Actrice Ini Massez over schildklierkanker

Kanker was een wake-upcall
Ini Massez
Uit Leven, editie 75, juli 2017

Net als haar personages Viv in Familie of Sas in Zie mij graag is Ini Massez (41) een charmante verbale wervelwind. Vol levenslust kijkt ze terug naar de schildklierkanker die haar als twintigjarige actrice-in-de-dop trof: ‘Na de kanker ben ik mezelf geworden.’

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche

 ‘Of het me zwaar valt om over mijn kanker te praten? Helemaal niet. Het is al zo lang geleden. Ik was 20, ben er nu 41. Bovendien: over de ziekte zwijgen, helpt niemand. Zeker jezelf niet. Ik heb de kanker ook nooit als een monster gezien dat ik moest bestrijden. Vechten hielp me niet. Aanvaarding wel.’

‘Ik had langdurig keelpijn en mijn keel voelde dik. Dichtgesnoerd bijna. Ik zat in het eerste jaar Studio Herman Teirlinck. Ik had een studentenkamer in Antwerpen maar ging in het weekend nu en dan naar huis. Toevallig was de huisdokter op visite bij mijn mama. Ik vroeg hem eventjes mijn keel te onderzoeken. Hij keek en voelde en vond de situatie niet normaal. Hij verwees me door naar de specialist. Er werd een punctie genomen en de diagnose viel meteen: schildklierkanker, niet helemaal meer ingekapseld.’

‘Natuurlijk is zo’n diagnose een schok, maar het ging allemaal zo snel dat ik niet eens de tijd had om er diep op in te gaan. Ik moest heel snel geopereerd worden en daarna volgde bestraling. Dat was bijzonder. Ik kreeg niet de traditionele bestraling van buiten naar binnen, maar omgekeerd, van binnen naar buiten. De artsen gaven me radioactieve jodiumpillen. Twee weken lang moest ik in volledige isolatie in mijn ziekenkamer doorbrengen. Ik kon en mocht met niemand fysiek contact hebben want ik was zelf radioactief. Wanneer mijn ouders op bezoek kwamen, moesten ze eerst door een veiligheidssas, een glazen deur, een tweede sas en pas dan konden ze doorheen het raam met me praten. Ja, net een gevangenis die je in Amerikaanse films ziet (lacht).’

‘Ik had wel een radio en een televisie. En ik las veel. Maar toch, twee weken helemaal alleen met jezelf, dat was heftig, boeiend ook. Sindsdien probeer ik elk jaar een week alleen door te brengen. Zonder man, zonder kinderen. Een moment om de reset-knop in te drukken. Ik heb dat nodig.’

Ik had altijd het gevoel dat de mensen uit mijn directe omgeving het lastiger hadden met mijn kanker dan ikzelf. Vooral voor mijn ouders was het hard.

‘Ik had altijd het gevoel dat de mensen uit mijn directe omgeving het lastiger hadden met mijn kanker dan ikzelf. Vooral voor mijn ouders was het hard. Mama huilde heel vaak. Papa blokte de gevoelens meer af. Maar zelf heb ik mijn kanker van meet af aan aanvaard. Meer nog: voor mij was de kanker een wake-upcall waarna ik helemaal anders in het leven ben gaan staan. Ik weet dat het vreemd kan klinken, maar ik ben daar oprecht dankbaar voor.’

‘Tot ik kanker kreeg, heb ik mezelf maar voor een deel gekend. Als kind was ik altijd de leuke, vrolijke, energieke meid geweest. Ik herinner me een prille jeugdfoto van mezelf als een blond elfje, dat gedropt werd in de no-nonsense omgeving van Erpe-Mere met waarden als nie neuten, hard werken, je best doen, borst vooruit en kop omhoog. Een jaar later was dat blonde elfje veranderd in een bruinharig wezentje vol sproeten, een lachebek die speelt dat ze alles aan kan. Altijd lachen, altijd vrolijk, altijd energiek. Terwijl ik verlegen was, leed aan faalangst.'

Foto KotK/Lieven Van Assche

'Ik dééd alsof ik altijd gelukkig was. Dat was een manier om graag gezien te worden. Ik cijferde mijn ware aard weg om mensen te behagen.’

‘Zo ben ik aan de studies Germaanse talen begonnen. Iedereen dacht dat het als een liertje zou lopen. Maar mijn faalangst deed me volledig dichtklappen. Ik zat compleet met mezelf in de knoop, flirtte met een depressie. Tegelijkertijd bleef ik huichelen dat alles in orde was. Ik was de swingende new wave-meid met oranje haar, ik liep mee in betogingen.  Na twee jaar Germaanse ben ik overgestapt naar de acteursopleiding in Studio Herman Teirlinck. Het eerste jaar was ik niet geslaagd. Men stelde me daar de expliciete vraag: wie ben je en wat heb je te vertellen? En ik … Ik wist het niet. Ik had al die tijd maar geprobeerd om te voldoen aan andermans verwachtingen. Een rolletje gespeeld in de hoop te behagen.’

‘Toen ik kanker kreeg, heb ik dat patroon volledig doorbroken. Met mijn zuurverdiende centen van mijn studentenjob ben ik orthotherapie (een manuele therapie die technieken van massage en kine combineert, red.) gaan doen en leerde ik mediteren.' 

Ik heb de kanker nooit als een monster gezien dat ik moest bestrijden. Vechten hielp me niet. Aanvaarding wel.

'Door de behandeling zag ik er uit als een opgezwollen hamster (door het tekort aan schildklierhormoon; schildklierhormonen in pilvorm mogen pas een tijd na de behandeling worden opgestart, red.) en dat is natuurlijk iets waar je als jonge vrouw niet blij mee bent, maar toch was dat voor mij een hele fijne periode. Dankzij de therapie en de meditatie kreeg ik het ene inzicht na het andere. Bijvoorbeeld dat het leven niet alleen schoonheid en plezier is, dat je ook het pakket ‘verdriet’ moet toelaten. Dat je álles mag toelaten: het ene moment kan ik 100 procent gelukkig zijn, op een ander moment intriest. Laat de tranen dan maar komen. Huilen kan zo helend en reinigend werken.’

‘De orthotherapie en de meditatie hebben me echt wakker gemaakt. Ik hoef en wil me niet langer conformeren aan wat andere mensen van me willen of verwachten. Wat anderen denken, wat goed zou zijn voor mijn carrière (haalt de schouders op), dat zijn niet langer de richtsnoeren van mijn handelen.'

Foto KotK/Lieven Van Assche

'Wie ben ik, wat is voor mij essentieel, wat wil ik, waar sta ik voor? Dankzij de therapie ben ik bewust geworden, verbonden met mijzelf. Ik volg nu voor het volle pond mijn innerlijke navigatiesysteem. Een jobaanbieding, een ontmoeting … Als ik intuïtief voel dat het niet goed zit, dan ga ik er van weg. Het vertrouwen in je intuïtie, dat heb ik ontdekt. Dat is een schoonheid die ik in een flits heb gezien.’

‘De operatie en de behandeling zijn prima gelukt. De kanker was verwijderd, alles zag er prima uit. In het eerste jaar na de behandeling moest ik dikwijls op controle, daarna minder frequent. Ik heb op geen enkel moment gevreesd dat de kanker terug kon komen. Nooit. Geen seconde.’

De kanker was een wake-upcall waarna ik helemaal anders in het leven ben gaan staan. Ik weet dat het vreemd kan klinken, maar ik ben daar oprecht dankbaar voor.

‘Ook over mijn stem was ik vrij snel gerustgesteld. Ik was na de operatie nog half verdoofd toen ik iemand van het team, waarschijnlijk de chirurg, hoorde zeggen: “De stembanden zijn niet geraakt”. Hoewel ik het zinnetje maar vaag hoorde, was ik opgelucht, want voor een actrice is de stem uiteraard het instrument waarmee je werkt.’

‘Ik heb nooit lotgenoten opgezocht. Ik voelde daar geen behoefte aan. Ik had ook geen nood  aan doemprofeten die me wijsmaakten dat ik geen kinderen zou kunnen krijgen en evenmin aan mensen die me overlaadden met medelijden. Wel stel ik me soms de vraag: stel dat ik de kanker op latere leeftijd had gekregen, hoe anders zou ik dan gereageerd hebben? Ik was twintig. Piepjong. Zonder verplichtingen. Als je ouder bent, dan heb je een vaste partner, kinderen, een huis dat afbetaald moet worden. Hoe kijk je dan tegen een ziekte als kanker aan? Het antwoord op die vraag is voor iedereen verschillend. Maar mijn hoopvolle boodschap is voor iedereen gelijk: blijf jezelf trouw.’

 

Uw reactie op dit verhaal is altijd welkom. Mail ons via leven@komoptegenkanker.be.

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.