Boezemvriendinnen Els en Anita leerden elkaar kennen in het ziekenhuis

Veel plezier gehad tijdens onze behandeling
Els en Anita
Uit Leven, editie 61, januari 2014

Bij Els Decroos (47) en Anita Van Osselaer (61) is het woord ‘boezemvriendschap’ voor een keer dubbel op zijn plaats: de dames leerden elkaar kennen tijdens hun chemokuur voor borstkanker, zijn sindsdien onafscheidelijk en steunen elkaar door dik en dun. ‘Op een dag belde Els me om te zeggen dat ze wilde stoppen met haar behandeling. “Dan stop ik ook”, zei ik. En we zijn doorgegaan.’

Auteur: Annelies Dewaele - Fotograaf: An Nelissen

Els: ‘Zonder Anita had ik vast een paar keer mijn chemo afgebeld’

Els, foto An Nelissen

Ze werd nu bijna een jaar geleden geopereerd, borstsparend. Volgde chemotherapie, bestralingen ook. Nu krijgt ze nog een behandeling met Herceptin, een doelgericht medicijn. ‘Anita gaat mee. Soms zit ze al te wachten, voor ik er ben. De dokters moeten er om lachen, dat het bezoek eerder arriveert dan de patiënt.’

‘Anita was een soort lotsbestemming. Het klikte meteen. Van bij die eerste gezamenlijke chemobeurt wisselden we al telefoonnummers uit. Zodra de dokters door hadden dat we elkaar graag hadden en opbeurden, mochten we altijd samen aan het infuus. Gedurende de hele behandeling hebben we elkaar gesteund, niet enkel door aanwezig te zijn bij elkaars therapie, maar ook mentaal. Op een dag zag ik de behandeling niet meer zitten. Ik belde Anita op. “Dan stop ik ook”, zei ze. En dus zijn we doorgegaan. Ik ben er zeker van dat ik zonder Anita een paar keer mijn chemobehandelingen had afgebeld.’

‘We vullen elkaar goed aan. Zo had Anita enorme moeite met haar haarverlies. Ze wilde absoluut een pruik. Zelf had ik daar geen behoefte aan, ik droeg een muts. Toen Anita’s pruik er af mocht, ging ik mee naar de kapper. Daar lieten we meteen haar korte kopje kleuren.’

‘Anita is ouder, dus heeft ze meer levenservaring. Daardoor heeft ze me dingen geleerd. Vroeger droeg ik altijd donkere kleren, zwart. Nu draag ik meer kleur. Ze leerde me ook dat ik soms hulp moet vragen, daar geen angst voor hoef te hebben. Dat ik geen bijsluiters moet lezen, met die opsommingen van al die bijwerkingen. En hoe ik mijn kinderen moet loslaten. Op een dag was ik somber omdat mijn zoon liefdesverdriet had. Anita vertelde me toen een verhaal over haar kinderen, een moeilijk verhaal. Zo werd ik weer opgetild. Onze band overstijgt de ziekte.’

Gedurende de behandeling hebben we elkaar gesteund, mentaal en door aanwezig te zijn bij elkaars therapie.
Els

Humor is ook een constante. ‘We hebben veel plezier gehad tijdens onze behandeling. Soms moesten we zo hard en veel en luid lachen, dat we de deur van onze kamer moesten sluiten. De dokters vonden het leuk dat we zo goed opschoten, het verpleegkundig personeel reageerde sceptischer. Ze vroegen zich af hoe het met ons verder moet als een van ons beiden het niet haalt, we zijn zo aan elkaar gehecht.’

‘Soms komt dan ook het sarcasme wat boven. Zo had ik onlangs in een gezelschap Melo Cakes meegebracht. ‘Ik had er beter al een stuk af gebeten’, merkte ik op. Mensen kunnen dat soort zwarte humor niet altijd goed plaatsen. Anita wel. Humor is onze manier om de ziekte te verwerken.’

‘En ja, vaak is er ook verdriet. Of angst. We willen en kunnen niet alles weglachen. Hervallen, daar denk je wel eens aan. Soms denk je dat je het niet zou kunnen, een tweede keer door die hel. Maar als je ervoor staat, vecht je wellicht weer. Dat is dan makkelijker met een lotgenote aan je zijde.’

Anita: ‘Els is een stukje van mezelf geworden’

Anita, foto An Nelissen

Anita onderging een borstamputatie en uiteindelijk ook een chemokuur. Met haar amputatie kan ze lachen: ‘Als ik nu naar de mammografie ga, is het aan halve prijs’.

Lastiger had ze het met haarverlies. ‘Ik wilde niet dat iedereen me als kankerpatiënt zag.’

‘Els en ik vertellen elkaar onze diepste zielenroerselen, zelfs dingen die we tegen onze echtgenoten niet zouden zeggen. Uiteindelijk kan je toch het beste over je ziekte en de gevolgen ervan praten met iemand die het ook allemaal heeft meegemaakt. We hebben zelfs elkaars littekens gezien. Met mijn man praat ik minder over mijn ziekte dan met Els. Vrouwen begrijpen elkaar hierin beter.’

‘In feite zijn we een beetje yin en yang, er is een speciale energie. Zo kwam er tijdens de donkerste dagen ’s nachts een sms van Els, die had dan net de mijne gekruist. Merkwaardig, toch? Als we elkaar een paar dagen niet horen, bellen we. En er is niet alleen onze ziekte, we maken parallel andere dingen mee: Els verloor in de afgelopen periode ook haar moeder, mijn vader ligt nu in het ziekenhuis. Dan is het fijn om een zielsmaatje als Els te hebben.’

‘Ik ben de positieve, Els kan soms wel eens ter plekke blijven trappelen en dan geef ik haar een duwtje. Maar zij helpt me er soms evengoed door, bijvoorbeeld door mee te gaan naar de kapper toen ik mijn pruik mocht afdoen en mijn echte haar er weer doorkwam. Ook heeft ze een trauma van mij blootgelegd. Omdat mijn moeder ooit in de narcose bleef, heb ik schrik voor algemene verdoving. Daarom wil ik ook geen borstreconstructie. Els wees me op de oorzaak van die angst. Maar we zijn geen drama queens. Als er verdriet is, zullen we veeleer elkaar proberen op te beuren met wat humor.’

Met mijn man praat ik minder over mijn ziekte dan met Els. Vrouwen begrijpen elkaar hierin beter.
Anita

‘Ook niet onbelangrijk: we zijn elkaars externe geheugen, bijvoorbeeld als we het juiste woord niet meer vinden – het gebeurt vaker dan vroeger. Soms weet ik ook beter dan Els wanneer zij haar therapie heeft dan zij zelf. Zij heeft me dan weer geleerd, een agenda te gebruiken. Ik heb er nu zo eentje van Pink Ribbon.’

Hoe zou het voor haar zijn, mocht Els het niet halen? ‘We kunnen ook andere mensen die dicht bij ons staan verliezen, toch? Onze man, onze kinderen, andere familie. Op een dag zaten Els en ik samen in de auto. ‘Is dat nu voor het leven, deze vriendschap?’, vroegen we ons af. ‘Ja, voor het leven’, bevestigden we. Het heeft geen zin om stil te staan bij een mogelijk verlies. Wat we gehad hebben, hebben we gehad.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Waarnaartoe met uw pruik?

Uit de vriendschap van Els en Anita groeide ‘Dress Your Head’. ‘Dress Your Head’ zamelt pruiken, sjaals, mutsen en hoofddoekjes in en verdeelt ze opnieuw onder patiënten die het financieel moeilijk hebben.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.