Een dag uit het leven van prostaatverpleegkundige Veerle Decalf

Prostaatpatiënten zijn vaak blij om over intieme zaken te kunnen praten
Veerle Decalf, prostaatverpleegkundige
Uit Leven, editie 55, juli 2012

‘Patiënten zijn open en blij met een eerlijk gesprek’, vertelt Veerle Decalf. Veerle is prostaatverpleegkundige bij het oncologisch centrum in het UZ Gent. Ze begeleidt kankerpatiënten tijdens de diagnose, behandeling en nazorg. We volgen haar op een doordeweekse donderdag.

Auteur: Els Put - Fotograaf: An Nelissen
Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

‘De patiënten kennen me als ‘de prostaatverpleegkundige’, legt Veerle uit, ‘maar die benaming klopt niet helemaal. Mijn functie is eigenlijk “verpleegkundig consulent uro-oncologie”, maar da’s een hele mondvol. Ik volgde daarvoor een gespecialiseerde opleiding. Naast prostaatkankerpatiënten, zorg ik ook voor patiënten met blaas-, nier- en penistumoren. Ik begeleid hen bij de gesprekken met de artsen en check of ze die informatie begrijpen. Ik neem het behandelplan met hen door, leg het gebruik van materialen uit en geef leefstijladviezen zoals tips om met de nevenwerkingen van behandelingen om te gaan. En ik geef hen moed: prostaatkanker heeft immers vaak een goede prognose en er zijn heel wat behandelingen mogelijk.’

Slechtnieuwsgesprek

In de ochtend overloopt Veerle de patiënten met haar collega’s. Een eerste patiënt komt om een tweede mening. Guido wordt in een ander centrum behandeld maar heeft daar vragen bij. Is zijn behandeling wel de meest aangewezen in zijn situatie? Hij krijgt een positief antwoord. Guido vindt dat hij in het andere centrum onvolledig geïnformeerd werd. Nadat de arts meer uitleg heeft gegeven, neemt Veerle Guido mee naar een gespreksruimte en peilt naar zijn reactie. Veerle: ‘Ik laat patiënten vragen stellen en vertellen zodat ze wat tot rust komen en ze alle informatie ook echt begrijpen. Deze patiënt kreeg eigenlijk een slechtnieuwsgesprek. Hij wist niet dat zijn behandeling zijn ziekte enkel nog vertraagde.

Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

Hij dacht dat hij nog volledig kon genezen. Dat kwam hard aan. Soms weegt een slechtnieuwsgesprek ook bij mij even door, maar dat kan ik kwijt bij mijn collega’s. We helpen elkaar. Niet alle gesprekken zijn trouwens even zwaar: meestal is prostaatkanker wel goed te genezen.’

Luisteren, observeren en informeren

Enkele patiënten later is het de beurt aan Karel. Hij is 58 jaar. Eén week geleden werd hij geopereerd: de prostaat met het gezwel en enkele lymfeklieren werden weggenomen en er werd een blaaskatheter geplaatst. Dat is een soepele, holle slang waardoor urine uit de blaas kan aflopen. Vanochtend werd de katheter verwijderd. Nu stapt Karel samen met zijn vrouw Marleen de consultatieruimte binnen. De uroloog vraagt Karel hoe hij zich voelt en stelt hem meteen ook gerust: ‘Het urineverlies dat je nu, na het verwijderen van de katheter, nog hebt, is volkomen normaal en verbetert nog.’

Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

Dan legt hij uit dat er nog een nabehandeling met radiotherapie en hormoontherapie nodig is omdat één lymfeklier door de tumor bleek aangetast. De radiotherapeut neemt over en zegt dat zij binnen zes weken wil starten met 36 beurten radiotherapie, elke dag één, vijf keer per week. Eerst laat Karel alle informatie over zich komen, hij lijkt wat verbouwereerd. Veerle luistert en observeert. Karel stelt vragen: ‘Dus alle kanker is niet weg? En: hoe lang duurt een beurt radiotherapie?’ Karel hoopte ongetwijfeld op de boodschap ‘alles is weg’ en ‘je hoeft geen behandeling meer’. Stilaan dringt het verdict tot hem door. ‘Hoe is mijn prognose?’, is zijn volgende vraag. ‘Je hebt een grote kans dat je binnen vijf jaar genezen bent’, reageert de arts. Voor Karel slaat de angst toe: ‘Maar zeker is dat niet?’ De arts probeert hem gerust te stellen: ‘Ook dan hebben we nog heel wat mogelijkheden om je te helpen. Maar nu gaan we voor genezing, heel zeker.’ Karel verstart, Marleen zit er stilletjes bij. De radiotherapeut vraagt nog een keer of Karel meer uitleg wil, maar neen, hij weet het even niet.

Afspraken overlopen

Veerle neemt Karel mee naar een aparte ruimte en schuift haar stoel zo dat ze dicht bij Karel kan zitten.

Ik praat als vrouw ook over intieme onderwerpen. Nog geen enkele man heeft op die vragen niet willen antwoorden, integendeel, ze zijn vaak heel open en blij dat ze daarover kunnen praten.

Ze laat hem praten. Karel begint te wenen. ‘Ik ben een pessimist’, vertelt hij. ‘Ik hoor alleen dat ik misschien niet meer genees.’ Veerle reageert: ‘Zo hoeft het helemaal niet te gaan. De behandeling werkt, je moet geloven dat je kan genezen.’

‘Ja’, zegt Karel, ‘dat heb ik nodig. Iemand die me zegt dat ik er de moed in moet houden.’ Veerle vraagt hem of hij een gesprek met een psycholoog wil. ‘Neen, nu niet. Nog niet, als ik maar met jou kan praten’, reageert hij. Dan legt Veerle incontinentiemateriaal op tafel. ‘Je zal de eerste tijd incontinentieverbanden nodig hebben. Wat hebben ze je meegegeven vanochtend?’, vraagt ze. Marleen toont enkele verbanden. Kijk, als je meer dan vier van die kleine verbanden per dag gebruikt, schakel je beter over op deze. En als je meer dan vier van deze grote verbanden gebruikt, schakelen we over op een condoomkatheter. Maar dat geef ik je nog niet mee want dat heb je waarschijnlijk niet nodig. Bel me als je vragen hebt, blijf niet lopen met een probleem.’

Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

Veerle overloopt het schema van afspraken: een controle bij de uroloog, een afspraak bij de radiotherapeut. Goed dat ze dit doet, want Karel dacht dat de radiotherapie al snel zou starten. Maar dat is nu nog te vroeg, de operatiezone moet eerst kunnen herstellen. Hij vraagt nog eens extra naar Veerles naam. Veerle stelt hem gerust: ‘We zijn bij alle volgende consultaties.’ En ze verzekert hem: ‘Je mag altijd bellen’. ‘Ik hoop dat ik het geluk aan mijn kant heb, dat ik helemaal genees’, zegt Karel bij het afscheid.

Een nieuw initiatief

Het gesprek met Karel heeft lang geduurd, een collega-verpleegkundige heeft ondertussen enkele andere patiënten geholpen. Samen overlopen ze de lijst en noteren ze wat ze zeker mee willen nemen bij volgende consultaties. Dan is het is tijd voor de lunch; een korte break want tijdens de middagpauze staat een bespreking op het programma.

Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

Een van de bijwerkingen van hormoontherapie bij prostaatkankerpatiënten is de vermindering van spiermassa door minder testosteron. Om hun spiermassa en conditie te versterken en het herstel te bevorderen, willen de prostaatverpleegkundigen een bewegingsprogramma voor patiënten met hormoontherapie uitbouwen. Ronny Pieters, verpleegkundig specialist urologie, vraagt Veerle en haar collega’s naar hun ideeën: ‘Waar en met wie zouden we een fitnessuurtje kunnen organiseren? Op welk moment in de week? Zouden informatiesessies nadien geen goed idee zijn?’ De groep discussieert en maakt de plannen concreet. Wordt ongetwijfeld vervolgd.

De checklist

In de namiddag staan consultaties op de afdeling Radiotherapie op het programma. Veerle overloopt met enkele patiënten een lijst van mogelijke bijwerkingen voor hun gesprek met de radiotherapeut. Een van haar namiddagpatiënten is Peter, een man van 75 jaar. Twee jaar geleden kreeg hij de diagnose prostaatkanker. De bestraling is anderhalf jaar geleden afgelopen. Nu krijgt hij nog hormoontherapie: de combinatie radiotherapie en hormoontherapie is bij Peter een genezende behandeling.

Foto KotK/An Nelissen, Leven 55, juli 2012

Veerle overloopt haar checklist. ‘Hoe voel je je?’ ‘Ik voel me goed’, antwoordt een glunderende Peter, ‘nergens last van.’ ‘Hoe is je stoelgang? Zijn er geen bloed of slijmen bij? En hoe gaat het plassen? Geen verlies of te veel aandrang?’ ‘Neen, gaat allemaal prima’, is het antwoord. Veerle polst verder, naar warmteopwellingen en vermoeidheid. Peter geeft toe dat hij daar wel wat last van heeft. ‘En hoe is je libido?’ ‘Ja, dat is wat minder. Wat minder zin, en minder vaak een erectie. Maar nog voldoende om actief te zijn. Dat wordt wel weer beter als de hormoontherapie voorbij is’, hoopt hij. ‘Wil je nu al hulp? Of pakken we dat nadien op?’, vraagt Veerle. ‘Laat maar voor later’, reageert Peter, ‘Het is geen probleem nu.’ De vragenlijst is rond en Peter krijgt een oké op alle scores. Veerle vult aan: ‘Ik praat als vrouw ook over intieme onderwerpen, nog geen enkele man heeft op die vragen niet willen antwoorden. Integendeel, ze zijn vaak heel open en blij dat ze daarover kunnen praten. Het is een mooi publiek en dankbaar werk.’

De namen van de patiënten zijn pseudoniemen. We danken hen en de medewerkers van het UZ Gent van harte voor hun medewerking.

Meer informatie

  • Lees hier meer over prostaatkanker, onderzoeken, behandeling enz.
  • Alle kankerafdelingen beschikken over gespecialiseerde zorgverleners (prostaatverpleegkundigen, psychologen en sociaal werkers) die u kunnen helpen met praktische en emotionele problemen. Vraag naar hen in het ziekenhuis. U kunt ook anoniem bellen of mailen met de Kankerlijn van Kom op tegen Kanker: 0800 35 445 (elke werkdag van 9-12u en van 13-17u) of stel uw vraag hier.
  • Ook eens praten met een iemand die hetzelfde heeft meegemaakt, kan zeer waardevol zijn, en een goede aanvulling op de medische en verpleegkundige zorg. U kunt daarvoor contact opnemen met een van de lotgenotengroepen voor mannen met prostaatkanker of op het forum zoeken naar lotgenoten.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.