Arnaud Carpentier kreeg COVID-19 tijdens zijn behandeling voor keelkanker

Ik heb geluk gehad.
Arnaud Carpentier
Uit Leven, editie 90, april 2021

Arnaud Carpentier (64) belandde tijdens zijn behandeling voor keelkanker door COVID-19 op spoed en moest zelfs in een kunstmatige coma worden gebracht. Na een zware revalidatie ziet hij weer licht aan het eind van de tunnel. Hij gunt ons een hoopvolle en dankbare terugblik op een beroerde periode.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Filip Claessens
ac-1

Corona bepaalt niet alleen de inhoud maar ook de vorm van ons gesprek. Het is eind december 2020, een periode van stijgende curves en verstrengde veiligheidsmaatregelen. Arnaud ontvangt me dan ook buiten aan de tuintafel, waar we op veilige afstand praten over het loodzware jaar dat 2020 voor hem is geweest.

Vergrote amandel

In januari 2020, nog voor er sprake was van het coronavirus, vernam Arnaud dat hij alsnog geopereerd moest worden voor prostaatkanker, een diagnose die hij enkele jaren eerder had gekregen. Hij had toen voor actieve opvolging (een van de behandelingsmogelijkheden bij niet-uitgezaaide prostaatkanker met een laag risico, red.) gekozen, maar bij de laatste driemaandelijkse controle bleken Arnauds bloedwaarden niet in orde.

Tijdens de prostaatoperatie die volgde, merkte de anesthesist iets afwijkends op in zijn keel. Bij nader onderzoek stelde de neus-keel-oorarts vast dat Arnauds tongamandel vergroot was en verwijderd diende te worden. Kort daarop volgde het bericht dat het om een kwaadaardige tumor ging: keelkanker.

Claustrofobie

Opnieuw een kankerdiagnose dus, en wel een die niets te maken had met de eerste. Om de kans op herval te verkleinen, kreeg Arnaud radiotherapie. Voor de bestraling moest Arnaud dagelijks naar het ziekenhuis, dat intussen helemaal in coronamodus zat. Zijn claustrofobie maakte de bestralingssessies extra zwaar.

Om schade aan gezond omliggend weefsel te vermijden, kreeg Arnaud tijdens de bestraling een masker op dat zijn hele gezicht bedekte. Zo’n masker zorgt ervoor dat het hoofd stil blijft liggen en elke keer in dezelfde positie ligt. Het liet alleen zijn twee neusgaten vrij. Hij huivert nog altijd als hij eraan terugdenkt. Om de sessies te kunnen doorstaan, moest hij temesta (een kalmerend geneesmiddel, red.) slikken.

Tussen leven en dood

ac-2

Halverwege de reeks bestralingen begon Arnaud zich rot te voelen. Na de tiende beurt viel het doek. Hij ontwikkelde zo’n hoge koorts dat hij in een rolstoel naar spoed moest worden afgevoerd. Dat is meteen het laatste wat hij zich herinnert van zijn bezoek aan het ziekenhuis, want een dag of twee later werd hij in een kunstmatige coma gebracht. Zonder dat hij het zelf besefte, testte hij positief op COVID-19.

Arnauds toestand verergerde dramatisch, hij zweefde twee weken tussen leven en dood. Elke dag belde het ziekenhuis met zijn vrouw, bijna altijd hoorde ze slecht nieuws. Toen op een bepaald moment Arnauds nieren uitvielen, werd zijn familie op het ergste voorbereid.

Twee weken kwijt

Uit coma komen was een heel ingrijpende ervaring. Je bent twee weken van je leven kwijt en je merkt ineens dat je niets meer kunt. Ik heb die eerste dagen heel veel gehuild.

En toch kroop Arnaud uit het dal. Heel langzaam ging het met zijn toestand weer de goede richting uit. Na de dertiende dag werd Arnaud wakker gemaakt. Dat ging niet zonder slag of stoot. Zelf herinnert hij het zich niet, maar Arnaud vernam achteraf van het medisch personeel dat hij zich meermaals verzette tegen het uitzetten van de kunstmatige beademing.
‘Uit coma komen was een heel ingrijpende ervaring. Je bent twee weken van je leven kwijt en je merkt ineens dat je niets meer kunt. Ik heb die eerste dagen heel veel gehuild.’

Na een tijdje kwamen er flarden van herinneringen terug. ‘Toen de verpleegkundigen me vroegen of ik misschien raar had gedroomd, herinnerde ik me dat ik had gedroomd dat ze met iets heel vies in mijn mond zaten. Dat bleek nog te kloppen ook: het ging om een schimmelwerend product waarmee comapatiënten dagelijks behandeld moeten worden.’

Weerzien met gezin

ac-3

In volle coronacrisis werd Arnaud overgebracht naar een revalidatiecentrum; hij was er de eerste ex-COVID-19-patiënt. Ook daar was het hele regime overhoopgegooid door de pandemie: terwijl revaliderende patiënten in gewone tijden elk weekend naar huis terugkeren, moesten ze nu permanent in het centrum blijven. Arnaud zag er voor het eerst zijn vrouw en zijn drie kinderen terug. Een emotioneel moment, ook al moest het weerzien van achter glas plaatsvinden.

Arnaud stond op de eerste verdieping aan het raam, zijn gezin op de begane grond, alle communicatie verliep via de gsm. Tot Arnauds grote schok herkende zijn vrouw hem in het begin niet. Hij was dan ook meer dan 20 kilo afgevallen tijdens de coma, en zijn snor was afgeschoren.

Zware tijd

‘Het was een heel zware tijd’, vertelt Arnaud. ‘Ik heb het een hele tijd niet alleen fysiek, maar ook mentaal erg moeilijk gehad. Lopen, eten, zelfs slikken: alles moest ik opnieuw leren. In het begin werd ik nog gevoed via een neussonde. Die heb ik uit pure frustratie een paar keer uitgetrokken. Nadien mocht ik een hele tijd nog niet drinken, omdat er risico was dat ik zou stikken als er vloeistof in mijn luchtpijp zou komen. Soms stond ik ’s nachts op om stiekem van het fonteintje op de gang te gaan drinken.’

Het medisch personeel heeft me altijd met de beste zorgen omringd. Ik ben hen daar heel erg dankbaar voor. Er stond geen maat op hun inzet en creativiteit.

‘De nachten waren het moeilijkst. Ik kon de slaap niet vatten, slaapmiddelen hielpen niet. Soms belde ik om het kwartier om hulp. Er waren nachten dat ik ook constant mijn vrouw whatsappte. Ik was mij daar op het moment zelf niet helemaal van bewust, maar ook voor haar moet het een vreselijke periode zijn geweest. Ik wilde constant naar huis, maar dat kon niet. Een verpleegkundige zei me achteraf dat ik in het centrum was binnengekomen als een boze man. Toch heeft het medisch personeel me altijd met de beste zorgen omringd. Ik ben hen daar heel erg dankbaar voor. Er stond geen maat op hun inzet en creativiteit. In mijn kamer hadden ze foto’s opgehangen van mijn gezin en onze huisdieren, een middeltje om mijn geheugen te reactiveren. Telkens als er een verpleegkundige langskwam, moest ik alle namen opsommen’.

Verrassend nieuws

Langzaam ging het beter met Arnaud. De drang om thuis te kunnen zijn, werd almaar groter. Op intensieve zorg had de dokter gezegd dat hij voor iedere week coma op een maand revalidatie moest rekenen. Maar na vier weken was hij naar eigen aanvoelen voldoende opgeknapt om thuis verder te revalideren, ook al kon hij op dat moment nog niet lopen.

Na grondig overleg kreeg Arnaud groen licht om naar huis te gaan. Vooraf moest hij wel nog naar het ziekenhuis voor een PET-scan om de keelkanker verder op te volgen – de behandeling was tijdens zijn revalidatie immers stilgelegd. Zijn radiotherapeut-oncoloog kwam kort daarop zelf naar het revalidatiecentrum om hem het verrassende, goede nieuws te melden dat er niets meer te zien was van de keelkanker. Arnaud: ‘Ze vond het zelf erg verrassend. Ze heeft me zelfs toestemming gevraagd om mijn case te beschrijven in een medisch tijdschrift.’

Weer thuis

Toen ik thuiskwam, was het hele huis versierd, alle buren stonden in hun deurgat. Dat raakte me.

Thuiskomen was een heel emotionele gebeurtenis. ‘Het hele huis was versierd, alle buren stonden in hun deurgat. Dat raakte me. Wat ik vooral gemist had, was menselijk contact. Na bijna twee maanden kon ik voor het eerst weer mijn vrouw en mijn kinderen vastpakken. Een onbeschrijflijk gevoel.’

Fysiek boekt Arnaud elke dag vooruitgang, al is er nog een lange weg te gaan. Hij kan alweer een eind stappen, maar raakt nog snel buiten adem. Bovendien heeft hij wellicht blijvende gehoorschade opgelopen aan zijn rechteroor en kan hij twee vingers van zijn linkerhand niet meer bewegen. Of dat het gevolg is van de coma of van het virus, is voor de artsen niet duidelijk. Mentaal worstelt hij nog met de hele episode. Hij kreeg daarom antidepressiva en een slaapmiddel voorgeschreven.

Oncologische nazorg

ac-4

Waar hij de coronabesmetting opliep, is moeilijk te zeggen. Niet thuis, dat is zo goed als zeker. Arnauds vrouw en kinderen werden getest, er werden geen sporen van corona of antistoffen in hun bloed gevonden. Arnaud vermoedt dat het in het ziekenhuis is gebeurd omdat hij voor de rest de hele tijd binnenbleef vanwege zijn verzwakte gestel. ‘Op de bestralingsafdeling werden echter geen andere besmettingen vastgesteld’, voegt Arnaud eraan toe. ‘Ik zal wellicht nooit weten hoe het precies is gegaan.’

Nu hij corona overwonnen heeft, gaat weer alle aandacht naar de oncologische nazorg. Om de drie maanden worden er foto’s en PET-scans genomen voor de opvolging van zijn keelkanker, om de zes maanden gaat hij op controle bij de uroloog voor de opvolging van zijn prostaatkanker. Toch ziet Arnaud de toekomst hoopvol tegemoet. ‘Ik heb geluk gehad’, zegt hij stellig.

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Risico op besmetting

Mensen die naar het ziekenhuis moeten voor een consultatie, onderzoek of behandeling kunnen erop rekenen dat het ziekenhuis al het mogelijke doet om een COVID-19-besmetting te vermijden. Ook huisartsen en andere eerstelijnsverzorgers nemen heel wat maatregelen in acht voor een veilige zorg.

Vragen over kanker en corona?

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.