Auteur Pieter Aspe over de laatste maanden van zijn Bernadette

Thuis blijven tot het einde was de beste beslissing
Pieter Aspe
Uit Leven, editie 74, april 2017

Ze woont nog op de deurbel, ze woont in zijn hart. In een al te wrede zomer moest Vlaanderens grootste misdaadauteur afscheid nemen van zijn geliefde, zijn muze, zijn Bernadette. Amper 53 was ze toen ze stierf aan longkanker. Voetje voor voetje schuifelt Pieter Aspe (63) op weg naar ‘een’ toekomst.

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche

‘Ik ga nooit naar het kerkhof. Nooit. Ze zit hier (tikt met de vinger op het hart). Fysieke nabijheid bij haar urne is onbelangrijk. Wat doe je daar dan? Praten tegen een steen? Emotioneel worden? Emotioneel ben ik thuis ook. (Wijst naar een van de stoelen rond de eettafel) Op die stoel ligt een handtas. Haar handtas. (Pinkt een traan weg) Alles zit er nog in.’

‘Eind juni waren we uitgenodigd op het huwelijksfeest van een familielid bij Bordeaux. Bernadette had last van hoest. Wij zijn allebei rokers. Tja, dan heb je al eens een hoest. Je staat daar niet bij stil. Daags voor ons vertrek zakte Bernadette door de benen door een enorme aanval van rugpijn. De huisarts gaf haar een inspuiting. En tegen die hardnekkige hoest schreef hij een vijfdaagse kuur met antibiotica voor. Na vijf dagen keerden we terug uit Bordeaux. Maar de hoest was helemaal niet weg. In het ziekenhuis werd longonderzoek gedaan. (Zwijgt even) We hadden niets zien aankomen. Helemaal niets. Toen kwam dat doodvonnis.’

‘De huisarts aan de telefoon, ik neem op. Al bij zijn eerste woorden besefte ik: het is voorbij. Bernadette las het af van mijn gezicht. Ik ben beginnen te huilen. Toen wist zij het ook. Een agressieve, uitgezaaide longkanker. Die was ook verantwoordelijk voor de pijn in haar rug. Er zaten tumoren in de ruggengraat. Dat was 1 juli. Bernadette had geen maanden meer te leven. Hooguit mochten we op enkele weken rekenen. 2017 halen was een utopie.’

‘Eén nacht heeft Bernadette in het ziekenhuis verbleven. Eén keertje hebben de artsen chemotherapie geprobeerd. De behandeling was riskant omdat haar bloedwaarden slecht waren. Daarom kreeg ze ook maar driekwart van de normale dosis. Iedereen besefte dat die behandeling veeleer psychologisch dan therapeutisch was. De waarheid was: enkel pijnbestrijding was nog mogelijk. Die boodschap was heel duidelijk. Dat was ook hoe Bernadette het wou: geen nonsens. “Mij niets wijsmaken!”, zei ze dan.’

Foto KotK/Lieven Van Assche

‘We hebben er voor gekozen om Bernadette hier, thuis te laten in die laatste levenstijd. (Wijst naar een van de ramen met panoramisch uitzicht op het hinterland van Blankenberge) Daar stond haar bed. En daar, in die zetel, sliep ik. Naast haar. Zo hebben we de laatste twee maanden van haar leven doorgebracht. De beste beslissing die we konden nemen, voor haar en voor mij.’

‘Thuis blijven in die laatste levenstijd, dat is toch in een heel andere sfeer dan in een ziekenhuis of een palliatieve afdeling. Ze kreeg veel bezoek, al wou ze het liefste dat de mensen individueel of als koppel kwamen, niet in grotere groepen. Ik hield dat bezoek nauwgezet bij in een agendaatje. Kwam er bezoek, dan zat ik altijd wat aan de zijkant, zodat alle aandacht naar Bernadette kon gaan.’

‘We hebben ruim de tijd gekregen om afscheid te nemen. Zulk een aangekondigde dood is niet te vergelijken met iemand die zijn geliefde verliest in, bijvoorbeeld, een verkeersongeval.'

De zon gaat op, de zon gaat onder. Je zit in een zeepbel, je tuimelt er uit, je drijft rond in het ijle. Wezenloos. Hulpeloos. Wanhopig. Er bestaan zoveel woorden voor. En ze zijn allemaal juist.

'We hebben samen gepraat, gehuild en gelachen. Zwarte humor. Dat was voor ons de uitweg om even niet aan de werkelijkheid te denken. Dan zei Bernadette zoiets: “Als je nog een lief neemt, zorg dat het een knappe is hé”.’ 

‘We kregen enorm veel hulp en steun van de palliatieve verpleegkundige die dagelijks twee, drie keer langskwam. Of méér, als het moest. Avond, weekend, zondag: het maakte niet uit. Had Bernadette haar nodig, dan stond ze er. Een fantastische vrouw.’

‘Hartje zomer. De kust. Mooi weer. Maar wij bleven op het eind de hele tijd binnen. Ik ook. Bij Bernadette. Ik denk dat ik niet vaker dan vier keer naar buiten ben geweest. Een wandelingetje. Iets drinken op een terras. Dat deed ik alleen wanneer Bernadettes zus bij haar was. Zo vreemd om dat speelse, zonnige vakantieleven te zien terwijl je zelf in de donkerste diepte vertoeft.’

‘Net op een van die zeldzame avonden is Bernadette gestorven. Ik was iets gaan drinken, kwam rond elf uur thuis. Bernadettes zus sliep op de bank naast Bernadette. Ik ging naar de slaapkamer. Rond een uur of drie ’s nachts klopte mijn schoonzus op de kamerdeur. “Het is Bernadette! Ze is geagiteerd. Ze vraagt naar jou.” Ik ging naar Bernadette toe. Meteen werd ze kalm. Ze nam mijn hand. Ze is heel vredig gestorven.’

Foto KotK/Lieven Van Assche

‘Over de afscheidsdienst hadden we weinig gesproken. Ik had slechts drie instructies meegekregen: Bernadette wou dat de dienst plaatsvond in het kerkje hier, in Blankenberge. Ze wou Gregoriaanse gezangen. En ze wou een mooie foto op het bidprentje. We kozen voor een katholieke eredienst. Want los van die religieuze lading vind ik een kerk meer sfeervol dan een doordeweeks funerarium met kille TL-lampen en een onpersoonlijke zaal.

Herbert Flack en Francesca Van Thielen (de twee hoofdacteurs uit de VTM-serie ‘Aspe’, red.) hebben Bernadette goed gekend. Op initiatief van Herbert hebben zij voorgelezen. Ik vond dat mooi. Bernadette is gecremeerd. De urne is in Blankenberge begraven.’

‘Zo eindigt ons verhaal dat veertien jaar eerder was begonnen. Op een Kerstmiddag. Ik zat op café, Bernadette zat in dezelfde kroeg. Tja, dan weet je meteen: die eenzame zielen hebben zeker geen bloeiend huwelijk (glimlacht). We raakten aan de praat. Zij viel, zei ze me achteraf, voor mijn gevoel voor humor en voor mijn talent om te luisteren. Zes uur later waren we een koppel. Na zes weken woonden we onder een dak. Veertien jaar lang zijn we samen geweest.’

Zo vreemd om dat speelse, zonnige vakantieleven te zien terwijl je zelf in de donkerste diepte vertoeft.

‘We grapten wel eens dat geen van ons twee overspel kán plegen, want we waren bijna altijd samen. Ik werk, ik schrijf thuis. In die sessies schrijf ik dagelijks 1.700 woorden. Vermenigvuldig dat met vijftig en je hebt een Aspe-boek. Tegen de middag ben ik klaar met schrijven. In die tijd deed Bernadette boodschappen, verzorgde ze de administratie, ging ze naar de bank. Dan begon ze met koken. Over de middag namen we aperitief. Daarna lunch. En dan vrije tijd samen: wandelen aan zee, beetje lezen, televisie kijken. In vakantieperiodes gingen we vaak voor langere tijd naar ons appartement in Antwerpen, voor een scheut stedelijk, kosmopolitisch leven, met veel vrienden en kennissen. Wij waren, ja, áltijd samen. Bernadette was mijn compagnon, mijn muze, mijn geliefde.’

‘De zon gaat op, de zon gaat onder. Je zit in een zeepbel, een heel broze zeepbel. Plots wordt die bel doorgeprikt. Je tuimelt er uit, je drijft rond in het ijle. Wezenloos. Hulpeloos. Wanhopig. Er bestaan zoveel woorden voor. En ze zijn allemaal juist. Zo leef ik nu al enkele maanden in stilstand. Er zijn gelukkig veel sociale contacten. En ik kijk ongelooflijk veel televisie. Dat is het zowat.'

'Schrijven? Misschien. Ik wil de projecten die op stapel staan wel aanpakken en afwerken. Maar ik ben niet bezig met de concrete uitwerking van een toekomst, hoe die er dan ook moge uit zien. Anderzijds: stel dat ik nog tien jaar leef, kan ik dan hier nog tien jaar zitten niksen? Nee toch?’ 

Sterfte bij jonge mensen

Sterfte aan kanker bij 15-49-jarigen, cijfers Stichting Kankerregister, https://kankerregister.org/ Klik op de grafiek om ze te vergroten

Pieter Aspe heeft ook zelf een vraag waar hij mee worstelt. In zijn eigen woorden: ‘Een verzoek  aan oncologen om me zonder omwegen en zonder mitsen en maren een duidelijk antwoord te geven op deze eenvoudige vraag: zijn er nu, laten we zeggen: in 2015, in vergelijking met 1995, meer jonge mensen, mensen onder de vijftig, die aan kanker sterven?  Ik zou blij en dankbaar zijn mocht ik op die vraag een helder antwoord krijgen.’ 

We vroegen een reactie aan Kris Henau, data-expert van de Stichting Kankerregister, de organisatie die in ons land kanker in kaart brengt. ‘Integendeel, globaal genomen sterven er vandaag minder jonge mensen aan kanker dan in 1995. We zien jaarlijks zelfs een daling van gemiddeld 3% bij mannen en 2% bij vrouwen.  Alleen geldt die daling in de sterfte niet voor alle soorten kanker. Er sterven nu bijvoorbeeld veel minder mannen aan longkanker, maar bij vrouwen zien we die daling helaas niet. Een belangrijke factor die het verschil tussen mannen en vrouwen kan verklaren, is het rookgedrag. Over de jaren heen zijn mannen en vrouwen over het algemeen minder gaan roken, maar bij vrouwen is die tendens wat later ingezet.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.