Non-Hodgkinlymfomen

Als ik herval, zal ik weten dat ik niet genezen ben. Dat is het enige moment waarop ik zeker zal zijn.
Geld mag dan niet gelukkig maken; het scheelt wel een flinke slok op de borrel, als je kanker hebt.
Steven Dierckx, journalist
Lees het verhaal
We gaan voor volledig herstel
Olav Grondelaers, radiomaker
Lees het verhaal
Ik wil meer beschikbaar zijn
Een non-Hodgkinlymfoom is een type kanker dat begint in het lymfestelsel. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat zijn non-Hodgkinlymfomen?

2080 diagnoses non-hodgkinlymfomen
op 67.820 kankerdiagnoses in 2014
(België)

Een non-Hodgkinlymfoom is een kanker die begint in het lymfestelsel. Dat lymfestelsel is een complex systeem in ons lichaam — enigszins vergelijkbaar met het bloedstelsel — dat bestaat uit lymfeweefsel en lymfeklieren die verbonden zijn door lymfevaten. 

Lymfestelsel vrouw Het lymfestelsel is een complex systeem in ons lichaam dat bestaat uit lymfeweefsel en lymfeklieren die verbonden zijn door lymfevaten. Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol in de afweer tegen ziekteverwekkers.

Lymfeweefsel bevindt zich op verschillende plaatsen in het lichaam, bijvoorbeeld in de milt, het beenmerg, de slijmvliezen … Het lymfestelsel speelt een belangrijke rol in de afweer tegen ziekteverwekkers.

Door de lymfevaten stroomt lymfe, een vloeistof die lymfocyten bevat. Lymfocyten zijn witte bloedcellen die infecties tegengaan. Ze ontstaan in het beenmerg uit de stamcellen. Er zijn twee soorten lymfocyten: T-cellen en B-cellen.

Wanneer de lymfocyten zich abnormaal gaan ontwikkelen en ongecontroleerd beginnen woekeren, spreekt men van lymfeklierkanker of lymfoom.

Andere soorten kanker, borstkanker of longkanker bijvoorbeeld, kunnen via het lymfeweefsel uitzaaiingen geven in andere organen. Deze uitzaaiingen in de lymfeklieren zijn echter geen lymfomen. Lymfomen ontstaan echt uit de cellen van het lymfeweefsel, en ze kunnen zich via de lymfevaten en het bloed ook door het hele lichaam verspreiden.

Soorten lymfomen

Er zijn twee grote soorten kwaadaardige lymfomen: Hodgkinlymfomen (genoemd naar dokter Hodgkin, die de ziekte in de 19de eeuw voor het eerst beschreef) en non-Hodgkinlymfomen. Ongeveer 30 procent van de lymfomen zijn Hodgkinlymfoom, 70% zijn non-Hodgkinlymfomen. 

Deze pagina’s gaan enkel over non-Hodgkinlymfomen. Lees meer over Hodgkinlymfonen. We hebben het hier ook niet over chronische lymfatische leukemie.

Soorten non-Hodgkinlymfomen

Er bestaan ruim 30 verschillende soorten non-Hodgkinlymfomen. Elk type lymfoom

  • ziet er anders uit onder de microscoop,
  • heeft verschillende genetische kenmerken,
  • gedraagt zich anders,
  • vraagt een specifieke behandeling.

Non-Hodgkinlymfomen kunnen ingedeeld worden in twee grote groepen, genoemd naar de lymfocyten die zijn aangetast: 

  • B-cellymfomen (B-lymfomen)
  • T-cellymfomen (T-lymfomen)

Ongeveer 85% van de non-Hodgkinlymfomen zijn B-cellymfomen, de andere 15% zijn T-cellymfomen.

De meest voorkomende non-Hodgkinlymfomen zijn:

  • diffuus grootcellig B-cellymfoom
  • folliculair lymfoom
  • MALT-lymfoom
  • kleincellig lymfocytair lymfoom / chronische lymfatische leukemie
  • perifeer T-cellymfoom
  • mantelcellymfoom

De Stichting Kankerregister registreerde in 2014 in België 2080 nieuwe diagnoses van non-Hodgkin. Non-Hodgkinlymfomen behoren daarmee tot de tien meest voorkomende kankers, zowel bij mannen als bij vrouwen. Ze komen vooral voor bij mensen van boven de 50 jaar. Ook kinderen kunnen een non-Hodgkinlymfoom krijgen. Deze pagina’s gaan alleen over Non-Hodgkinlymfomen bij volwassenen. Lees meer over non-Hodgkinlymfomen bij kinderen.

Voorkomen

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: gezond eten en bewegen, verstandig omgaan met de zon en niet roken. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ... Lees hier alles over kanker voorkomen.

Onderzoeken

Vaak is het eerste symptoom van een non-Hodgkinlymfoom een voelbare zwelling van een of meer lymfeklieren in de hals, boven het sleutelbeen, in de oksel of de lies. Als de ziekte niet in de lymfeklieren begint, zijn de eerste symptomen vaak minder duidelijk. De volgende klachten of symptomen kunnen voorkomen: onverklaarbaar gewichtsverlies, koorts, hevig zweten (vooral ’s nachts), felle jeuk.

Deze symptomen zijn echter niet altijd specifiek voor non-Hodgkinlymfomen, maar als ze niet na enige tijd vanzelf overgaan, is het wel het best ermee naar de huisarts te gaan. Hij zal een algemeen lichamelijk onderzoek en een bloedonderzoek doen, en u indien nodig doorverwijzen naar een specialist.

Een biopsie is de enige manier om de diagnose non-Hodgkinlymfoom te stellen. Een biopsie is een kleine ingreep waarbij een vergrote lymfeklier of andere stukjes lymfeweefsel weggenomen worden om in het laboratorium op kankercellen te onderzoeken.

Als de diagnose non-Hodgkinlymfoom gesteld is, dienen nog andere onderzoeken te gebeuren om te zien of er mogelijk elders in het lichaam tumoren te zien zijn en om te weten in welk stadium de ziekte zich bevindt. Dat helpt de artsen immers mee de behandeling te bepalen. Mogelijke onderzoeken zijn:

  • een CT-scan (computertomografie): zeer gedetailleerde röntgenfoto’s van het lichaam,
  • een PET-scan (positron emission tomography): er wordt een kleine hoeveelheid licht radioactieve vloeistof ingespoten om eventuele lymfomen zichtbaar te maken op foto,
  • een PET-CT-scan: dit is een gecombineerd onderzoek dat bestaat uit een CT-scan en een PET-scan,
  • een MR-scan of MRI (magnetic resonance imaging): een scan waarbij een magnetisch veld wordt opgewekt waarmee beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden,
  • een beenmergonderzoek: met een naald wordt wat beenmerg opgezogen uit het borstbeen of de bekkenkam om te onderzoeken.

Stadia en groeisnelheid

Er worden vier stadia onderscheiden voor non-Hodgkinlymfomen. Op basis van het stadium kan de specialist inschatten hoe de ziekte zal evolueren en welke behandeling het meest aangewezen is.

  • Stadium I: één groep lymfeklieren of één orgaan is aangetast, bijvoorbeeld de lymfeklieren in één oksel.
  • Stadium II: twee of meer groepen lymfeklieren aan dezelfde kant van het middenrif zijn aangetast.
  • Stadium III: er zijn lymfeklieren of weefsel aangetast boven én onder het middenrif.
  • Stadium IV: het lymfoom heeft zich buiten het lymfestelsel verspreid naar andere organen zoals het beenmerg, de lever of de longen.

Bij elk stadium wordt de letter ‘B’ toegevoegd (bijvoorbeeld stadium IIB) als er zogenaamde ‘B-symptomen’ optreden. B-symptomen zijn:

  • een onverklaarbaar gewichtsverlies van meer dan 10 %, of
  • onverklaarbare hoge koorts, of
  • hevig nachtelijk zweten

Bij patiënten zonder deze symptomen wordt de letter ‘A’ toegevoegd aan het stadium (bijvoorbeeld stadium IA).

Daarnaast helpt ook de groeisnelheid de artsen om de behandeling te bepalen. Er zijn immers non-Hodgkinlymfomen die bestaan uit traag groeiende cellen (indolente of niet-agressieve lymfomen) en lymfomen met snelgroeiende cellen (agressieve lymfomen).

Behandelingen

De behandeling van een non-Hodgkinlymfoon wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dit team van artsen, elk vanuit zijn of haar eigen expertisedomein, houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met het stadium waarin de ziekte zich bevindt en met de algemene conditie en leeftijd van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

Bij een aantal mensen met een indolent (niet-agressief) non-Hodgkinlymfoom in een vroeg stadium is er soms niet meteen een behandeling nodig. Het kan in bepaalde gevallen volstaan om af te wachten en zorgvuldig in de gaten te houden hoe de kanker evolueert. Deze optie heet watchful waiting.

Als behandelen nodig is, zijn een behandeling met medicijnen (chemotherapie en doelgerichte therapie) of bestraling (radiotherapie) het meest gebruikelijk. Het artsenteam zal één behandeling of een combinatie van behandelingen adviseren, afhankelijk van de soort, de uitgebreidheid en de groeisnelheid van het lymfoom en van de algemene conditie van de patiënt. De behandeling is in de eerste plaats bedoeld om een complete remissie te bereiken. Dat betekent dat er geen teken meer te ontdekken valt van kankercellen. Uw behandelend arts kan u ook vragen om deel te nemen aan wetenschappelijk onderzoek (ook een klinische studie genoemd).

Soms zijn er verschillende behandelingsopties of combinaties van behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw artsenteam vragen te stellen over de keuzemogelijkheden en over de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn. Als de ziekte terugkomt, kan er opnieuw een behandeling volgen. Zo kan bij veel patiënten met een non-Hodgkinlymfoom de ziekte jaren onder controle gehouden worden.

Forum

Interview

Hallo iedereen

Ik en 3 andere klasgenoten houden onze GIP over leukemie bij kinderen. Een onderdeel daarvan is dat wij een interview houden over leukemie.

Wij zoeken dus kandidaten die dit zouden zien zitten, dus als u dit heeft gehad als kind of als iemand in uw gezin het heeft gehad als kind. Het zou ons heel erg helpen als u het niet erg vindt om wat vragen voor ons te beantwoorden.

Met vriendelijke groeten
Chloë, Daphne, Joni en Jating

Chronische myelomonocytaire leukemie

Ik ben 63 jaar. Over 5 jaar kreeg ik de diagnose "chronische myelomonocytaire leukemie" Eerder een zeldzame vorm van leukemie. Tot op heden neem ik geen medicatie. De verhoogde monocyten waarde blijft stabiel. Het enige waar ik enorm veel last van heb is jeuk.
Een douche nemen bv. is echtwel pfff. Deppen en daarna zeker nog een half uur overal jeuk. De jeuk vliegt rond, van armen naar benen ..... Iedere keer als er temperatuurschommelingen zijn heb ik jeuk.
Als ik ga slapen, idem probleem, wel minder dan een douche. Eenmaal in slaap totaal geen jeuk.
De hematoloog raadt een lage dosis medrol aan.
Ik vraag me af