Darmkanker ontwikkelt zich langzaam. In het begin hebben mensen met dikkedarmkanker geen klachten, waardoor de ziekte vaak pas laat ontdekt wordt. Het Vlaams bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker is bedoeld om bij mensen tussen 51 en 74 jaar dikkedarmkanker op te sporen, nog voor er klachten zijn.

Illustratie van een darmpoliep

Het duurt gemiddeld tot 10 jaar vooraleer een poliep (een uitstulping in de wand van de dikke darm) zich ontwikkelt tot een kwaadaardig gezwel. Het voordeel is dat dikkedarmkanker daardoor in veel gevallen vroeg, of zelfs vooraleer het om kanker gaat, opgespoord kan worden. Als de kanker in een vroeg stadium wordt ontdekt, dan is de kans op een succesvolle behandeling veel groter.

Elk jaar krijgen meer dan 5000 Vlamingen te horen dat ze dikkedarmkanker hebben. Elk jaar sterven er in Vlaanderen ongeveer 1750 mensen aan deze ziekte. Voor vrouwen is het de tweede en voor mannen de derde meest voorkomende kanker. Bedoeling van het bevolkingsonderzoek is de sterfte aan dikkedarmkanker in Vlaanderen aanzienlijk te doen dalen.

Het risico op dikkedarmkanker stijgt sterk vanaf 50 jaar. Ongeveer 90 van de 100 gevallen van dikkedarmkanker komen voor bij personen ouder dan 50 jaar.

Daarom organiseert de Vlaamse overheid het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker voor alle mannen en vrouwen van 51 tot en met 74 jaar. Ze krijgen om de twee jaar een uitnodiging met een afnameset om een staal van hun stoelgang te nemen. Dit onderzoek is gratis. Aanvankelijk liep het bevolkingsonderzoek enkel bij 56- tot 74-jarigen, maar dat werd stelselmatig uitgebreid: sinds januari 2019 krijgen ook de 51- en 52-jarigen een uitnodiging om deel te nemen en vanaf januari 2020 worden ook de 50-jarigen worden uitgenodigd. Daarmee volgt Vlaanderen vanaf 2020 de Europese richtlijnen.

Deelname aan het bevolkingsonderzoek is niet verplicht. U kiest zelf of u deelneemt of niet.

 

Wat zijn de voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker?

Het onderzoek heeft, zoals elk medisch onderzoek, voor- en nadelen. Experts gaan ervan uit dat voor de doelgroep van 51 tot en met 74 jaar de voordelen groter zijn dan de nadelen.

Voordelen

  • Met de test hoopt men poliepen of dikkedarmkanker in een vroeg stadium (wanneer u er zelf nog niets van merkt) op te sporen en zo de kansen op een succesvolle behandeling te verhogen.
  • De afnameset om een staal te nemen en het onderzoek in het lab zijn gratis.
  • De staalname is eenvoudig en u kunt dit thuis zelf doen.
  • Het duurt maximaal 14 kalenderdagen voordat u en uw (huis)arts het resultaat van het onderzoek ontvangen.
  • Het bevolkingsonderzoek geeft de garantie dat de kwaliteit van het onderzoek sterk bewaakt wordt en dat alle resultaten worden opgevolgd.

Nadelen

  • Een onderzoek biedt nooit volledige zekerheid. De resultaten van het onderzoek zijn nooit helemaal zeker. Het kan zijn dat er sporen van bloed te vinden zijn, zonder dat er iets aan de hand is (vals alarm dus). Of andersom: het kan zijn dat er geen bloed in het staal te vinden is en dat er toch poliepen zijn of later dikkedarmkanker wordt vastgesteld.
  • Sommige mensen vinden het vervelend om een staal van hun stoelgang te nemen en dit om de twee jaar te herhalen.
  • Wachten op het resultaat van de stoelgangtest kan voor spanning en onrust zorgen.
  • Als het resultaat van het onderzoek positief is (ongeveer 5 op de 100 mensen), wordt u doorverwezen voor een kijkonderzoek van de dikke darm of coloscopie. Wachten op de resultaten van dat onderzoek, kan opnieuw voor spanning zorgen. Pas dan weet u zeker of u dikkedarmkanker hebt of niet.
  • Het kijkonderzoek houdt risico’s in. Bij een coloscopie kunnen complicaties optreden. Een bloeding komt voor bij 2 op de 1000 coloscopieën. Een darmperforatie komt voor bij 5 tot 10 op de 10.000 coloscopieën. Meestal kunnen deze complicaties ter plekke worden behandeld door de arts die de coloscopie doet, maar soms is er een operatie nodig.

Hoe deelnemen aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker?

Als u tussen 51 en 74 jaar bent, ontvangt u om de twee jaar een uitnodiging van het Centrum voor Kankeropsporing.

De uitnodiging bevat een folder met informatie, een afnameset met gebruiksaanwijzing om een staal van uw stoelgang te nemen, een antwoordformulier en een speciale envelop om het staal terug te sturen naar het lab. U neemt thuis een staal van de stoelgang met de bijgeleverde afnameset. Deze afnameset bevat een test die in de stoelgang bloed opspoort dat met het blote oog niet te zien is. Dat bloed kan wijzen op de aanwezigheid van poliepen of op dikkedarmkanker.

In het lab onderzoekt men het staal. Binnen 14 kalenderdagen krijgen u en uw (huis)arts het resultaat. Lees hier meer over wat er gebeurt met de resultaten van de opsporingstest.

De hele doelgroep van 51 tot en met 74 jaar wordt niet gelijktijdig uitgenodigd, maar gefaseerd op basis van het geboortejaar. Behoort u tot de doelgroep van het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker en wilt u weten wanneer u een uitnodiging zult ontvangen, dan kunt u daarvoor terecht op de website van het bevolkingonderzoek naar dikkedarmkanker. U kunt op die webpagina uw geboortejaar invullen en u krijgt meteen te lezen wanneer u in aanmerking komt voor deelname.

Wat gebeurt er met de resultaten van de opsporingstest?

Als de opsporingstest negatief is - dat wil zeggen dat er geen bloed wordt aangetroffen in de stoelgang - dan kunt u gewoon twee jaar later weer deelnemen aan het Vlaams bevolkingsonderzoek. Wordt er wel bloed gevonden in uw stoelgangsstaal, dan wordt u doorverwezen voor een vervolgonderzoek: een coloscopie. Een coloscopie is een kijkonderzoek van de dikke darm. Dit onderzoek gebeurt in het ziekenhuis en duurt een twintig minuten. Een gastro-enteroloog bekijkt de binnenkant van de dikke darm met een lange soepele slang waarop een camera is gemonteerd. Zo kan de dikke darm bekeken worden op bloedingen, poliepen, ontstekingen en gezwellen. Tijdens dit onderzoek kan er weefsel (biopsies) worden weggenomen voor verder microscopisch onderzoek. Ook kunnen tijdens het onderzoek vastgestelde poliepen indien mogelijk verwijderd worden. Een coloscopie kan onder verdoving. Uw huisarts kan u verwijzen naar een gastro-enteroloog die het onderzoek zal uitvoeren of u kunt ook zelf een afspraak maken bij de specialist.

Wanneer neemt u niet deel aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker?

In de volgende gevallen neemt u niet deel aan het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker:

  • Als u nu dikkedarmkanker hebt of in de afgelopen 10 jaar gehad hebt.
  • Als u de afgelopen twee jaar uw stoelgang al liet onderzoeken.
  • Als u de afgelopen tien jaar een kijkonderzoek (volledige coloscopie) van de dikke darm liet doen.
  • Als u bloed ziet in uw stoelgang of andere klachten hebt die kunnen wijzen op poliepen. Raadpleeg dan eerst uw huisarts.
  • Als u volgens uw huisarts een verhoogd risico hebt op dikkedarmkanker.
  • Als één of meerdere van uw ouders, broers, zussen of kinderen dikkedarmkanker heeft of gehad heeft. Raadpleeg dan eerst uw huisarts.

Meer informatie over het bevolkingsonderzoek naar dikkedarmkanker