Tussenstop baarmoederhalskanker. Minister Monica De Coninck blikt terug op kwetsbaar moment

Eén reflex is te wijten aan mijn ziekte. Zodra me iets scheelt, denk ik: het zal kanker zijn
Monica De Coninck, politica
Uit Leven, editie 61, januari 2014

Sp.a-minister Monica De Coninck (57) vertelt de anekdote met de glimlach: ‘Als kind van vijf in Heist wou een buurvrouw me de hand lezen. Ze beweerde dat ik een druk en bijzonder leven zou leiden en dat ik één keer ernstig ziek zou worden.’ Dat boeiende leven kreeg Monica inderdaad, die zware ziekte helaas ook: het zou baarmoederhalskanker worden.

Auteur: Marc Peirs - Fotograaf: Lieven Van Assche
Monica De Coninck, foto Lieven Van Assche

‘Het is 27 jaar geleden. Dertig was ik. En net verhuisd naar Antwerpen. Als West-Vlaamse had ik toen in Antwerpen geen familie, geen sociaal netwerk en geen vaste adresjes: een slager, een bakker, een huisdokter, een gynaecoloog, ik moest het allemaal zoeken. Aan de schoolpoort van mijn zoon, die toen vijf was, leerde ik andere vrouwen kennen. Via hen vond ik een gynaecoloog in Ekeren. Hij deed een uitstrijkje. De dag erna deed mijn man iets wat hij héél zelden doet: mij bellen op het werk. “Je moet dringend weer contact opnemen met de gynaecoloog”, zei hij. Ik voelde even paniek. Enkele dagen later nam de gynaecoloog een punctie en al snel volgde het verdict: baarmoederhalskanker. (Blijft even stil, dan:) Een week of twee heb ik grote angst gevoeld. Maar ik kom uit een grote, West-Vlaamse familie waarin het devies altijd was: niet trunten, niet klagen (lacht).’

‘Een operatie was noodzakelijk. Dat was een conisatie, de verwijdering van het bovenste stukje van de baarmoedermond. De operatie is prima verlopen. Bloedonderzoek toonde geen bijzondere afwijkingen. En uit labonderzoek van het snijvlak bleek dat het kankervrij was. Een nabehandeling, bijvoorbeeld chemotherapie was niet nodig.’

‘Ik ben nogal actief van aard (lacht). Enkele uren na de operatie klom ik al zelf uit bed, op zoek naar een vaas voor bloemen van bezoekers. De verpleegster was rázend (lacht). Na een week ging ik weer aan het werk. Nevenwerkingen van de ingreep had ik niet. Alleen: de verdoving was heftig, die voelde als een klap in mijn nek. Nadien kreeg ik last van migraine. Is dat een gevolg van die verdoving? Het kan.’

Mijn man en ik wikten en wogen en kwamen tot het besluit om niet voor een tweede kindje te gaan. Ik dacht ook: stél dat ik weer kanker zou krijgen en eraan zou sterven, dan zouden er twéé kinderen zonder moeder achterblijven.

‘De communicatie met de gynaecoloog was schaars en oppervlakkig. Wat met zwangerschap na de operatie? Gevolgen voor mijn vruchtbaarheid? Die thema’s zijn voor de ingreep nooit besproken. Nadien zeiden de artsen dat ik nog zwanger kon worden. Maar zou dat het geval zijn, dan zou een operatie nodig zijn om een ring rond de baarmoeder te plaatsen (om de baarmoeder gesloten en de baby zo lang mogelijk in de baarmoeder te houden, red). Bovendien moest ik een flinke poos wachten vooraleer zwanger te worden. En ook kreeg ik de uitleg dat door de wisselende hormonenhuishouding tijdens een zwangerschap bepaalde kankers zich erg snel kunnen verspreiden.’

‘Mijn man en ik wikten en wogen en kwamen tot het besluit om niet voor een tweede kindje te gaan. Ik dacht trouwens: stél dat ik weer kanker zou krijgen en eraan zou sterven, dan zouden er twéé kinderen zonder moeder achterblijven … Je moet weten dat kanker bijzonder vaak voorkomt in mijn familie. Vader en moeder zijn aan kanker gestorven. Ook twee zussen en een broer zijn door kanker getroffen. Ik vrees dus dat ik genetisch kankergevoelig ben.’

Monica De Coninck, foto Lieven Van Assche

‘Bij de controlebezoeken in de eerste vijf jaar na de operatie was ik telkens bezorgd. Zo’n ziekte drukt je wel met de neus op het feit dat je kwetsbaar bent. Ik laat me ook heel consequent onderzoeken op borstkanker, hoewel ik een mammografie eigenlijk een heel onprettig onderzoek vind (lacht). Ik probeer ook gezond te eten. Maar anderzijds: ik rook, dat is niet goed, ik weet het. Eén mentale reflex heb ik te wijten aan mijn ziekte van toen. Zodra me ook maar iets scheelt, denk ik: het zal kanker zijn. (glimlacht) Mijn man zet me steeds met de voeten op de grond: “Ben je daar weer met je kanker”, lacht hij dan. Maar het gros van de tijd dacht ik helemaal niet aan kanker. Ik werkte en leefde gewoon door. Je ziet: mijn verhaal bevat weinig drama (lacht). ‘

‘Mijn drukke professionele leven heeft me trouwens geholpen om de ervaring met kanker te verwerken. Na de operatie ben ik amper een week met ziekteverlof thuis gebleven. Ik weet best dat het niet voor iedereen zo werkt, maar voor mij was mijn job net heel belangrijk om de kanker te verwerken. Die ervaring, dat besef neem ik ook mee in mijn beleid als minister van Werk.'

'Ik pleit er voor dat mensen die ziek zijn, of ziek zijn geweest, flexibel kunnen switchen tussen verschillende werkregelingen. In december (dit interview vond plaats in oktober 2013, red) houd ik over dat thema een rondetafelconferentie met de sociale partners. Wil je halftime herbeginnen en lukt het niet meteen? Dan moet je volgens mij een kwart-job kunnen nemen, of even weer helemaal thuis blijven. Om dan later nog een keer te proberen of en hoeveel je kunt werken. Nu heb je meestal alleen de keuze tussen niet werken, halftime werken of fulltime werken. Dat zou minder rigide moeten. Niet om mensen te verplichten om weer aan de slag te gaan, maar net om wie dat wil, de kans te bieden. Want werk is voor veel mensen ook therapie: je hoort er weer bij.’

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.