Marc Van Eeghem over prostaatkanker

Ik herontdekte de waarde van knullige woorden
Marc Van Eeghem, acteur
Uit Leven, editie 56, oktober 2012

Ontspannen, goed geluimd en met veel goesting stapt Marc Van Eeghem (51) de Antwerpse Bourlaschouwburg binnen. Goesting in een nieuw theaterseizoen, goesting in verre reizen… ‘Ik sta nog altijd te springen in het leven’, lacht hij. Kanker scherpte zijn levenslust aan en liet hem de waarde van ‘knullige’ woorden herontdekken.

Auteur: Carla Rosseels - Fotograaf: Filip Claessens
Foto: Kotk/Filip Claessens, Leven 56, oktober 2012

Niet dat Marcs verhaal een lachtertje was of is. ‘Ik kwam er eigenlijk bij toeval achter’, vertelt hij in de mooie foyer van de Bourlaschouwburg, zijn thuishaven als acteur. ‘Omdat ik geregeld last had van winderigheid raadde een collega mij aan om op onderzoek te gaan. Daaruit bleek dat er niets mis was met mijn darmen, maar er werd wel een agressieve vorm van prostaatkanker ontdekt. Mijn PSA-waarden en mijn score op de schaal van Gleason waren zo surrealistisch hoog dat het enorm beangstigend was. De kanker was uitgezaaid tot in het bekken. Ik was net vijftig geworden en het voelde als een slag in mijn gezicht.’

Van hartstocht naar overleven

‘Ik kreeg hormooninspuitingen die mijn testosteron onmiddellijk tot nul herleidden. Zoiets is een enorme klap voor je mannelijkheid. Ik beleefde toen net een hartstochtelijke liefde met mijn nieuwe vriendin met wie ik sinds een jaar samen was. Het leven was mooi, we waren ontzettend verliefd en dat werd allemaal afgesneden. Alles werd in een mum van tijd teruggebracht tot puur overleven. In eerste instantie ben je moedig en wil je er met z’n tweeën tegenaan, maar al snel vraag je je toch af hoe dat verder moet.’

‘De geneeskunde helpt je daar niet echt bij. De dokters zijn bedreven in het uitleggen van technische details over de ziekte en de behandeling, maar over de impact op je mannelijkheid hebben ze het niet. Daar moet je expliciet naar vragen en veel antwoorden zijn er niet. Eén dokter zei me: “Je bent toch al over de vijftig”. Nu, dat vind ik toch een beetje te kort door de bocht. Boven de vijftig, ja, maar daarom wil ik me daar niet zomaar bij neerleggen. Ik wil nog steeds (lacht) of steeds meer eigenlijk…’

‘Maar op dat moment was het er dus niet meer en dan vraag je je wel eens af, wat blijft er nu nog over? Dat zet je relatie enorm onder druk, voor mijn vriendin was het ook heel moeilijk. We hebben dat samen proberen te verwerken, veel gepraat, stuntelig soms, niet altijd makkelijk, je kan elkaar daar echt in verliezen.'

Over de impact van een prostaatbehandeling op je mannelijkheid hebben ze het niet. Eén dokter zei me: “Je bent toch al over de vijftig”. Nu, dat vind ik toch een beetje te kort door de bocht.

'Gelukkig was er nog heel veel. Wat? Ja, om eerlijk te zijn (lacht verlegen) schieten me vooral “knullige” woorden als tederheid, affectie en liefde te binnen. Die herontdek je dan, die krijgen opnieuw waarde en blijken plots zoveel belangrijker dan “de daad” op zich.’

‘Ondertussen – nu de bestralingen achter de rug zijn – hebben we zelf een aantal beslissingen genomen. Telkens wanneer mijn PSA-waarden goed zijn, stop ik tijdelijk met die hormonen. En dan loopt alles weer normaal, dan is het weer rise and shine bij wijze van spreken (lacht) en als het dan in een andere fase niet kan, dan komt die tederheid weer op de voorgrond.’

Vietnamveteraan

Ondertussen loopt er op Marcs mobiele telefoon een sms’je binnen van zijn oudste zoon. ‘Meteen even kijken’, zegt Marc en glundert dan. ‘Geslaagd, een A-attest. Zo meteen ga ik even de stad in om cadeautjes te kopen’.

‘Ik heb met mijn zonen van 15 en 13 steeds open gepraat’, gaat hij verder.  ‘Al heb ik geprobeerd om het wat te dedramatiseren, want kanker klinkt op die leeftijd toch als een doodvonnis, terwijl ik op geen enkel moment terminaal ben verklaard. Ik stel me tegenover hen wel een beetje stoer op, alsof ik een soort Vietnamveteraan ben die de strijd moedig aanvat (lacht). Dat moet ik niet faken. Ik heb een goeie moraal en zelfs tijdens de behandeling stond ik nog te springen in het leven. Dat is de aard van het beestje. Dat helpt me om er luchtiger mee om te gaan.’

Foto: Kotk/Filip Claessens, Leven 56, oktober 2012

Over de ziekte zelf en de behandeling is Marc altijd goed ingelicht. ‘Voor de bestralingen van start gingen, heb ik van de dokters een heldere uitleg gekregen’, zegt hij. ‘Ook over mijn kansen en mogelijkheden. Dat werkt helend. Op de nieuwe oncologische afdeling van het Sint-Augustinusziekenhuis waar ik vijf weken werd bestraald, kwam ik zelfs graag. De mooie, lieve vrouwen aan het onthaal die je vriendelijk goeiemorgen wensen en je toelachen… “Het is altijd lente in de ogen van de oncologie-assistente”, dat gevoel. Ook de verplegers en de vrijwilligers vond ik geweldig. Er werd al eens een grapje gemaakt of er werd net met heel veel zorg omgegaan met mensen die er slechter aan toe waren dan ik en soms panikeerden als hun behandeling van start ging. Van een ontroerende schoonheid vind ik dat.’

Weer aan het werk

‘Zelf ben ik natuurlijk erg geprivilegieerd’, weet Marc. ‘Ik heb een fantastische vriendin en krijg steun van heel veel mensen uit mijn omgeving: van de moeder van mijn kinderen, van vrienden én van mijn werkgever en collega’s. Toen ik het verdict te horen kreeg, was ik op tournee in Frankrijk met het Toneelhuis. Die tournee heb ik moeten onderbreken omdat ik elke dag op het appel moest zijn voor de bestralingen. Maar ik kreeg meteen de garantie dat ik te allen tijde terug mocht komen.  Heerlijk is dat, mijn werk is het liefste wat ik doe. Ik weet dat het er in klassieke bedrijven vaak heel anders aan toe gaat: dat er weinig vertrouwen is in werknemers die kanker kregen en weinig “barmhartigheid” tentoon wordt gespreid, ja, dan kom ik toch weer bij zo’n “knullig” woord uit.’

‘Ondertussen leef ik zelf heel intens. Als ik vroeger al oppervlakkig zou zijn geweest, dan is dat nu helemaal verdwenen. Ik leef nu gezonder, denk na over mijn voeding, verzorg mijn lichaam. En al mijn relaties zijn zoveel bewuster en intenser geworden. Dat is alleen maar positief. Soms denk ik ook wel eens “verdomme, ik ben ziek”. Eens “ouwerwets gezond” zijn, dat kan niet meer. Altijd opnieuw duikelen er zorgen je hoofd binnen die je dan weer moet counteren: een lichte verkoudheid, wat hoofdpijn… daar maak je snel het ergste van, tot je na een doktersbezoek weer gerustgesteld bent.’

Eens “ouwerwets gezond” zijn, dat kan niet meer. Altijd opnieuw duikelen er zorgen je hoofd binnen die je dan weer moet counteren.

‘En ondertussen blijf ik rustig voortdoen. Ik wil het leven er niet voor laten. Die stapel plannen die iedereen heeft – “ooit, als ik tijd heb, als alles meezit…” - die voer ik sneller uit en er komen voortdurend nieuwe plannen bij. Opnieuw op tournee gaan met het werk, met mijn vriendin verre reizen maken. Daar kijk ik al naar uit. En mocht het ooit de slechte kant op gaan, dan wil ik me niet laten doodkankeren, wegkwijnen zoals ik dat bij mijn eigen vader heb gezien – die stierf aan beenmergkanker toen ik tiener was. Dan doe ik het liever Clausiaans: als je zo uit het leven kan stappen, dan ben je een grote mijnheer. Zelf ben ik niet bang voor de dood, maar ik weet uit ervaring dat de mensen in je omgeving er zo onder lijden als je er niet meer bent.’

Betere informatie graag

‘Daarom vind ik het ook zo onbegrijpelijk dat de overheid niet meer investeert in screening. Neem darmkanker, daar bestaat een kant-en-klare screeningstest voor om via de stoelgang darmkanker op te sporen, maar in Vlaanderen blijft die nog tot 2014 in de schuif liggen. Waarom moet dat zo lang duren? Daar kan ik niet bij, meer zelfs, dat vind ik stuitend. Terwijl er zoveel mensen aan darmkanker sterven! Voor prostaatkanker is er onder wetenschappers blijkbaar veel discussie over het nut van screening (zie onderaan 'Vroegtijdige opsporing prostaatkanker?, red.). Maar dat debat wordt boven de hoofden van de mensen gevoerd. Prostaatkanker is nog steeds taboe en mannen weten nog al te vaak van niets. Zelf wist ik er ook nauwelijks iets van. Mannen hebben toch recht op informatie over de mogelijkheid om een PSA-test te laten nemen en over de voor- en nadelen ervan, zodat ze goed geïnformeerd zelf kunnen beslissen om zich wel of niet te laten controleren. Waarom mannen hierover niet beter geïnformeerd worden, dat begrijp ik niet. Dat debat wil ik graag openen.’

PSA? Gleason?

PSA of prostaatspecifiek antigen is een stof die opgespoord kan worden in het bloed. De PSA-waarden zijn een hulp voor artsen bij de diagnose van prostaatkanker en om die tijdens en na de behandeling op te volgen.

De Gleason-score gebruiken artsen om de mate van agressiviteit van een prostaattumor uit te drukken. Hoe minder de kankercellen lijken op normaal prostaatweefsel, hoe hoger het getal en hoe kwaadaardiger de tumor. De Gleason-score is belangrijk voor de prognose en het bepalen van de behandeling.

De meest toegepaste behandelingen van prostaatkanker zijn een operatie (chirurgie), in- of uitwendige bestraling (radiotherapie) en hormonale therapie. In bepaalde gevallen is afwachten hoe de kanker evolueert (ook watchfull waiting genoemd) eveneens een mogelijkheid. Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel in dat geval niet uw arts uitvoerig vragen te stellen over de verschillende behandelingen.

 

Vroegtijdige opsporing prostaatkanker?

Met een PSA-test kan je prostaatkanker vroegtijdig opsporen lang voor de eerste symptomen optreden. Als je een agressieve tumor ontdekt voor die is uitgezaaid, red je vermoedelijk het leven van die patiënt. Maar jammer genoeg kan je in een vroeg stadium meestal niet voorspellen of het om een agressieve, snelgroeiende tumor gaat. Doorgaans gaat het om een zeer langzaam groeiende tumor waar de man nooit last van zou hebben en waarvoor ingrijpen dus niet hoeft. Door vanaf een bepaalde leeftijd bij alle mannen prostaatkanker op te sporen zouden dus een aantal mensenlevens worden gered maar ook zeer veel mannen onnodig een erg belastende kankerdiagnose krijgen en zeer ingrijpende behandelingen ondergaan, met mogelijk impotentie en incontinentie tot gevolg. Een veralgemeende PSA-test voor mannen zónder symptomen (prostaatkankerscreening) naar analogie met het bevolkingsonderzoek naar borstkanker wordt door de overheid momenteel dan ook niet aanbevolen.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.