Longkanker

Als ik weer een nieuwe chemotherapie krijg, denk ik: dit is 'm, hier ga ik van genezen!
Terug in het leven na longkanker
Ik ben niet langer een doemdenker
We waren samen ziek
Longkanker ontstaat doordat cellen in een long zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is longkanker?

8196 diagnoses longkanker
op 65.487 kankerdiagnoses in 2013
(België)

Longkanker is een kwaadaardig gezwel in de longen, dat zich snel kan verspreiden naar andere lichaamsdelen.

Er zijn grosso modo twee grote soorten longkanker, afhankelijk van hoe de cellen er onder de microscoop uitzien: kleincellige en niet-kleincellige. De twee soorten groeien en zaaien zich op een andere manier uit, en worden vaak ook anders behandeld.

Kleincellige longkanker wordt soms ook oat cell cancer genoemd. Deze kanker groeit over het algemeen sneller dan niet-kleincellige longkanker en kan ook sneller uitzaaien naar de lymfeklieren en andere organen zoals de hersenen, de lever en de botten.

Niet-kleincellige longkanker komt vaker voor dan kleincellige: ongeveer 85% van de longkankers zijn niet-kleincellig.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2012 in België 8142 nieuwe gevallen van longkanker (5793 mannen en 2349 vrouwen). Longkanker is daarmee in België de op een na meest voorkomende kanker bij mannen (na prostaatkanker), en de derde kanker bij vrouwen (na borstkanker en dikkedarmkanker). Het aantal mannen dat aan de ziekte sterft, daalt de laatste jaren; het aantal vrouwen stijgt echter.

Voorkomen

U kunt niet vermijden dat u mogelijk kanker krijgt, maar u kunt wel een en ander doen om het risico op de ziekte te verkleinen: gezond eten en bewegen, verstandig omgaan met de zon en niet roken. Ook andere mogelijke kankerverwekkende stoffen komen aan bod: asbest, fijn stof, hormoonverstorende stoffen ... Lees hier alles over kanker voorkomen.

Onderzoeken

De meeste longkankers veroorzaken geen symptomen in een vroeg stadium, waardoor de ziekte pas laat ontdekt wordt, vaak als er al uitzaaiingen zijn. De volgende symptomen kunnen wijzen op longkanker: een aanhoudende hoest, constante pijn in de borst, kortademigheid, heesheid, bloedfluimen, gewichtsverlies of een vaak terugkerende longontsteking of bronchitis. Deze symptomen zijn niet specifiek voor kanker: er zijn ook andere ziekten met gelijkende symptomen.

De huisarts zal u bij een of meer van bovenstaande klachten onderzoeken en indien nodig verwijzen naar een specialist. De arts kan röntgenfoto’s van de longen laten nemen (ook thoraxfoto genoemd) of scans. Er zijn verschillende soorten scans:

  • Bij een CT-scan of computertomografie worden er met röntgenstralen gedetailleerde doorsneden van het lichaam genomen. 
  • Een MR-scan of MRI (magnetic resonance imaging) is een scan waarbij met een sterke magneet beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden. 
  • Bij een PET-scan (positron emission tomography) wordt een kleine hoeveelheid radioactieve vloeistof ingespoten die voornamelijk opgenomen wordt door kwaadaardig weefsel. Zo worden de tumor en eventuele uitzaaiingen beter zichtbaar.

Ter bevestiging van de diagnose is altijd een biopsie nodig. Bij een biopsie wordt met een kleine ingreep een stukje weefsel (biopt) uit de long verwijderd. In het laboratorium wordt onderzocht of het weefsel kwaadaardige cellen bevat. Weefsel wegnemen kan met een flexibel kijkbuisje door de luchtpijp (bronchoscopie) of met een naald (naaldbiopsie of longpunctie).

Als de diagnose van longkanker is gesteld, willen de artsen weten in welk stadium de ziekte zich bevindt, of de kanker is uitgezaaid en zo ja, naar welke lichaamsdelen. Dat helpt de artsen mee de behandeling te bepalen. De onderzoeken die hiervoor kunnen gebeuren, zijn:

  • bloedtesten,
  • een CT-scan en/of echografie van de lever,
  • een CT-scan en/of MRI van de hersenen,
  • PET-scan of PET-CT-scan,
  • EBUS (endobronchial ultrasound) of EUS (endoscopic ultrasound): met een flexibel kijkbuisje wordt via de luchtpijp (EBUS) of via de slokdarm (EUS) een echografie gedaan van de lymfeklieren uit het midden van de borstkas (het mediastinum), en worden deze eventueel aangeprikt om te onderzoeken of ze ook aangetast zijn
  • een mediastinoscopie: onderzoek onder volledige verdoving waarbij via een buisje wat lymfeklierweefsel weggenomen wordt weggenomen en onderzocht onder de microscoop,
  • soms een botscan (om te zien of er uitzaaiingen zijn in de botten).

Stadia

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. De arts houdt hierbij rekening met de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel (T = tumor) en de aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren (N = nodus) en/of organen elders in het lichaam (M = metastasen op afstand). Voor niet-kleincellige longkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium).

Kleincellige longkanker wordt globaler ingedeeld in ‘beperkt’ of ‘uitgebreid’. ‘Beperkt’ betekent dat de tumor en eventuele aangetaste klieren in een beperkt gebied liggen dat bestraald kan worden. ‘Uitgebreid’ zijn alle andere stadia.

Behandelingen

De behandeling van longkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dit team van artsen, elk vanuit zijn of haar eigen expertisedomein, houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de uitgebreidheid van de tumor en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

De meest toegepaste behandelingen bij longkanker zijn een operatie (chirurgie), een behandeling met medicijnen (chemotherapie) en bestraling (radiotherapie). De behandelend arts zal meestal een combinatie van deze verschillende methoden adviseren, afhankelijk van de aard, de locatie en de uitgebreidheid van de tumor, de algemene conditie en de leeftijd van de patiënt.

Als de ziekte vroegtijdig ontdekt wordt, zal de specialist, afhankelijk van het type longkanker, de locatie en de uitgebreidheid van de tumor, wellicht een curatieve behandeling voorstellen. Dat is een behandeling die gericht is op de genezing van de patiënt.

Bij andere longkankerpatiënten is de ziekte echter niet meer te genezen, maar is een therapie toch nog mogelijk. Het doel van deze behandeling is dan de ziekte zolang mogelijk onder controle te houden. Men noemt dit een palliatieve behandeling. Een palliatieve behandeling is gericht op het remmen van de ziekte, het verminderen van de klachten en het zo veel mogelijk voorkomen van complicaties, zoals infecties, bloeding en pijn.

Soms zijn er verschillende behandelingen mogelijk. Aarzel niet uw arts vragen te stellen over de mogelijkheden en de bijwerkingen van de verschillende behandelingen. Bij twijfel kan ook een tweede mening van een andere specialist verhelderend en nuttig zijn.

 

Forum

boek 2x kanker

hoi allemaal,

Boekscout, gaat mijn boek "2x kanker, 2x gewonnen gevecht" uitgeven. De uitgever wil aan een selecte groep mensen, die mogelijk geïnteresseerd is, een promotiemailing sturen op het moment dat het boek beschikbaar is.
de uitgever heeft mij verzekerd dat je e-mailadres alleen gebruikt zal worden voor het verzenden van de promotiemailing van mijn boek. Je zult dus éénmalig een bericht van hem ontvangen. Dat is in mijn contract met Boekscout ook als volgt vastgelegd:
"De uitgever zal de door de auteur verstrekt e-mailadressen uitsluitend en eenmalig gebruiken voor toezending van de promotiemailing

arm die begint te beven en het gevoel door de benen te zakken

Hallo,
mijn man heeft al vier jaar en een half longkanker met uitzaaiingen naar het hoofd. Mijn vraag is heeft er iemand ervaring met het volgende: mijn man heeft af en toe, vooral na het rechtkomen van een stoel of zetel of uit de auto, dat zijn hand en arm beginnen ongecontroleerd te beven en dat hij daarna het gevoel heeft dat hij door zijn benen gaat zakken. De dokter heeft al getest op epilepsie maar dat heeft mijn man niet, graag zou ik willen weten of er iemand deze symptomen ook herkent of heeft want mijn man kan nu toch niet de enige zijn die dit heeft?
Groetjes, Sonja