Behandelingen oppervlakkige blaaskanker: blaasspoelingen

Bij een blaasspoeling wordt door middel van een blaassonde een medicijn in de blaas gebracht. Het type, de duur en de frequentie van de spoelingen hangen af van het individuele risicoprofiel van de patiënt.

Bij blaasspoelingen kunnen twee soorten medicijnen gebruikt worden: medicijnen die de kankercellen vernietigen of de groei ervan remmen (chemotherapie) of medicijnen die de natuurlijke afweer of immuniteit stimuleren om de kankercellen aan te vallen (immunotherapie). Onder deze laatste groep valt bijvoorbeeld BCG (Bacillus Calmette-Guérin). De blaas reageert op BCG met een krachtige afweerreactie. Deze leidt tot de vernietiging van de abnormale cellen.

Bijwerkingen

Bij een blaasspoeling circuleren de medicijnen niet door het hele lichaam, waardoor de kans op ongewenste neveneffecten vrij klein is. Wel kunnen er plaatselijke bijwerkingen optreden zoals bloed in de urine of pijn bij het plassen.