes weken thuisrevalidatie begon ze zich fysiek dan ook al beter te voelen. Maar haar mentale herstel vergde meer tijd: als ze er nog maar dacht om weer te beginnen werken, sloeg ze in paniek. ‘Ik kon me niet voorstellen dat ik ooit weer aan de andere kant van de tafel zou staan. Een paar vriendinnen raadden me aan om eens aan een andere carrière te beginnen denken. Gek genoeg hielp dat me net om tot het besluit te komen dat borstchirurgie nog altijd mijn passie was. Ik heb hier ooit voor gekozen omdat ik graag opereer en omdat ik graag het hele traject ga met de patiënte, van de diagnose tot de genezing.

Foto Kom op tegen Kanker/Joost Joossen

Er zijn niet zoveel takken in de chirurgie waarbij je patiënten zo lang blijft opvolgen, van “ik voel iets in mijn borst” tot de operatie en de controles nadien. Het daagde me stilaan: ik moest gewoon weer aan de slag. Wat ook hielp, was dat mijn man op een bepaald moment zei: “Blijf alsjeblief niet thuis, want dan worden we hier allemaal gek.” (lacht)

Attente collega’s

Op het werk werd Ann na drie maanden revalidatie met open armen ontvangen. ‘Mijn diensthoofd had haar pensioen uitgesteld om mijn afwezigheid op te vangen en ze had mijn collega’s gebriefd over mijn terugkeer. Ze mochten alleen zeggen dat ze blij waren dat ik terug was, maar niet vragen hoe het met me was. Dat was voor mij een goeie zaak, want anders was ik zeker in tranen uitgebarsten. Achter mijn rug waren er nog allerlei andere fijne dingen geregeld. Bij mijn privéraadplegingen kreeg ik bijvoorbeeld hulp van een prima assistent, die me wat werk uit handen nam. Iedereen was attent en probeerde het me zo makkelijk mogelijk te maken. Ik kon ook vier vijfden werken. Die dag thuis gaf me rust en liet me toe de kinderen van school te halen en met hen bezig te zijn. Dat maakt dat het allemaal gelukt is, ik voelde me gedragen door mijn collega’s.’

Heeft de ziekte van haar een andere dokter gemaakt? ‘Niet echt’, zegt Ann. ‘Maar op sommige specifieke vragen kan ik wel gerichter antwoorden. Met name de gevoelloosheid van een stuk van je lichaam als gevolg van de operatie heeft een grote impact, maar daar wordt normaal niet over gepraat tijdens de behandeling omdat dat als een minder belangrijk nevenaspect beschouwd wordt. Ik doe dat wel, omdat ik uit eigen ervaring weet hoe het voelt.’ Meteen aan de patiënten vertellen dat ze zelf een borstamputatie onderging, doet Ann niet. ‘De mensen komen niet voor mijn probleem, maar voor dat van hen. Maar als ze weten dat dat ik het ook heb gehad – door mijn deelname aan het tv-programma Topdokters of uit andere interviews waarin ik erover vertelde – en ze stellen er vragen over, dan ga ik er wel op in.’

Kinderen voelen dat er iets aan de hand is. Je zegt beter rechtuit waar het op staat

Meteen naar de kern

Open communiceren, dat deed Ann ook met haar kinderen. ‘Kinderen verstaan de kunst om meteen naar de kern te gaan. Ze vroegen me op de vrouw af of ik ging genezen of zou doodgaan. Ik heb meteen gezegd dat ik ziek was, maar dat we er iets aan gingen doen. Het heeft geen zin om rond de pot te draaien, kinderen voelen toch dat er iets aan de hand is. Je zegt beter rechtuit waar het op staat. Ze kunnen dan ook beter loslaten, en hun gewone leventje weer oppikken en verder spelen. Ze vonden het overigens ook wel een voordeel dat ik drie maanden thuis zou zijn. (lacht)

Foto Kom op tegen Kanker/Joost Joossen

Nog iets waarvan ze nu uit eigen ervaring weet hoe belangrijk het is: je borsten laten checken. ‘Ik word kwaad als ik ergens lees dat borstkankerscreenings overbodig zijn. In België neemt 60 tot 65 procent van de vrouwen tussen de 50 en 69 jaar deel aan de tweejaarlijkse mammografieën, wat niet slecht is. Maar het is me te doen om de groep die twijfelt, die zulke artikels gebruikt als reden om er niet naartoe te gaan. Ik ben daar als borstchirurge gevoelig voor, ik zie elke dag waarom screening nuttig is.’

‘Ik ben heel blij dat ik mijn loopbaan heb kunnen hervatten. Met het borstcentrum zijn we volop nieuwe trajecten aan het uitwerken om patiënten nog beter te helpen. We voeren onderzoek naar immunotherapie bij borstkanker, we willen een traject uittekenen om patiënten met erfelijke tumoren beter op te volgen … Ik doe mijn job nu nog liever dan vroeger. Ik ben nog geen enkele dag tegen mijn zin gaan werken.’

Borstkankerscreening

De Vlaamse overheid raadt vrouwen van 50-69 jaar aan om elke twee jaar deel te nemen aan het (gratis) bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Lees hier meer over het bevolkingsonderzoek en de leeftijdsgrenzen.

Meer lezen

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.