Klachten, onderzoeken en diagnose

Kanker wordt meestal ontdekt na bepaalde klachten. Dat kunnen algemene of specifieke klachten zijn. Hebt u een of meer tekens of symptomen die kunnen wijzen op kanker, ga dan naar uw huisarts. Soms vraagt de huisarts bijkomende onderzoeken aan in het ziekenhuis of verwijst hij u naar een specialist. De specialist onderzoekt u dan verder.

Klachten

Dat u ernstige klachten hebt, betekent niet noodzakelijk dat u een ernstige ziekte hebt. Het gebeurt omgekeerd ook wel dat iemand nauwelijks klachten heeft en er toch een gevorderde kanker wordt vastgesteld.

Enkele algemene tekens of symptomen van kanker kunnen zijn: onverklaarbaar gewichtsverlies, vermoeidheid, pijn, veranderingen in de huid. Uiteraard is het niet omdat u een van deze symptomen vertoont, dat u kanker hebt. Er zijn heel veel andere omstandigheden waarin deze symptomen zich kunnen voordoen.

Meer specifieke klachten zijn onder andere veranderingen in het ontlastingspatroon of bij het urineren, wondjes die niet genezen, recente veranderingen in huidvlekjes of wratten, ongewone bloedingen (bijvoorbeeld in de stoelgang), een knobbeltje of verdikking in de borst of in andere lichaamsdelen, een blijvende hoest enz. Ook hier zijn er veel andere oorzaken mogelijk, maar het is toch belangrijk om er snel met een arts over te praten zodat hij of zij uw klachten verder kan onderzoeken. Dat u ernstige klachten hebt, betekent niet noodzakelijk dat u een ernstige ziekte hebt. Het gebeurt omgekeerd ook wel dat iemand nauwelijks klachten heeft en er toch een gevorderde kanker wordt vastgesteld.

Onderzoeken

Omdat eigenlijk geen enkele onderzoeksmethode een volledig beeld geeft, worden er meestal verschillende onderzoeken uitgevoerd.

Wanneer er een vermoeden van kanker bestaat, volgen er vaak veel onderzoeken. Omdat eigenlijk geen enkele onderzoeksmethode een volledig beeld geeft, worden er meestal verschillende onderzoeken uitgevoerd. De arts gaat op zoek naar een combinatie van kleine en grote tekens, die soms veel, soms slechts details toevoegen aan het totaalbeeld dat nodig is om uw gezondheidstoestand te kunnen inschatten en omschrijven. 

Aan de hand van de onderzoeken kan uw behandelend arts nagaan of het om kanker gaat en kan hij het stadium van de ziekte vaststellen: dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid.

Voorgeschiedenis

Aarzel niet om contact op te nemen met uw behandelend arts als u vragen, twijfels of bezorgdheden heeft Het belangrijkste onderzoek om zeker te zijn of iemand al dan niet kanker heeft, is een biopsie: een kleine chirurgische ingreep waarbij een stukje weefsel verwijderd wordt om te onderzoeken onder de microscoop.

Elk onderzoek wordt voorafgegaan door een gesprek met een arts. Daarbij laat de arts de patiënt over de voorgeschiedenis van zijn gezondheid en eventuele ziektes vertellen.

U komt bijvoorbeeld bij de dokter voor een verdacht vlekje op uw arm en hij vraagt u welke kinderziektes u doormaakte en of u gevaccineerd bent tegen tetanus, welke ziektes uw ouders, broers en zussen of eventueel uw kinderen hadden, wat uw eetgewoontes zijn ... De arts stelt daarbij soms flink wat vragen. Als u een tijdje in het ziekenhuis moet verblijven, is het helemaal niet uitzonderlijk dat u zo’n vraaggesprek een paar keer moet ondergaan, met een arts-stagiair, de chirurg, de anesthesist. Het lijkt alsof het probleem waarvoor u eigenlijk komt, pas helemaal aan het eind van het gesprek bekeken wordt.

Wat is het nut van zo’n gesprek of van het feit dat u soms drie keer hetzelfde moet vertellen? Daar zijn verschillende redenen voor. Zo zijn artsen erop getraind om volgens een vast schema te werken. Een arts stelt systematisch vragen om te voorkomen dat hij iets over het hoofd ziet dat een rol zou kunnen spelen om de juiste diagnose te stellen. Daarnaast stelt hij al die vragen om zich een totaalbeeld van de patiënt te kunnen vormen, een klacht goed te kunnen inschatten én om een relatie op te bouwen met de patiënt, zodat die meer is dan een medisch dossier.

Bekijken en betasten

Borstonderzoek

Bepaalde kankers kunnen door de huid heen gevoeld worden of zijn met het blote oog zichtbaar. Bekijken en betasten (lichamelijk onderzoek) is daarom een standaardonderzoek voor veel kankers. Knobbeltjes en vlekjes zijn de meest opvallende verschijnselen, die zelfs een leek kunnen verontrusten. Ervaring blijkt het beste criterium om snel en met relatief grote zekerheid een uitspraak te kunnen doen over de aard ervan. Een huidspecialist die elke dag vele tientallen gekleurde vlekjes bekijkt, zal vaak gewoon op zicht durven beslissen of iets goed- of kwaadaardig is. Een arts die minder gespecialiseerd is in deze materie zal vermoedelijk voorzichtiger zijn en u voor advies doorverwijzen naar de huidspecialist. Verder onderzoek zal sowieso altijd nodig zijn om de diagnose van kanker te bevestigen.

Bloedonderzoek

Een bloedonderzoek op zich volstaat bijna nooit om de diagnose kanker te stellen.

Bij een bloedonderzoek wordt nagegaan welke hoeveelheden van bepaalde stoffen het lichaam aanmaakt. Een abnormale waarde van een bepaalde stof kan een teken zijn van een ziekte.

Een bloedonderzoek op zich volstaat echter bijna nooit om de diagnose kanker te stellen. Het is ook niet omdat er in het bloed niets abnormaals te zien is, dat kanker uitgesloten kan worden. Daarom zal altijd verder onderzoek nodig zijn als de arts een vermoeden van kanker heeft.

Microscopisch onderzoek

De zekerheidsdiagnose van kanker wordt bij voorkeur gesteld door een onderzoek onder de microscoop van cellen of weefsel uit het gezwel.

Punctie

Bij een punctie prikt de arts in het gezwel met behulp van een fijne naald en zuigt vocht en weefselcellen op om te onderzoeken onder een microscoop. Bij kleine gezwellen voert men het onderzoek uit onder echografische controle (zie echografie).

Biopsie

Bij een biopsie worden met een kleine ingreep cellen of weefsels weggenomen en onderzocht onder een microscoop. Er zijn verschillende soorten biopsieën.

Bij een biopsie worden met een kleine ingreep cellen of weefsels weggenomen en onderzocht onder een microscoop. Er zijn verschillende soorten biopsieën, bijvoorbeeld een naaldbiopsie, een incisiebiopsie en een excisiebiopsie.

Bij een naaldbiopsie brengt men onder lokale verdoving een dikkere naald via een kleine insnede (0,5 cm) in het gezwel in. Daarmee wordt een stukje weefsel of vocht opgezogen. Dat wordt nadien bestudeerd onder de microscoop. Als er geen kankercellen gevonden worden (de naaldbiopsie is dus negatief), betekent het niet noodzakelijk dat de patiënt geen kanker heeft: men is immers nooit zeker of men op de juiste plaats geprikt heeft. Als er wel kankercellen gevonden worden (de biopsie is dan positief), dan heeft men niet alleen zekerheid, maar kan er ook uitgemaakt worden over welk type cellen het gaat en hoe kwaadaardig ze zijn.

Biopsienaald

Bij een incisiebiopsie wordt onder lokale of algemene verdoving een insnede gemaakt ter hoogte van het gezwel. Uit het gezwel wordt een stukje weefsel gesneden en later onderzocht in het laboratorium. Deze methode levert meer weefsel op voor onderzoek dan een naaldbiopsie. Het gezwel zelf wordt indien nodig pas in een volgende fase volledig weggesneden. Deze methode wordt ook gebruikt als het niet mogelijk of gevaarlijk is om het gezwel volledig weg te halen (bijvoorbeeld omdat de tumor op een delicate plaats in de hersens zit).

Bij een excisiebiopsie wordt niet in het gezwel gesneden, maar wordt onmiddellijk het hele gezwel weggesneden, met een ruime rand gezond weefsel errond. Vooral bij kleine gezwellen kiest men voor een excisiebiopsie. Deze methode komt zeer dikwijls voor, vooral bij oppervlakkige tumoren en huidtumoren.

Beeldvorming

Zeer veel tumoren kunnen met radiologisch onderzoek in beeld gebracht worden. Meestal worden in het begin eenvoudige röntgenfoto’s gemaakt, omdat dat meestal snel gaat en al zeer veel nuttige informatie kan opleveren. Volstaan deze beelden niet of zijn ze onvoldoende om bijvoorbeeld een operatie voor te bereiden, dan volgen onderzoeken waarbij meer gedetailleerde beelden gemaakt worden.

DNA-onderzoek

Aan de hand van DNA-onderzoek kan de arts nagaan of er in de kankercellen sprake is van bepaalde mutaties, veranderingen in het DNA.

Aan de hand van DNA-onderzoek (ook moleculair onderzoek genoemd) kan de arts nagaan of er in de kankercellen sprake is van bepaalde mutaties. Mutaties zijn veranderingen in het DNA. Ze kunnen er de oorzaak van zijn dat de kankercellen blijven groeien. Uit de uitslag van het DNA-onderzoek kan de arts in een aantal gevallen afleiden of de kankercellen gevoelig zijn voor een welbepaalde doelgerichte therapie.