Asbestslachtoffer Jan Geudens werd behandeld voor longvlieskanker

Blij dat ik dit verhaal nog kan vertellen
Jan Geudens

Sinds hij behandeld werd voor longvlieskanker, moet Jan Geudens (41) met één long door het leven. ‘Ik word afgeremd op 50% van mijn fysieke conditie. Toch blijf ik niet in een hoekje zitten. Ik ben blij dat ik dit verhaal nog kan vertellen en hoop een steun te zijn voor andere slachtoffers.'

Auteur: Frederika Hostens - Fotograaf: Leo De Bock
Foto Leo De Bock

Wie asbestvezels inademt, loopt het risico tientallen jaren later longvlieskanker of mesothelioom te ontwikkelen. Dit werd het lot van vele inwoners van de Vlaams-Brabantse gemeente Kapelle-op-den-Bos: werknemers van het asbestverwerkend bedrijf Eternit of mensen die op een andere manier in contact kwamen met de kankerverwekkende stof. ‘Veel dorpsgenoten en zelfs buren zijn gestorven aan longvlieskanker.', vertelt Jan Geudens. ‘Toch hield ik er niet onmiddellijk rekening mee dat ik zelf die ziekte kon krijgen. In oktober 2005 kreeg ik bij het ademhalen pijn ter hoogte van de borst. Na onderzoek in het ziekenhuis bleek een opstoot van vocht op mijn linkerlong de oorzaak te zijn. Verder werd niets verontrustends vastgesteld. Twee jaar later kreeg ik dezelfde klachten. Daarna volgden nog twee opstoten. Aangezien de vochtophopingen almaar sneller op elkaar volgden, stelde mijn longarts een biopsie voor van het longweefsel en het longvlies. Gezondheidsproblemen door asbest kwamen echter niet in mij op. Als toenmalige roker legde ik wel een link met het roken maar niet met asbest.'

Overlevingsdrang

Ik trok onmiddellijk de conclusie dat ik nog maximaal twee jaar te leven had omdat ik al zo veel mensen had weten sterven aan mesothelioom.

Eind augustus 2008 werden stukjes longvliesweefsel weggenomen en verder onderzocht. ‘Ik vernam de diagnose op een donderdagavond. Ik trok onmiddellijk de conclusie dat ik nog maximaal twee jaar te leven had omdat ik al zo veel mensen had zien sterven aan mesothelioom. De dokter probeerde me uit te leggen dat ik gezien mijn jonge leeftijd alle kansen had, maar mijn conclusie lag vast.'
De eerste uren na de diagnose verzette Jan zich tegen alle mogelijke voorstellen voor verdere onderzoeken. ‘Daarna heeft mijn overlevingsdrang het overgenomen. Op vrijdag ben ik op consultatie geweest bij mijn longarts en huisarts. Nog diezelfde avond heb ik het ziekenhuis laten weten dat ik instemde met een reeks testen om na te gaan of mijn fysieke conditie goed genoeg was om een operatie aan te kunnen.'

Natuurmens

‘Na de uitgebreide conditietest volgde een onderzoek van de klieren. Vijf verschillende onderzoeken later wist ik met zekerheid dat ik in aanmerking kwam voor een behandeling met chemotherapie, een operatie en bestraling.'
In het najaar van 2008 kreeg Jan drie keer chemotherapie. De operatie vond plaats in januari 2009. ‘Ik wist dat het een zware en risicovolle operatie was, maar ging er met het volste vertrouwen naartoe. Ik bekeek het positief en maakte me geen zorgen. "Ik ben een natuurmens", zei ik toen ik ontwaakte op de afdeling intensieve zorgen, nog half verdoofd, maar ik herinner me het wel. Niemand begreep wat ik bedoelde, behalve mijn vrouw Sofie, want ik had dat vroeger nog gezegd: "Ik ben een natuurmens: ik ben sterk."'

Onderuitgehaald

Foto Leo De Bock

Terug thuis kreeg Jan hartritmestoornissen. ‘Aangezien medicatie niet hielp, werd ik opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Door middel van een kleine ingreep onder plaatselijke verdoving werd mijn hart weer in een normaal ritme gebracht. Twee weken na deze ingreep volgden dertig beurten radiotherapie, en toen ging ik onderuit. Ik verloor gewicht en de conditie die ik nog had, werd volledig weggevreten. Rond de middag werd ik bestraald, daarna plofte ik neer in de zetel. In heb ook uren in bad doorgebracht. Het warme water deed me goed.' Zodra de vermoeidheid wat was weggeëbd, gingen Jan en Sofie op reis, naar de zon. ‘We hebben daar allebei ontzettend van genoten. We keerden als het ware herboren terug.'

Angst en spanning

Als er tussen twee controles dorpsgenoten overlijden aan longvlieskanker, kan mijn volgende controle niet snel genoeg komen.

Om de zes maanden moet Jan op controle. De ene controle valt vlak voor Jans verjaardag, de andere vlak voor die van Sofie. ‘We weten nooit op voorhand welk cadeau we zullen krijgen: goed nieuws of slecht nieuws. Allebei voelen we angst en spanning. Ik ga de dagen ervoor liever een pint drinken met vrienden dan thuis te blijven zitten. Ik wil Sofie niet belasten met mijn zenuwachtigheid. Ze heeft het eerste jaar van mijn ziekte al meer dan genoeg moeten dragen.'
‘De spanning hangt ook af van de omstandigheden', benadrukt Jan. ‘Als er tussen twee controles dorpsgenoten overlijden aan longvlieskanker, kan mijn volgende controle niet snel genoeg komen. Ik ga er nooit van uit dat ik goed nieuws zal krijgen. Ik denk dat ik dat doe uit zelfbescherming, in de veronderstelling dat, als het resultaat niet goed zou zijn, de slag minder hard zou aankomen.'

Grote fouten

Blij dat ik dit verhaal nog kan vertellen.

Jan woont al sinds zijn geboorte in Kapelle-op-den-Bos. Hij heeft nooit verder dan twee kilometer van de Eternit-fabriek gewoond en heeft er twee jaar op rij vakantiewerk gedaan. Vermoedelijk houdt zijn besmetting dus verband met de activiteiten van Eternit. ‘Waar de besmetting precies is gebeurd, kan men nooit met zekerheid aantonen. Misschien heb ik asbestvezels ingeademd toen ik bijvoorbeeld de remmen van mijn bromfiets herstelde? Of misschien ben ik met nog andere materialen in contact gekomen waarin asbest zat verwerkt?'
Jan vindt dat er in het verleden grote fouten zijn gemaakt door de industrie en de overheid: ‘Al meer dan 100 jaar is bekend dat asbest schadelijk is. Toch duurde het tot de jaren 1970 voor er beschermingsmaatregelen werden genomen en tot 1998 voor asbestverwerking verboden werd. Ook vandaag worden er nog fouten gemaakt. Ik sta ervan versteld hoe nonchalant sommige mensen omspringen met dit gevaarlijke goedje, bijvoorbeeld bij afbraakwerken. Dat is een van de vele redenen waarom ik zelf actief geworden ben in de lokale politiek. Ik wil dit niet langer met lede ogen aanzien.'

Rustig tempo

Foto Leo De Bock

Voor hij ziek werd, combineerde Jan twee jobs: een voltijdse job overdag en een deeltijdse job 's avonds. Sinds hij geopereerd is, werkt hij niet meer. Jan krijgt maandelijks een vergoeding van het Asbestfonds* en is nu huisman. ‘De eerste vier maanden was ik uitsluitend bezig met mijn gezondheid. Langzaamaan ben ik klusjes in het huishouden beginnen over te nemen. Ik onderhoud de tuin, poets het huis, doe de boodschappen. Misschien geniet ik nog het meest van de uren die ik doorbreng in de keuken. Als Sofie 's avonds thuiskomt, staat er altijd een verse maaltijd op tafel. Ik vind het fijn dat ik dit dagelijks voor haar kan doen.'
Jan doet alles in een rustig tempo. Ook bij het sporten moet hij rekening houden met een verminderde fysieke conditie. ‘Ik voel dat bijvoorbeeld als ik ga fietsen. Ik zou 30 kilometer per uur willen fietsen, maar word afgeremd op 50%. Als ik meer dan 20 kilometer per uur fiets, vragen mijn spieren zuurstof die mijn overblijvende long niet alleen kan leveren. Dat is soms frustrerend, maar het belet me niet om 100% te blijven deelnemen aan het leven. Ik wil me niet terugtrekken in een hoekje.'

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.