Een dag uit het leven van kinderpsychologe Veerle Cosyns

Inspelen op vragen, zorgen en angsten
Veerle Cosyns
Uit Leven, editie 74, april 2017

Al meer dan twintig jaar werkt Veerle Cosyns op de afdeling kinderoncologie van het UZ Brussel. ‘In de psychologische begeleiding die ik samen met mijn collega’s aanbied, staat het gezin centraal. Als een kind kanker heeft, hebben ook de ouders, broers en zussen nood aan ondersteuning. Ook hun leven is door elkaar geschud.’

Auteur: Frederika Hostens - Fotograaf: Lieven Van Assche
F Koffie in de keuken van De Appeltuin

Elke werkdag is anders voor Veerle Cosyns. Toch keren er enkele vaste rituelen terug. Het kopje koffie in de keuken van De Appeltuin bijvoorbeeld. Daar staat Valentina’s mama vandaag rijstpap te maken. ‘Ik ben blij dat ik hier het lievelingsontbijt van mijn dochter kan klaarmaken’, laat ze zich ontvallen. ‘Het is een recept uit ons thuisland Oekraïne. Yasins papa kijkt glimlachend toe. Hij komt uit Tsjetsjenië en geniet er zichtbaar van om even Russisch te kunnen praten.

Naast de keuken zien we een eetruimte, wat verder een living, een studeerkamer en een speelkamer. De oncologische afdeling van het kinderziekenhuis lijkt ver weg en toch is ze maar enkele stappen hiervandaan. 

Foto KotK/Lieven Van Assche Teamoverleg

Veerle Cosyns droomde al heel lang van zo’n huiselijke ruimte. ‘Ik zag dat kinderen met kanker het contact met andere kinderen misten, dat ouders hunkerden naar een babbeltje met andere ouders, dat broers en zusjes niet veel meekwamen op bezoek omdat ze nergens konden spelen of hun huiswerk maken. In mei 2015 ging De Appeltuin open. Een huis dat intussen al voor een honderdtal gezinnen een tijdelijke thuis is geweest.’

Laagdrempelige hulp

Tegenover de keuken is een klein bureau. Veerle, collega-psychologe Britt en stagiaire Sarah trekken er zich even terug voor hun dagelijks teamoverleg. Britt brengt verslag uit van de medische briefing die ze deze morgen bijwoonde. Ze vertelt aan haar collega’s welk kind wanneer naar huis mag, hoe de kinderen geslapen hebben, of ze goed gegeten hebben … Daarna hebben Veerle, Britt en Sarah het over hun contacten van de dag ervoor met de gezinnen. Wat vraagt om opvolging? Welke noden zijn er? 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Tot slot overlopen Veerle en haar collega’s de lijst van de kinderen die momenteel opgenomen zijn op de afdeling kinderoncologie en van de kinderen die vandaag naar de dageenheid komen voor een onderzoek, consultatie of behandeling. Welke kinderen mogen van de dokter naar De Appeltuin komen? Hoe verdelen ze de bezoekjes aan gezinnen van kinderen die vandaag niet naar De Appeltuin mogen komen?

Intussen is stagiaire Kleo ook aangekomen. Ze neemt plaats aan de eettafel voor een gezelschapsspel met Yasin. ‘Al spelend leggen we contact met de kinderen’, vertelt Veerle. ‘Uiteraard zijn we alert voor vragen, zorgen of angsten die tijdens het spel aan de oppervlakte komen. Het is aan ons om die boodschappen op te vangen en erop in te spelen.' 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Voor de begeleiding van de ouders werken we op dezelfde laagdrempelige manier. We helpen hen om kleine praktische problemen op te lossen en om de “gewone” dingen die ook maar enigszins voortgezet kunnen worden in de mate van het mogelijke te blijven doen ... Dat maakt het trauma minder zwaar. Want hoe je het ook draait of keert, de kankerdiagnose en de behandeling veroorzaken wel degelijk een trauma.’

Vragen en verwachtingen

In de speelkamer ontmoet Veerle Sarah en haar mama. Sarah krijgt vandaag chemotherapie toegediend. Terwijl het medicijn druppelt, mag ze in De Appeltuin met de poppen spelen, in boekjes kijken en schilderen. Veerle belooft dat ze straks terugkomt. 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Nu gaat ze eerst langs bij professor Van der Werff ten Bosch, de verantwoordelijke arts van de afdeling kinderoncologie. Binnen een half uur hebben Veerle en de dokter een gesprek met de ouders van een kindje dat gestorven is. ‘De ouders hebben bepaalde verwachtingen rond de verdere begeleiding vanuit het ziekenhuis. Ik wil met de dokter overleggen wat we de ouders kunnen bieden.’

Het gesprek verloopt begrijpelijkerwijze achter gesloten deuren, in een klein lokaaltje naast het bureau van de psychologen. ‘De ouders zaten nog met heel veel vragen over het ziekteverloop’, vertelt Veerle na het gesprek. ‘Ze vroegen zich af hoe het zou gelopen zijn was een bepaalde behandeling vroeger opgestart, of hadden ze beslissing X genomen in plaats van beslissing Y. Het is goed dat de dokter en ik dat gesprek samen hebben kunnen voeren. We vullen elkaar aan.’

Pijntjes verzorgen

Als psychologe op een kankerafdeling word je geconfronteerd met veel menselijk leed. Hoe gaat Veerle om met het verdriet dat ze zelf voelt in deze job? ‘Ik laat het toe want mijn werk en de gezinnen zijn het waard om door geraakt te worden.' 

Al spelend leggen we contact met de kinderen.

'Ouders weten dat wij als team meeleven met de angst, het verdriet, de wanhoop … die hen treft. Dat we alles in het werk stellen om voor hun kind het beste te doen. Meeleven staat een professionele houding niet in de weg. Ik ben een hulpverlener, geen familie of vriend.’

Veerle heeft duidelijk nog veel meer over dit onderwerp te vertellen, maar ze krijgt er de kans niet toe. De kleine Sarah trekt haar aandacht. ‘Kom eens kijken naar mijn nieuw boek’, roept Sarah guitig. Een paar tellen later vliegen Sarah en Veerle samen naar het schip van Piet Piraat. Plots onderbreken ze hun avontuurlijke tocht voor een medische interventie. 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Een van de poppen heeft een pijntje. Dat moet dringend verzorgd. ‘Sarah was in het begin van haar behandeling heel bang van spuitjes’, vertrouwt haar mama ons toe. ‘Al spelend met de pop maakte Veerle haar vertrouwd met spuitjes, pleisters en ontsmettingsmiddel. Nu is ze minder bang.’

Zelfzorg en zorg voor elkaar

Tijd voor een korte pauze. De vier collega’s trekken samen naar het personeelsrestaurant. Er even tussenuit, en toch niet helemaal … Ze vertellen hoe ze voor zichzelf en voor elkaar zorgen. ‘We zijn altijd voor elkaar bereikbaar, ook ‘s avonds. Als we met iets zitten, kunnen we bij elkaar terecht. Eenmaal per week hebben we een uitgebreid teamoverleg. We gaan dan onder andere dieper in op situaties waarvan we het gevoel hebben dat we niet ver genoeg geraken in de psychologische ondersteuning van het gezin.’

Na de lunch stopt Veerle op de dageenheid bij Emile. Hij komt vandaag op controle. Toen Emile ziek werd, is Veerle op bezoek geweest in zijn school. ‘Het is een van de taken van ons team’, licht Veerle toe. ‘We geven uitleg over de ziekte, benadrukken dat ze niet besmettelijk is, geven tips wat de kinderen kunnen doen om hun zieke klasgenoot te helpen en te steunen.

Foto KotK/Lieven Van Assche Emile toont smartschool

Het is ontzettend belangrijk dat de klas goed mee is met waarom wat gebeurt. De terugkeer naar school roept bij de klasgenoten en het schoolteam vaak opnieuw veel vragen op. Als het kind en de ouders dat willen, gaan we nog eens naar de school om daarover te praten.’

Vertrouwd terrein

Veerle heeft nog maar enkele stappen in de gang van de afdeling gezet, of daar komt Janis’ zusje aangehuppeld. Gaat ze even mee naar De Appeltuin? Veerle hoeft het haar geen twee keer te vragen. 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Voor Janis’ zusjes is De Appeltuin duidelijk vertrouwd terrein, ze weet zelfs in welke geheime kast de sapjes en koekjes verstopt zitten. Ze is hier dan ook al vaak geweest, want grote broer Janis is al meerdere jaren in behandeling. Vandaag is hij hier voor een onderzoek. Zodra dat achter de rug is, komt hij samen met zijn mama zijn zusje ophalen.

Na Janis’ vertrek wandelt Veerle terug naar de gang met de kamers. Ze maakt zich klaar voor een bezoekje aan Jessie die vandaag voor de eerste keer chemotherapie krijgt. Voor ze zijn kamer binnengaat, zet ze een mondmasker op en trekt handschoenen aan. 

Foto KotK/Lieven Van Assche

Het is een van de vele maatregelen om infectiegevaar tegen te gaan. Jessie ligt rustig tv te kijken, maar bij zijn mama en papa is veel onrust te bespeuren. Het woord ‘kanker’ maakt hen bang, de angst in de ogen van vrienden en familie die de diagnose horen, maakt hen nog banger. Veerle luistert aandachtig naar hun verhaal en gaat een stukje met hen op weg om met die angst te leren omgaan.

Nog even met de papa van Yasin en met de mama van Elise praten en dan zit Veerles werkdag erop. ‘Tot morgen’, roept ze ouders, kinderen en collega’s toe. ‘Tot morgen’, weerklinkt het warm en dankbaar.

Met dank aan het UZ Brussel dat ons toeliet deze reportage te maken.

Kinderen met kanker in het ziekenhuis

Er zijn vier ziekenhuizen waar kinderen met kanker behandeld worden: UZ Antwerpen, UZ Brussel, UZ Gent en UZ Leuven. Op die afdelingen kinderoncologie krijgen zieke kinderen de best mogelijke medische zorg en andere omkadering. In het UZ Brussel staat De Appeltuin centraal: het is een huiselijke plek voor alle kinderen die verzorgd worden in het UZ Brussel en hun ouders, broers en zussen. Kom op tegen Kanker ondersteunt de projecten voor broers en zussen van kinderen met kanker van UZ Brussel, UZ Gent (DeLIEving) en UZ Leuven financieel en zet zorgvrijwilligers in voor brussen in het UZ Antwerpen.

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.