Rukaya Sadek Jasim, vluchteling uit Irak, kreeg borstkanker

Ik aanvaard het lot dat God me heeft toebedeeld
Rukaya Sadek Jasim
Uit Leven, editie 76, oktober 2017

Wie kent ze niet: de schrijnende beelden van vluchtelingen die in barre omstandigheden Europa proberen te bereiken. Een van die vluchtelingen is de 43-jarige Rukaya Sadek Jasim uit Irak, die met haar gezin uitkeek naar een betere en veiligere plek. Ze had in Irak al twee borstoperaties achter de rug, en voelde tot haar grote afschuw enkele maanden na haar aankomst in België weer een verharding in haar borst.

Auteur: Naziha Maher - Fotograaf: Katrijn Van Giel
Foto KotK/Katrijn Van Giel

Tot juni 2014 leefde Rukaya in Bagdad, Irak, met haar echtgenoot en drie kinderen van 17, 15 en 9 jaar. Alleen al dat voorjaar waren er meer dan 2600 doden gevallen in bomaanslagen en zelfmoordacties, het hoogste aantal in jaren. Rukaya’s echtgenoot, ingenieur en professor aan de universiteit in Bagdad, was ook een kritische journalist die de corruptie, de chaos, de afbraak van het onderwijssysteem en het sektarisch geweld tussen soennitische en sjiitische moslims aan de kaak stelde. Zijn leven werd bedreigd. De kinderen gingen al een jaar niet naar school door de vele bomaanslagen op de scholen. De plannen om Irak te ontvluchten, werden stilaan concreet. Totdat een tumor bij Rukaya die plannen doorkruiste.

Begin 2012 voelde Rukaya tot haar grote schrik een verdikking in haar borst. ‘Tussen mijn eerste bezoek aan de dokter en de onderzoeken werd de verdikking groter, roder en pijnlijk. Mijn dokter stuurde mij door naar een oncoloog. Maar ik was in shock, en weigerde te gaan. Kanker krijgen staat in Irak immers gelijk aan de dood. Het deed er niet toe of ik me liet behandelen of niet: ik ging dood, zo dacht ik. Maar mijn familie en mijn echtgenoot overtuigden me om mij toch te laten behandelen.’

‘Ik had veel geluk, vertelde de dokter mij nadat hij de tumor had verwijderd, omdat het om een fibroadenoom ging, een goedaardige tumor. Hij had die helemaal verwijderd en ik had geen chemo of bestraling nodig.’ Rukaya wist toen nog niet dat ze getroffen was door een zeldzame borsttumor, namelijk een phyllodestumor (zie onderaan).

Mijn behandelende oncoloog was Irak ondertussen ontvlucht. Mijn man wou mij niet naar een staatsziekenhuis brengen want de omstandigheden waren daar bedroevend.

Negen maanden later voelde Rukaya weer een verdikking in haar rechterborst. Het ziekenhuis zei dat het een vochtophoping was die na een operatie kon optreden. ‘Maar nog geen drie maanden later voelde mijn borst weer zo aan als de eerste keer. Mijn behandelende oncoloog was Irak ondertussen ontvlucht. Mijn man wou mij niet naar een staatsziekenhuis brengen want de omstandigheden waren daar bedroevend.’

Asiel in België

Na de tweede, zeer dure operatie in een privéziekenhuis besloot de familie te vluchten. ‘Volgens de familie moest ik als eerste “gered” worden. Mijn man en de kinderen zouden me volgen zodra ze het nodige geld hadden verzameld. Na een hachelijke clandestiene reis kwam Rukaya op 15 juni 2014 aan op het vliegveld van Zaventem. ‘Een maand later werd mijn asielaanvraag ontvankelijk verklaard. Ik werd in afwachting van een woonplaats doorverwezen naar het asielcentrum van Broechem. Ik miste mijn kinderen en mijn echtgenoot, ook al hadden we geregeld contact via internet. Na twintig dagen in het asielcentrum voelde ik tot mijn grote wanhoop weer een verharding in mijn borst. Over mijn toeren belde ik mijn man. Wat moest ik doen? Ik had geen geld, kende de taal niet, sprak geen Engels en wist niet waar naartoe. Mijn moeder besloot toen dat mijn man aan mijn zijde hoorde en dat hij de kinderen bij haar moest laten. Hij vertrok onmiddellijk naar België. Na 28 dagen was zijn asielaanvraag ontvankelijk verklaard en was hij bij mij. We gingen intensiever naar een woning zoeken, vonden een huis, schreven ons in het OCMW in en zij stuurden ons meteen door naar een borstkliniek.’

Foto KotK/Katrijn Van Giel

‘Een phyllodestumor van vier centimeter was het verdict. Er volgden meer onderzoeken en een operatie. De tumor was ondertussen erg snel gegroeid, tot 16 centimeter. De communicatie verliep via mijn man in het Engels want het ziekenhuis waar ik behandeld werd, heeft geen intercultureel bemiddelaars. Mijn man weet de tumor aan mijn psychische toestand en het schuldgevoel omdat ik onze kinderen had achtergelaten.’ Vol dankbaarheid zegt Rukaya: ‘De dokter was hierdoor geraakt en schreef een attest voor het Rode Kruis zodat zij alles in het werk konden stellen om mijn kinderen naar België te brengen.’

Verjaardag voor gezin

‘Tijdens mijn verblijf merkte ik het grote verschil tussen de medische zorg in België en Irak op. De verpleegkundigen in België zijn echte engelen, vol medeogen en empathie, ze staan altijd voor je klaar. De ziekenhuizen zijn proper en er heerst orde. In Irak komt de stank van geronnen bloed, ongewassen lichamen en rottende lijken je vanaf de ingang tegemoet. De verpleegkundigen doen het strikte minimum, het is de familie die de zorg van de patiënt opneemt. Geregeld is er geen water, wat verschrikkelijk is want de zieken kunnen zich niet wassen, het toilet doorspoelen of zich na een toiletbezoek wassen zoals de gewoonte is in Irak waar wc-papier niet bestaat.’

De verpleegkundigen in België zijn echte engelen, vol medeogen en empathie, ze staan altijd voor je klaar.

Twintig dagen na de operatie moest Rukaya terug naar het ziekenhuis voor een borstamputatie. ‘Ik wou eerst geen amputatie’, vertelt ze al huilend. ‘Niet wegens de verminking. Ik wou gewoon terug naar mijn kinderen in Irak. Ik had nog geen nieuws van het Rode Kruis. Ik dacht alleen maar aan hen en aan de vele zelfmoordaanslagen. Ik was naar België gekomen om voor mijn kinderen in leven te blijven zodat ik hen een goede toekomst zou geven. En nu zou ik in een onbekend land sterven zonder dat mijn kinderen en familie in de buurt waren? Oh God, wat was dat moeilijk.’

Foto KotK/Katrijn Van Giel

‘Ik liet mijn borst toch amputeren. Twee dagen na de operatie kwam een Marokkaanse vrijwilligster van Kom op tegen Kanker bij mij voor een gesprek. Net op dat moment bracht mijn man het blijde nieuws dat de kinderen een visum voor België zouden krijgen. O Allah, wat een vreugde. Het was de Marokkaanse vrijwilligster die dit nieuws voor de dokter vertaalde. Op 12 december kon ik mijn kinderen in de armen sluiten. 12 december is ook de verjaardag van mijn jongste zoon. Ik zei hem: “Vanaf vandaag is deze datum een verjaardag van ons allen. Het begin van een nieuw leven.”’

Iets teruggeven

‘Stilaan vinden we onze draai hier. Mijn kinderen doen het goed op school en hun traumatische belevenissen raken stilaan op de achtergrond. Mijn man werkt in een restaurant in een organisatie waar armen het woord nemen en spreekt al heel goed Nederlands. Mijn Nederlands is nog te zwak om te werken, maar ik vind het belangrijk om het te leren om hier mijn leven op te bouwen. Maar het is toch moeilijk om na je 40ste een nieuwe taal te leren. Zeker als je hoofd te vol is met zorgen om de toekomst, de familie in Irak en de angst dat de kanker zou kunnen terugkeren. Om mijn Nederlands te oefenen, werk ik sinds kort een dag in de week als vrijwilligster bij Bond Zonder Naam. Zo kan ik ook iets teruggeven aan deze maatschappij.’

‘Weet je, het deert me niet dat ik mijn borst kwijt ben. God heeft mij mijn borst afgenomen maar heeft me in de plaats mijn kinderen teruggegeven. Wat ik in België heb gekregen, mijn leven en de hereniging met mijn gezin, is zoveel meer dan wat ik kwijt ben. Als dat het lot is dat God me heeft toebedeeld, dan aanvaard ik dat zonder morren.’

Phyllodestumor in de borst

Een phyllodestumor is een zeldzame tumor in de borst. De meeste phyllodestumoren zijn goedaardig (geen kanker); ongeveer 1 op de 10 is kwaadaardig (wel kanker). De belangrijkste behandeling is de chirurgische wegname van de tumor. Een kwaadaardige phyllodestumor verschilt van de meeste andere borstkankers en wordt dan ook anders behandeld. Uitgezaaide phyllodestumoren worden vaak meer als wekedelentumoren behandeld dan als borsttumoren. Phyllodestumoren komen na behandeling soms terug op dezelfde plek.

Met dank aan prof. Veronique Cocquyt, UZ Gent.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.