Behandeling van schildklierkanker met schildklierhormoontabletten

Na afloop van de behandeling met radioactief jodium krijgen de meeste patiënten schildklierhormoontabletten in pilvorm voorgeschreven. Als de volledige schildklier is weggenomen, worden er altijd schildklierhormonen toegediend.

Enerzijds remmen schildklierhormoontabletten de groei van achtergebleven kankercellen af doordat ze TSH onderdrukken (zie behandeling met radioactief jodium). Anderzijds vervangen ze het schildklierhormoon thyroxine dat door de operatie niet meer geproduceerd wordt.

Bijwerkingen

Thyroxine in tabletvorm heeft dezelfde werking als het schildklierhormoon dat in natuurlijke vorm in het lichaam voorkomt en veroorzaakt geen bijwerkingen. Wel moet goed op de dosering gelet worden: te veel schildklierhormoon kan leiden tot gewichtsverlies, een zweterig gevoel, een versnelde hartslag, pijn aan de borst, krampen en diarree. Te weinig schildklierhormoon kan leiden tot gewichtstoename, een koud en moe gevoel, een droge huid en droog haar. Ondervindt u een van bovenstaande klachten, praat er dan over met uw arts zodat hij indien nodig de dosis kan bijsturen. Dit gebeurt echter altijd op basis van de bekomen bloedresultaten, niet van de hierboven vermelde klachten.