Omer De Temmerman over leven met een uitgezaaide prostaatkanker

‘Ik ben weer de contente Omer van vroeger’
Omer De Temmerman
Uit Leven, editie 76, oktober 2017

Zieken helpen en gezonde mensen sensibiliseren. Het is de missie van Omer De Temmerman (75). Uit puur altruïsme? Jazeker, maar ook een klein beetje uit eigen belang. Door contact te zoeken met andere kankerpatiënten vergeet hij dat hij zelf behandeld wordt voor uitgezaaide prostaatkanker.

Auteur: Liesbet De Vuyst - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche

‘Ik ben altijd een content mens geweest, een vrolijke frans, een lachebek’, zo stelt Omer zich aan het begin van ons gesprek voor. Zijn pretoogjes en brede glimlach bevestigen zijn zelfkennis. ‘Maar ruim twee jaar geleden, aan het begin van de zomervakantie, kreeg ik van de uroloog het nieuws dat ik aan prostaatkanker leed. De tumor was al door het prostaatkapsel gebroken met uitzaaiingen naar de lymfeklieren tot gevolg. In een mum van tijd schoot er niets meer over van de vrolijke Omer. Ik heb in die periode ontzettend veel gehuild, want ik was in eerste instantie bang en verdrietig. Daarna werd ik kwaad en opstandig. Ik had nog nooit een vlieg kwaad gedaan. Door de ziekte voelde ik me onrechtvaardig behandeld.’

‘De periode na de operatie en tijdens de bestraling was lastig. Ervoor was ik een kwieke zeventiger, maar na de behandeling moest ik toch wel wat aan levenskwaliteit inboeten. Ik leed aan urineverlies, had stoelgangproblemen en werd impotent. De fysieke klachten hadden ook hun uitwerking op mijn psyche. Ik was pessimistisch, zat gevangen in een negatieve spiraal. Gelukkig kon ik tijdens die lastige weken op mijn vrienden rekenen, want ik ben al jaren alleenstaand.'

'Ook in mijn geloof vond ik steun. Ik herinner me nog dat een pastoraal werkster me op een sombere dag herinnerde aan een uitspraak uit de Bijbel. “Omer, het is niet het einde en als het wel zo is, dan zal het ook meteen een nieuw begin zijn”, zei ze. Leven na de dood, het is iets waarin ik sterk geloof. Na twee maanden in de put te hebben gezeten, was die uitspraak een allereerste stap in de richting van aanvaarding.’

Vallen en opstaan

‘Dat aanvaarden lukte uiteraard niet onmiddellijk, maar met vallen en opstaan. Voor mijn fysieke ongemakken ging ik op zoek naar oplossingen. Zo kreeg ik een condoomkatheter. Dat is een rubberen zakje dat aan de penis wordt bevestigd en de urine die ik verlies afvoert naar een opvangzakje. Om die problemen te verhelpen of te minimaliseren schreef ik me in voor een revalidatieprogramma. Daar moeten we lichaamsoefeningen doen om fit te blijven en onze spieren weer aan te sterken. We werken er ook rond voeding. De kankerbehandeling heeft er ook voor gezorgd dat ik geen erectie of zaadlozing meer kan krijgen en ik geen zin meer heb in seks. Door mijn leeftijd en omdat ik geen vaste relatie heb, kon ik me daar gemakkelijk mee verzoenen. Lichamelijk contact in de vorm van een knuffel of een zoen is voor mij veel belangrijker.'

Van de hormoontherapie krijg ik warmteopstoten, net zoals vrouwen in de menopauze. Vreselijk vind ik dat.

'Omdat mijn tumor hormoongevoelig was, volg ik op dit moment nog hormoontherapie. Om de drie maanden krijg ik een spuit die de aanmaak van testosteron moet verhinderen. Op die manier wordt het risico op herval beperkt. Van die therapie krijg ik wel warmteopstoten, net zoals vrouwen in de menopauze. Vreselijk vind ik dat. Het heeft ook voor spierzwakte gezorgd en ik heb ook een lichte vorm van osteoporose (botontkalking, red.) gekregen.’

Bezige bij

‘Waar de Bijbel me leerde dat ik mijn ziekte moest aanvaarden, toonden mijn kippen me hoe ik het beste mijn zinnen kon verzetten. Ik zag die beesten ’s morgens ontwaken, overdag onophoudelijk pikken en ’s avonds gingen ze weer op stok. Ik bespeurde geen zorgen bij hen, geen doordachte agenda. Ze nemen de dag zoals hij komt en doen wat ze moeten doen. Zo wou ik het vanaf dat moment ook aanpakken. Ik kon blijven jammeren, maar besefte dat het makkelijker voor mezelf zou zijn als ik mijn leven weer in handen ging nemen en me nuttig zou maken.'

Foto KotK/Lieven Van Assche

'Voor mijn ziekte werkte ik al als vrijwilliger in een ziekenhuis en een woon-zorgcentrum. Ook in volle behandeling bleef ik me voor dat werk inzetten. Door het revalidatieprogramma dat ik volgde, leerde ik lotgenoten kennen die ondertussen vrienden geworden zijn. Ik organiseer nu op geregelde tijdstippen activiteiten voor die groep. Daarnaast doe ik ook nog parochiaal werk. Ik ben een echte bezige bij. Ik heb zoveel dingen om handen, dat ik geen tijd meer heb om na te denken. Omdat ik al die dingen ook graag doe, ben ik opnieuw de contente Omer van vroeger.’

‘Alleen als mensen prostaatkanker minimaliseren, durf ik nog wel eens opstandig worden. Het gebeurt wel eens dat mensen die ziekte als een bagatel afschilderen. Natuurlijk weet ik dat prostaatkanker een van de beter behandelbare kankers is, maar het probleem zit hem in de uitzaaiingen. Ik zal pas genezen zijn wanneer de arts dat zegt. Ik besef wel dat er dagelijks onderzoek wordt gevoerd naar kanker en dat er voortdurend nieuwe technieken en medicijnen op de markt komen. Er wordt wel eens beweerd dat mensen niet meer sterven aan, maar met prostaatkanker. Dat is een troostende gedachte.’

Mijn kippen hebben geen zorgen, geen doordachte agenda. Ze nemen de dag zoals hij komt en doen wat ze moeten doen. Zo wou ik het vanaf dat moment ook aanpakken.

‘Als je zelf kanker hebt gehad, leg je gemakkelijker contact met andere patiënten. Je hebt een gemeenschappelijke ervaring en dat breekt het ijs. Bovendien ben ik heel empathisch en kan ik goed naar mensen luisteren. Veel mensen komen me spontaan hun verhaal vertellen. Dat zijn meestal geen sprookjes, maar harde feiten. Ik heb ondervonden dat een luisterend oor helend kan werken in beide richtingen. Je gesprekspartner voelt zich begrepen, maar ook ik haal er voordeel uit. Ik put sterkte uit die verhalen. Wanneer je beseft dat je niet alleen bent, kan je je eigen situatie beter relativeren. Dat is een magere troost misschien, maar ik heb er wel iets aan. Naast luisteren, probeer ik ook te adviseren. Veel mensen sluiten zich op als ze ziek worden, vooral oudere mensen hebben die neiging. Ik probeer hen te overtuigen om te blijven deelnemen aan het leven. “Ga niet in je huis zitten om naar de geraniums op de vensterbank te kijken. Ga naar buiten en geef die geraniums zelf water”. Het is een eenvoudig beeld dat ik gebruik, maar het heeft al meermaals zijn nut bewezen.’

Realisme

‘Naast de zieke, zoek ik ook graag de gezonde mens op. Ik praat heel gemakkelijk over mijn kanker en kom er zelfs bewust mee naar buiten. Als ik de kans krijg, probeer ik mensen aan te zetten om zich tijdig te laten controleren. Ik voel me een beetje een gezondheidsmissionaris. Sensibiliseren en adviseren is mijn missie. Nog altijd heb ik de indruk dat kanker voor sommigen moeilijk bespreekbaar blijft. Toch wordt iedereen er vroeg of laat zelf of in zijn directe omgeving mee geconfronteerd. Sommige mensen wanen zich onaantastbaar. Ik gun ze dat gevoel, maar het kan snel keren. Je hoeft daar niet altijd bij stil te staan, maar misschien is bij velen een beetje meer realisme toch op zijn plaats.’

Ik ben nog altijd een optimist, maar door wat ik meemaak wel één met zin voor realiteit.’

‘Binnenkort krijg ik mijn laatste hormonale spuit. Ik leef naar die datum toe, want ik ga ervan uit dat de bijwerkingen dan ook zullen verminderen. Toch ben ik ook een beetje bang. In het achterhoofd bereid ik me erop voor dat het opnieuw fout kan lopen. Positieve en negatieve gevoelens samen dus, maar zo hoort het. “Het goede kan niet zonder het kwade”, staat in de Bijbel. Ik ben nog altijd een optimist, maar door wat ik meemaak wel één met zin voor realiteit.’ 

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.