Een dag uit het leven van Manon Huizing, oncologe in behandeling voor borstkanker

‘Overtuigder dan ooit dat patiënt centraal moet staan’
Manon Huizing
Uit Leven, editie 76, oktober 2017

De ziekenhuisafdeling waar ze de voorbije veertien jaar als arts werkte, werd begin april plots de plaats waar ze na een borstamputatie zelf verzorgd werd. We ontmoeten er Manon Huizing op de dag van de voorstelling van haar boek Passie voor de patiënt. Werken met kanker.

Auteur: Frederika Hostens - Fotograaf: Lieven Van Assche
Foto KotK/Lieven Van Assche

Manon Huizing is gespecialiseerd in de behandeling van borstkanker en gynaecologische kankers. Strikt genomen moeten we zeggen en schrijven ‘prof. dr. Manon Huizing’, maar daar past ze liever voor. Ze wil op dezelfde hoogte staan als haar patiënten om contact te kunnen leggen met de mens achter de patiënt. Echt verwonderlijk is het dus niet dat ze zich aan ons voorstelt als ‘Manon’ en niet als ‘professor Huizing’.

Het uur voorafgaand aan de boekvoorstelling beantwoordt Manon vol overgave vragen van journalisten. Rechttoe rechtaan, zonder omwegen of eufemismen. Manon zegt waar het op staat, ook als het over haar eigen ziekte gaat. ‘Ik heb overgewicht, heb altijd heel hectisch en onregelmatig geleefd en weinig bewogen’, vertelt ze aan Gazet van Antwerpen. ‘Ik zeg niet dat mijn ongezonde levensstijl de oorzaak is van mijn kanker, kanker heeft altijd meerdere oorzaken en ook iemand met een goed gewicht die veel sport, kan kanker krijgen. Maar als arts weet ik maar al te goed dat je met een gezond gewicht en gezonde levensstijl je kans op kanker wel kunt verkleinen.’

Foto KotK/Lieven Van Assche

Intussen is ook de regionale tv-zender ATV aangekomen. De reporter wacht geduldig zijn beurt af. ‘Mijn diagnose was een wake-upcall voor mij’, verkondigt Manon zonder verpinken voor de camera. ‘Pas nu dringt tot me door dat mijn eigen gezondheid op de eerste plaats komt.’ De behandeling van Manons borstkanker bestaat uit een borstamputatie, radiotherapie, chemotherapie en hormoontherapie. ‘Het multidisciplinaire team heeft dat zo beslist’, benadrukt Manon. ‘Ik doe wat mijn collega’s zeggen, ik heb er het volste vertrouwen in dat de standaardbehandeling die ze voorstellen, op dit ogenblik de best mogelijke behandeling voor me is. Tegelijk probeer ik meer te bewegen en gewicht te verliezen. Het is het enige voorbeeld dat ik kan geven aan mijn patiënten: de behandeling volgen die de artsen voorschrijven en gezonder leven.’

Dicht bij Hans

Of Manon even door de gang wil lopen en dag zeggen aan de verpleegkundigen van de afdeling? De tv-reporter heeft de vraag nog maar gesteld, of Manon staat al bijna aan het andere uiteinde. Ze wordt er aangeklampt door een zorgkundige die ze leerde kennen toen ze in het ziekenhuis lag. Enkele tellen later is het eerste gesigneerde boek een feit. Sandra straalt, blij met de boodschap en de handtekening.

Foto KotK/Lieven Van Assche

Een telefoontje maakt een einde aan de interviews en opnames. ‘Oei, ik denk dat we moeten vertrekken naar het zorghotel’, knipoogt Manon. ‘De lounge zit blijkbaar al afgeladen vol, er is geen enkele stoel meer vrij.’ De verplaatsing naar het zorghotel duurt nauwelijks vijf minuten en toch slaagt Manon erin om in die korte tijdsspanne heel wat te vertellen. ‘Normaal gezien woon ik in de week in Antwerpen en in het weekend in het Nederlandse Baarn (in de buurt van Hilversum, red.). Ik heb me laten opereren in Antwerpen, voor de radiotherapie ben ik naar een Nederlands ziekenhuis geweest en de chemo krijg ik ook in Nederland. Mijn man Hans heeft daarop aangedrongen, want hij weet dat ik anders in Antwerpen gewoon was blijven doorwerken. Hij staat erop dat ik mijn werk even laat en zoveel mogelijk zelf rust. Hans werkt in Amsterdam en woont permanent in Baarn. We zijn de voorbije weken dus veel meer samen geweest dan anders. Het voelde goed om zo dicht bij Hans te zijn, om samen te gaan wandelen, om samen naar muziek te luisteren, om elkaar aan te raken, om uit te spreken dat we van elkaar houden, om samen plannen te maken en ze ook uit te voeren ...’

Kussen, bloemen en knuffels

Foto KotK/Lieven Van Assche

De aankomst in de lounge van het zorghotel is overweldigend. Meer dan 200 mensen wachten Manon op. Hans kijkt toe hoe zijn vrouw overstelpt wordt met kussen, bloemen en knuffels. Een vrouw stapt kordaat op Manon af en vraagt om het boek te signeren. In een mum van tijd vormt zich achter haar een rij fans die zo snel mogelijk contact willen met Manon. Raf Willems, de uitgever, slaat de spontane signeersessie met een ietwat bezorgde blik gade. Zal het wel lukken om de boekvoorstelling op het afgesproken uur te laten beginnen?

Bruno is een van de eersten om Manon te feliciteren met het boek. ‘Eigenlijk wil ik haar vooral bedanken’, vertrouwt hij ons toe. ‘Manon was de behandelend arts van mijn moeder die twee jaar geleden gestorven is. Ze neemt voor haar patiënten alle tijd die nodig is, al de rest valt dan weg.’ ‘Je komt er niet bij een dokter, je komt er als het ware thuis’, vult Bruno’s vrouw Tania aan.

Foto KotK/Lieven Van Assche

De micro wordt getest, de mensen die al in de rij stonden, gaan terug naar hun plaats. Borstkankerspecialist Wiebren Tjalma neemt als eerste het woord. Hij kent Manon al van toen ze in 2003 naar Antwerpen werd ‘gelokt’. Samen richtten ze in 2011 de borstkliniek van het UZA op. Dokter Tjalma looft Manons kunde van het gesprek, haar medische kennis en haar passie. ‘Als Manon zich in iets vastbijt, dan zijn er geen grenzen meer, dan gaat ze er 1000% voor.’ Het is stil. De stilte wordt nog breekbaarder als hij naar Manons diagnose verwijst: ‘in plaats van naast mij te zitten, zat Manon plots voor mij als patiënt.’

Uitgever Raf Willems krijgt de eer toebedeeld om het eerste exemplaar te overhandigen aan Manon. Hij was het die Manon kon overtuigen van het belang van het boek. Sinds 2006 is hij bij Manon in behandeling. ‘Een prettig gestoorde dokter die voor haar patiënten tot het uiterste gaat’ noemt hij haar in het boek. Hij is op zijn beurt tot het uiterste gegaan. ‘Zestien maanden heb ik aan het boek gewerkt, zestien patiënten heb ik geïnterviewd. Hun verhalen kunnen lotgenoten nieuwe inzichten geven en vooral ook hoop.’

Passie voor de mens

Manon redde mijn leven. Dat is een vaststaand feit. Ik hoop uit het diepste van mijn hart dat zij hetzelfde soort arts mag vinden om haar ziekte te behandelen.
Raf Willems, patiënt van Manon en uitgever

Als Manon het woord neemt, doet ze dat voornamelijk als arts en onderzoeker, maar ook haar eigen ziekte komt opnieuw ter sprake. ‘Ik heb de voorbije twee maanden mijn werk gemist, ik heb jullie gemist’, zegt ze tot de aanwezigen. ‘Wat ik door mijn eigen ziekte en behandeling geleerd heb? Ik ben overtuigder dan ooit dat de patiënt centraal moet staan. De patiënt is het allerbelangrijkste.’ ‘Passie voor de patiënt’ is de titel van het boek, maar eigenlijk is het bij Manon nog meer ‘Passie voor de mens’.

Dat die passie Manons patiënten niet onberoerd laat, blijkt uit de manier waarop de signeersessie verloopt. We kunnen onmogelijk bijhouden hoeveel keer we ‘dankjewel voor alles wat je voor me gedaan hebt’ horen. Er wordt geknuffeld, gehuild, gelachen, getroost. De rij wachtenden lijkt almaar langer te worden. Toch vallen er nauwelijks tekenen van ongeduld te bespeuren. ‘Lange wachttijden? Dat zijn mijn patiënten gewend. Het gaat er hier een beetje aan toe zoals in mijn wachtzaal’, lacht Manon.

Open boek

Tussen de wachtenden ook collega’s van Manon, onder meer Lies Van Galen, maatschappelijk werkster op de afdeling oncologie en Sigrid Stroobants, diensthoofd nucleaire geneeskunde. Wat ging er door Lies en Sigrid heen toen ze hoorden dat hun collega borstkanker heeft? ‘We zijn heel hard geschrokken. Geschrokken ook om Manon zo ontredderd te zien. Manon is een open boek, daardoor viel haar ontreddering zo hard op. Vlak na de diagnose was het net of ze alleen nog patiënt was.’

Foto KotK/Lieven Van Assche

Ook Lydie is geschrokken. ‘Ik ben sinds 2010 in behandeling bij Manon voor een ondertussen uitgezaaide borstkanker. Alles wat ik weet over mijn ziekte, heb ik van Manon geleerd. Ik heb bewust niets van het internet gehaald. Al die informatie kwam in stukjes, naarmate de situatie zich voordeed. Manon weet al alles over borstkanker, kent ook elk “doemscenario”. Dat allemaal in een keer verwerken, moet heel moeilijk zijn.’

‘Dat was het inderdaad’, beaamt Manon. ‘Toen ik eind maart de uitslag van de onderzoeken zag, heb ik de eerste tien minuten staan roepen en schreeuwen. Alle informatie stroomde binnen. Dat was overweldigend. Ik weet veel slechte dingen over mijn ziekte, maar ik heb het voordeel dat ik ook de goeie dingen weet. Ik weet dat de kanker kan terugkomen, maar ik weet ook dat er mensen zijn die dit soort kanker overleefd hebben. Ik verbind me met hen. Dat verklaart waarom ik amper tien minuten later in plaats van een halfleeg glas een halfvol glas voor me zag staan. De ontreddering die ik vlak na de diagnose voelde, is weggeëbd, ik voel nu vooral een grote weerbaarheid.

Spiegel im Spiegel

Manon voelt zich geestelijk en lichamelijk bijzonder sterk. ‘Voor elke stap die mijn lichaam moet zetten tijdens de behandeling, maak ik mijn lichaam klaar. Ik ben de natuur ingegaan, ik ben gaan wandelen, ik ben gaan genieten, ik heb me laten ontroeren. Als ik de behoefte voel om te huilen, zet ik mooie muziek op. Niet om te huilen van verdriet, maar van ontroering. Spiegel im Spiegel van Arvo Pärt bijvoorbeeld. Dat gaat helemaal door me heen en geeft me tegelijk een enorme hoeveelheid kracht.’

Als je kanker hebt, heb je een arts nodig die je vertrouwt. Dat vertrouwen was er van bij het eerste contact met Manon. Ze was voor mij een ongelofelijke steun in een zeer moeilijke tijd.
Saskia Van de Cruys, behandeld voor borstkanker in 2009

‘Ik zal altijd rekening houden met de angst van de patiënt’ lezen we in Manons boek. Hoe gaat Manon om met haar eigen angst? ‘Wie mijn boek leest, zal merken dat ik al heel veel angst heb gehad in mijn leven. Angst voor het huwelijk van mijn ouders. Angst na een prikincident met een patiënt die hiv-positief was. Angst toen er een gezwel op mijn eierstokken werd ontdekt. Misschien kan ik daardoor nu beter met mijn angst omgaan? Ik weet dat ik aan mijn kanker kan sterven, maar het leven is vandaag, nu, niet binnen vijf of tien jaar. Als ik daaraan denk, verdwijnt mijn angst meteen.’

Genieten op restaurant

De rij wachtenden aan Manons signeertafel brengt haar terug naar het hier en nu. Pas ruim vier uur na de start van de signeersessie wordt die rij eindelijk korter. Manon glipt even naar buiten, waar haar familie zich heeft neergevlijd in de zon. ‘Jullie zullen toch nog even moeten wachten hoor’, lacht Manon.

Foto KotK/Lieven Van Assche

Of Manon nog plannen heeft voor vanavond? ‘Tuurlijk’, glundert ze. ‘Hans, mijn familie, enkele dichte vrienden, de mensen die hebben meegewerkt aan het boek en ikzelf gaan op restaurant. We houden van elkaar en van lekker eten, dus dat wordt genieten.’ Of ze dan niet moe is? ‘Moe? Wat in mijn hoofd zit, voer ik uit’, antwoordt ze met een blik die weinig ruimte laat voor twijfel.

 

Met dank aan het UZA dat ons toeliet deze reportage te maken

 

Passie voor de patiënt. Werken met kanker is uitgegeven bij Willems Uitgevers en kost 25 euro. Een deel van de opbrengst van het boek wordt geschonken aan het steunfonds Multidisciplinair Oncologisch Centrum Antwerpen (MOCA).

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.