Actieve opvolging

Actieve opvolging

Johan Van Dyck

In welke gevallen is actieve opvolging een behandeloptie voor prostaatkanker en wat houdt het precies in? Leven vroeg uitleg aan dr. Johan Van Dyck, uroloog in Noorderhart campus Mariaziekenhuis en Ziekenhuis Maas & Kempen campus Maaseik.

Bij niet-uitgezaaide prostaatkanker met een laag risico (ook laagrisicoprostaatkanker genoemd) zijn er drie behandelopties: actieve opvolging, een operatie of bestraling. Actieve opvolging wordt ook ‘oplettend afwachten’, ‘actieve monitoring’ of ‘actieve observatie’ genoemd.

‘Of de prostaatkanker een laag of een hoog risico heeft, hangt af van de kenmerken van de tumor’, licht Johan Van Dyck toe. ‘Dat zijn onder meer de grootte van de tumor, de agressiviteit van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam.’

Ongeveer drie op de tien mannen die de diagnose prostaatkanker krijgen, hebben de mogelijkheid om te kiezen voor actieve opvolging. Johan Van Dyck: ‘Urologen hebben de laatste jaren heel wat inzicht verworven in welke patiënten daarvoor in aanmerking komen. Technologische evoluties zoals onder andere MRI-scans en de beschikbaarheid van meer data over de actieve opvolging van prostaatkanker hebben hierin zeker een rol gespeeld. Het is echter belangrijk te beseffen dat een belangrijke groep wel een actieve behandeling zoals een operatie of radiotherapie nodig heeft. De meeste urologen in België hebben voldoende ervaring om hierover correct advies te geven.’

Bij actieve opvolging gaat de behandelend arts aan de hand van regelmatige controles en onderzoeken zorgvuldig na hoe de ziekte zich verder ontwikkelt. ‘Als een operatie of andere behandeling op een bepaald moment toch noodzakelijk blijkt, bespreekt de arts dat met de patiënt’, besluit Johan Van Dyck.

Tip

Op kuleuven.be/lucas/prostaatkanker krijgt u stap voor stap uitleg over prostaatkanker, de verschillende behandelopties bij laagrisicoprostaatkanker en de bijwerkingen van de behandelingen. Toets wat u gelezen hebt af bij uw arts en vraag eventueel een tweede mening aan een andere arts (u kunt u bijvoorbeeld laten doorverwijzen door uw huisarts), u hebt daar recht op!