Johny Priem leeft na longkanker met één long verder

Sport heeft me er al vaak bovenop geholpen
Johny Priem
Uit Leven, editie 75, juli 2017

Voetbal, tafeltennis, wielrennen. Sport beheerste zijn leven. Door longkanker verloor Johny Priem (60) zijn rechterlong.  Hij moet nu sporten op voorschrift van de arts. Door de zware behandeling die hij onderging, heeft hij daar voorlopig niet de moed voor. ‘Nooit gedacht dat sport ooit een opgave zou worden.’

Auteur: Liesbet De Vuyst - Fotograaf: An Nelissen
Foto KotK/An Nelissen

Op zijn achttiende lachte het leven Johny toe. Hij was een goede voetballer, had een knappe vriendin en een job dicht bij huis. Toen hij een oproepingsbrief ontving om legerdienst te doen, kreeg hij van zijn werkgever de opdracht om zijn vervanger op te leiden. ‘Ik werkte als papiersnijder en moest een collega leren de krabmachine te bedienen. Vandaag de dag zijn die machines uitgerust met een beveiligingssysteem, maar veertig jaar geleden was dat nog niet zo. Ik kwam met mijn hand in het apparaat terecht en verloor het.’ Na dat werkongeluk stortte de wereld van Johny in. ‘Ik verloor mijn lief, mijn job en mijn toekomst.’ Hij belandde in een diepe put, ging drinken en begon te roken. 

Sport als redding

Er volgden hele zware jaren, maar zoals het cliché het wil, kwam na regen zonneschijn. ‘Ik leerde geleidelijk aan met één hand te leven, kreeg een prothese, vond opnieuw werk, trouwde en begon ook weer te sporten. Voetbal, maar ook tafeltennis speelde ik met veel passie. Wielrennen heb ik door mijn ene hand nooit kunnen doen, maar toch ben ik ook altijd enorm gefascineerd geweest door die sport. Ik leerde de wielerwereld kennen door Leif Hoste. Hij is aangetrouwde familie en sinds zijn dertiende verjaardag heb ik hem zo veel mogelijk vergezeld op wedstrijden. Ik heb drie auto’s aan hem versleten’, lacht Johny. 

De sport gaf Johny weer zin in het leven en zorgde ervoor dat hij de dood van zijn ouders en zus en zijn echtscheiding gemakkelijker kon verwerken. Zeven jaar geleden werd het lijstje met tegenslagen verder aangevuld, want toen kreeg Johny darmkanker. ‘Ik werd ’s nachts met hevige buikpijn in het ziekenhuis opgenomen en onderging een spoedoperatie aan de darmen. Er zouden nog twee operaties volgen. Ik kreeg een tijdje een stoma, maar chemotherapie of bestraling heb ik nooit moeten ondergaan.’ Pas na de eerste ingreep hoorde Johny dat het om een tumor ging. ‘Als het woord “kanker” valt, is het voor iedereen schrikken. Omdat zware nabehandeling niet nodig bleek, kon ik relatief rustig blijven.’

Longkanker

Dat was wel even anders toen het woord een jaar geleden opnieuw viel. Johny had al een tijdje last van een zware hoest.

Ik dacht eerst dat het door mijn darmkanker van jaren tevoren kwam, maar de arts verzekerde me dat het één niets met het ander te maken had: ik had longkanker.

Toen hij ook bloed moest overgeven, sloeg hij alarm. ‘Vanaf dat moment ging het allemaal razendsnel. Er werden foto’s genomen van de longen en dezelfde dag wist ik nog dat ik longkanker had. Ik dacht eerst dat dat een gevolg was van de darmkanker, maar de arts verzekerde me dat het één niets met het ander te maken had. Er zou een operatie volgen om het aangetaste deel van de rechterlong te verwijderen. De specialist zei dat hij er alles zou aan doen om me te redden, maar dat ik ook rekening moest houden met een slechte afloop.’ Toen Johny na de operatie weer ontwaakte, vernam hij dat zijn volledige long was weggenomen. Er volgde een behandeling van chemo en bestraling tegelijkertijd. ‘Dat was heel erg zwaar. Op een bepaald moment kon ik niet meer slikken. Zelfs water kreeg ik niet binnen. De dokter stelde vast dat mijn slokdarm zwaar verbrand was door de bestraling. Die werd onmiddellijk stopgezet, de chemo lichter gemaakt en ik kreeg ook sondevoeding. Op enkele weken tijd was ik maar liefst 35 kilo vermagerd.’

Ik moet mijn linkerlong stimuleren zodat zij op termijn de taak van de rechterlong grotendeels kan overnemen. Maar ik ben al buiten adem als ik gewoon van de ene kamer naar de andere ga.

Ondertussen is Johny aan het einde van zijn behandeling gekomen. ‘De dokter zegt dat ik moet wandelen en zwemmen. Ik moet mijn linkerlong stimuleren zodat zij op termijn de taak van de rechterlong grotendeels kan overnemen. Maar ik ben al buiten adem als ik gewoon van de ene kamer naar de andere ga. De minste inspanning vraagt enorm veel energie. Ik heb me alvast een hometrainer aangeschaft. Ik hoop binnenkort daarop te kunnen oefenen, maar het is echt nog te vroeg. Zwemmen zie ik niet zitten. Door mijn ene hand die ontbreekt en de vele littekens op mijn romp word ik te veel aangestaard. Ik heb nooit gedacht dat sporten voor mij nog eens een opgave zou kunnen zijn.’

Passief is Johny tijdens zijn ziekte de sport wel blijven volgen. ‘Ik heb veel vrienden in de sportwereld en die laten me in deze moeilijke periode niet in de steek. Toen ik geopereerd werd en in het ziekenhuis lag, kreeg ik van Gianni Meersman zijn koerstruitje uit de Vuelta cadeau.'

Foto KotK/An Nelissen

'Het hangt hier in de woonkamer uit dankbaarheid voor zijn medeleven. Oud-wielrenner Nico Mattan stuurt geregeld berichten om te vragen hoe het met me gaat. Vriend en voormalig voetballer Karel Goeminne springt om de twee dagen wel eens binnen. Natuurlijk praten we dan over sport, maar ook mijn ziekte komt aan bod.’ 

Rokersverleden

Het is niet meteen wat je van een sportman verwacht, maar Johny heeft lang en veel gerookt. ‘Een pakje per dag’, geeft hij toe. ‘Toch heb ik nog nooit de indruk gekregen dat mensen vinden dat longkanker mijn eigen schuld is. Zelf verwijt ik het me wel. Als ik merk hoe ik nu moet afzien, dan was het allemaal niet de moeite waard.’ 

Ik heb nog nooit de indruk gekregen dat mensen vinden dat longkanker mijn eigen schuld is. Zelf verwijt ik het me wel.

Toch blijft hij ook mild voor zichzelf. ‘Achttien jaar is laat om te beginnen roken, maar het was voor mij de enige manier om mijn miserie toen af en toe wat te ontvluchten. Veertig jaar geleden waren er ook nog geen preventiecampagnes zoals ze er nu zijn.’ Johny heeft drie kinderen, enkel de jongste rookt. “Ik spreek er hem wel eens over aan, maar ik weet dat met het vingertje wijzen geen goede manier is om iemand te overtuigen om te stoppen.’

Zelfs vandaag biedt de sigaret Johny nog af en toe troost. ‘Ik heb het nog altijd lastig het roken te laten. De angst dat mijn leven voorbij is, is soms zo enorm dat ik het gevoel heb dat enkel een sigaret me wat kan kalmeren. Ik heb me ook een elektronische pijp aangeschaft en heb die een vijftal maanden geprobeerd. Toch gaf ze mij niet hetzelfde resultaat. Ik probeer de zin in sigaretten nu te onderdrukken met Nicorette (een nicotinevervangend geneesmiddel en ontwenningsmiddel, red.). Dat helpt meestal wel. 

Sport heeft me in het verleden altijd uit de put gehaald. Ooit hoop ik ook de longkanker al sportend te boven te komen.

'Maar ’s nachts als de angst nog zoveel dreigender is dan overdag, als het gepieker ervoor zorgt dat ik de slaap niet kan vatten, dan ga ik op het balkon van mijn appartement staan. Dan speel ik wat met de kat en dan durf ik heel af en toe nog eens een sigaretje opsteken.’ 

De chemo zit er net op. Johny moet nu een zestal weken wachten. Dan moet hij een reeks onderzoeken ondergaan en zullen de artsen kunnen vaststellen of de ziekte is teruggekomen of niet. ‘Als de kanker terugkomt, ben ik een vogel voor de kat. De dokter spreekt wel nog over bestralen, maar ik weet niet of ik dat nog zie zitten. Die lijdensweg een tweede keer ondergaan, ik weet niet of ik het zou aankunnen. Als de resultaten goed zijn, dan hoop ik weer levensvreugde te vinden, samen met mijn vriendin te kunnen genieten van het leven en vooral weer te bruisen van energie. Sport heeft me in het verleden altijd uit de put gehaald. Het is nu nog te vroeg, maar ooit hoop ik ook de longkanker al sportend te boven te komen.'

Meer informatie

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.