Wanneer wordt een port-a-cath verwijderd?

Wanneer wordt een poortkatheter (vaak 'port-a-cath' genoemd) normaal verwijderd?

Een poortkatheter is een reservoir, een soort poortje dat net onder de huid wordt ingeplant en waarlangs gemakkelijk een infuus aangesloten kan worden. Een poortje kan worden gebruikt bij de toediening van chemotherapie, maar ook bloedafnames en toediening van andere medicijnen kunnen langs deze weg gebeuren. Een poortkatheter moet regelmatig gespoeld worden om infecties of bloedklonters te vermijden. De eerste dagen of weken na de plaatsing ervaren nogal wat patiënten pijn van het poortje (bijv. stijfheid in de schouder, als u erop ligt, als de autogordel ertegen komt enz.), maar dat gaat bijna altijd over. Een poortkatheter kan erg comfortabel zijn bij mensen die erg vaak aangeprikt moeten worden of die moeilijk te prikken zijn.

De poortkatheter wordt verwijderd als hij niet meer nodig is. Meestal is dat een tijdje na het einde van de chemotherapie. Wanneer precies, verschilt van ziekenhuis tot ziekenhuis en van persoon tot persoon. Er is geen algemene regel over wanneer een poortkatheter het beste verwijderd wordt. Een infectie van de katheter of bloedklonter kan een reden zijn om het poortje snel te verwijderen.

Meestal wachten de artsen enkele maanden tot een jaar na het einde van de chemotherapie om de katheter te verwijderen. Als u jarenlang geregeld infusen moet krijgen, zal hij langer blijven zitten. Praat erover met uw oncoloog: als u de poortkatheter er absoluut uit wilt, bijv. omdat hij zeer zichtbaar is, of als u absoluut wilt dat hij blijft zitten, ‘voor de veiligheid’, dan kan dat meestal.

Veel patiënten kijken uit naar de dag dat de katheter weg mag omdat ze het echt als het einde van de behandeling zien, een hoofdstuk om af te sluiten.

‘Port-a-cath’ is een merknaam, het juiste woord is een poortje of poortkatheter, voluit een subcutane veneuze poortkatheter.