Professor Sylvie Rottey over klinische studies fase 1

Het is belangrijk dat patiënten goed weten waaraan ze beginnen.
Sylvie Rottey
Uit Leven, editie 76, oktober 2017

Jaarlijks nemen in ons land een vijfhonderdtal kankerpatiënten deel aan klinische studies fase één, waarin een potentieel medicijn voor het eerst op mensen wordt getest. ‘Het spreekt voor zich dat we daarbij uitermate voorzichtig tewerk gaan’, zegt professor Sylvie Rottey.

Auteur: Bart Van Moerkerke - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche

Voordat een nieuw geneesmiddel op de markt komt, doorloopt het een lange procedure en verschillende testfases om er zeker van te zijn dat het werkt – misschien niet voor alle patiënten maar toch voor een specifieke groep– en dat het veilig is. In dit artikel beantwoordt Sylvie Rottey dertien vragen over klinische studies fase één. Professor Rottey is als medisch oncoloog en klinisch farmacoloog al meer dan tien jaar bezig met geneesmiddelenonderzoek, vooral voor de behandeling van kanker.

In klinische studies worden potentiële geneesmiddelen voor het eerst getest op mensen. Welke testen gaan aan die studies vooraf?

Sylvie Rottey: ‘Een nieuw middel wordt eerst uitgebreid getest in het laboratorium. Dat gebeurt in proefbuizen en op cellen. Pas als daaruit blijkt dat het veilig en mogelijk werkzaam is, volgen testen op proefdieren. Ik vind proeven met dieren niet fijn, maar voorlopig kunnen we er niet omheen omdat ze heel veel informatie opleveren over hoe toxisch een middel is en hoe effectief het is om kanker te bestrijden. Het is dan ook wettelijk verplicht om uitgebreide onderzoeksgegevens van minstens twee diersoorten voor te leggen, voordat met klinische studies bij mensen kan worden gestart.’

De klinische studies verlopen in vier fases. Wat houden die in?

‘In fase één wordt een potentieel geneesmiddel voor het eerst getest bij mensen. Dat gebeurt zeer voorzichtig. We beginnen met één, twee of drie patiënten die we een zeer lage dosis van het middel toedienen en gedurende enkele weken opvolgen. Pas als dit goed verloopt, komen er enkele patiënten bij die een iets hogere dosis krijgen. Zo voeren we de dosering heel geleidelijk op bij telkens nieuwe patiënten. Tot we aan een dosis komen waarvan we denken dat die werkzaam zou kunnen zijn tegen de kanker en die uiteraard nog te verdragen is door een mens. Typisch voor fase één is dat ze nog niet is toegespitst op een bepaald soort kanker, patiënten met alle mogelijke tumoren kunnen eraan deelnemen.’

Er zijn zeker kandidaten die na het eerste gesprek afhaken omdat ze opzien tegen de vele verplaatsingen naar het ziekenhuis en de vele onderzoeken. Het is belangrijk dat patiënten goed weten waaraan ze beginnen.

‘Na fase één evalueren we de studie grondig: we bekijken de veiligheid voor de patiënt, de bijwerkingen, de mogelijke werkzaamheid. Is die evaluatie negatief, dan houdt het op. Is ze positief, dan volgt een klinische studie fase twee met patiënten met één soort kanker. In die fase bestuderen we de bijwerkingen van het middel en maken we de eerste schattingen van hoeveel deelnemers baat kunnen hebben bij het middel. Is de balans positief, dan kan naar fase drie gegaan worden. Daarin wordt het te onderzoeken geneesmiddel vergeleken met de standaardbehandeling voor die bepaalde kanker. Een groep patiënten krijgt het nieuwe middel, een andere groep het standaardgeneesmiddel. Het is de computer die beslist in welke groep de deelnemer terechtkomt - dat heet een gerandomiseerde studie. Dokter en patiënt weten niet wie welk geneesmiddel krijgt - dat heet een dubbelblinde studie. In fase 3-studies wordt een zeldzame keer een placebo gebruikt, maar nooit als er een standaardgeneesmiddel is. Een klinische studie fase vier ten slotte gaat over bijkomend onderzoek zodra een medicijn op de markt is.’

Fase één gebeurt met een beperkt aantal patiënten. Hoeveel zijn er dat?

In fase één-studies is de kans klein dat het middel een gunstige invloed heeft op de tumor. Toch zien we dat veel patiënten uit hun deelname kracht en hoop putten.

‘Aan een studie nemen doorgaans een twintigtal patiënten deel. België is zeer actief in fase één-studies. Ze gebeuren in verschillende centra. Per centrum lopen er op elk moment vijftien tot dertig dergelijke studies. Alles samen kunnen er in ons land jaarlijks een vijfhonderdtal patiënten in stappen. Dubbel zoveel kandidaten melden zich aan, er is dus helaas een wachtlijst.’

Hoe weten patiënten welke klinische studies fase één er lopen?

‘Ruim de helft van de deelnemers wordt door oncologen uit andere ziekenhuizen naar ons doorgestuurd. Steeds meer patiënten vinden ook zelf de weg. Ze vangen het op in de media of ze houden de website www.cancertrials.be in de gaten. Daar vind je alle lopende klinische studies in de verschillende fases, met de naam van het ziekenhuis en de onderzoekers.’

Welke patiënten komen in aanmerking om aan een fase één-studie deel te nemen?

‘Het zijn mensen bij wie geen enkele bestaande standaardbehandeling nog effect heeft op hun tumor, maar die nog niet klaar zijn voor een palliatief traject. Eerst bekijken we of er nog klinische studies fase twee of drie zijn waaraan ze kunnen deelnemen. Is dat niet het geval, dan komen ze in aanmerking voor studies fase één, op voorwaarde dat hun algemene conditie en hun bloedwaarden nog goed zijn. Uiteraard moet de patiënt zelf echt willen deelnemen. Soms merken we dat vooral de familie of de omgeving aandringt op deelname. We proberen dan altijd te achterhalen wat de patiënt wil.’

Er is een wachtlijst en de voorwaarden zijn streng. Wil dat zeggen dat heel wat gemotiveerde kandidaten nooit in een studie terechtkunnen?

Foto KotK/Lieven Van Assche

‘Helaas wel. We hebben een uitgebreid en diepgaand gesprek met kandidaten. Sommigen voldoen niet aan de criteria voor deelname, omdat bijvoorbeeld hun algemene conditie niet goed genoeg is. Anderen beantwoorden wel aan alle voorwaarden, maar vinden toch geen plaats omdat er voor hen op dat moment geen studie voorhanden is.’

Hoe verloopt een klinische studie fase één?

‘We beginnen met een gesprek en een onderzoek van hart, bloed en urine. Kandidaten gaan ook onder de scanner om de uitgebreidheid van hun kanker te kunnen beoordelen. Op basis van die informatie beslissen we of iemand kan deelnemen of niet. Is het antwoord positief, dan wordt het potentiële geneesmiddel enkele weken later al voor het eerst toegediend. Soms moet een deelnemer elke dag pillen nemen, in andere studies krijgt hij eens om de paar weken een infuus. Toch moeten de kandidaten, vooral in de eerste weken van de studie, frequent langskomen in het ziekenhuis voor een controle van hun bloed en hun algemene conditie. Om de zes weken is er een scan. Afhankelijk van het product dat we toedienen, zijn er ook regelmatig andere onderzoeken noodzakelijk, van het hart bijvoorbeeld of van de ogen.’

Welke informatie vragen de onderzoekers van een deelnemer aan de studie?

‘Wij moeten op de hoogte zijn van elke klacht, elke pijn, elke verandering bij de patiënt, ook mentaal. Zelfs als de deelnemer bijvoorbeeld een verkeersongeval had, dan willen we dat absoluut weten omdat we moeten uitzoeken welke symptomen, klachten, gebeurtenissen mogelijk aan het potentiële medicijn kunnen worden gelinkt. Dat is uitermate belangrijk voor onze rapportering aan de overheid en de farmaceutische industrie.’

Vraagt dat niet zeer veel inspanningen van de deelnemer?

‘Ja, maar de kankerpatiënten die instappen zijn zeer gemotiveerd. We trainen hen ook om bijvoorbeeld alles nauwgezet bij te houden in een dagboekje. Maar er zijn zeker kandidaten die na het eerste gesprek afhaken omdat ze opzien tegen de vele verplaatsingen naar het ziekenhuis en de vele onderzoeken. Het is belangrijk dat patiënten goed weten waaraan ze beginnen.’

Hoeveel kost het om deel te nemen aan een klinische studie?

Foto KotK/Lieven Van Assche

‘Patiënten hoeven zelf niets te betalen voor het geneesmiddel dat getest wordt en voor de onderzoeken en behandelingen die eruit voortvloeien. Voor behandelingen en onderzoeken die ze ook zouden krijgen als ze niet deelnemen aan de studie (standaardzorg), worden wel kosten aangerekend. Het gaat dan enkel om het bedrag dat ze ook buiten een studie zouden betalen, nooit meer. Wees op uw hoede als er toch extra kosten worden aangerekend. Vraag na of het wel degelijk om een wetenschappelijke studie en niet om een experiment zonder wetenschappelijke basis gaat.’

In een klinische studie fase één zijn de toegediende dosissen van het potentiële medicijn en dus de kans op een verbetering van hun ziekte klein. Waarom zouden patiënten deelnemen aan de test?

‘We informeren de kandidaten altijd zeer goed op voorhand dat absolute veiligheid cruciaal is en dat we daarom zeer laag doseren bij het begin van de studie. Daardoor is de kans inderdaad klein dat het middel een gunstige invloed heeft op de tumor. Toch zien we dat veel patiënten uit hun deelname kracht en hoop putten. Een tweede voordeel is dat de deelnemers van heel nabij worden opgevolgd door een gespecialiseerd team. Daar kunnen ze alleen maar voordeel bij hebben. En ten slotte helpen ze uiteraard de wetenschap vooruit. “Levert het voor mij niets op, dan hoop ik dat het patiënten helpt die na mij komen”, is een zin die ik vaak hoor.’

Houdt deelnemen een risico in?

‘We doen er alles aan om het risico te beperken: de regels voor klinische studies zijn zeer streng en de kandidaten worden heel goed opgevolgd. Er wordt, indien nodig, ook voortdurend bijgestuurd.’

Kan een deelnemer uit een studie stappen?

‘Ja, dat kan op elk moment en de patiënt hoeft daarvoor geen reden te geven. Een patiënt kan ook stoppen als hij de behandeling niet verdraagt of als de ziekte verergert.’

Meer lezen over klinische studies
Meer informatie over klinische studies op de website van het Antikankerfonds

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.