Dikkedarmkanker

Het leven goed vasthouden
De belangrijkste koers van mijn leven
‘De mooiste job ter wereld wordt nog te weinig erkend’
Nicole Van Geel, mantelzorger
Lees het verhaal
Doelgericht uitzaaiingen behandelen
Dikkedarmkanker ontstaat doordat cellen in de dikke darm zich ongecontroleerd vermenigvuldigen en een kwaadaardig gezwel vormen. Welke onderzoeken moet u ondergaan? Welke behandelingen zijn mogelijk? Hoe komt u in contact met lotgenoten? Waar vindt u steun?

Wat is dikkedarmkanker?

9694 diagnoses dikkedarmkanker
op 67.820 kankerdiagnoses in 2014
(België)

Dikkedarmkanker is een kwaadaardig gezwel in de dikke darm. Die dikke darm bestaat uit het colon (karteldarm) en het rectum (endeldarm). Het colon bestaat op zijn beurt uit het opstijgende deel, het dwarslopende deel, het dalende deel en het sigmoïd. Het rectum is het laatste deel van de dikke darm; het eindigt in de sluitspier (anus). De dikke darm maakt deel uit van de spijsvertering: voedsel wordt er verteerd, water en andere stoffen worden opgenomen in of uitgewisseld met het bloed en onverteerbare resten en afvalstoffen afgestoten.

Kanker van de dikke darm heet ook colorectale kanker of colorectaal (adeno)carcinoom. Enkele zeldzamere dikkedarmtumoren, zoals neuro-endocriene tumoren en lymfomen, bespreken we hier niet.

De Stichting Kankerregister registreerde in 2013 in België 8670 nieuwe gevallen van dikkedarmkanker. Dikkedarmkanker is daarmee in België de derde meest voorkomende kanker bij mannen (na prostaat- en longkanker), en de tweede kanker bij vrouwen (na borstkanker). Anuskanker (kanker van de sluitspier) is niet in deze cijfers opgenomen en wordt anders behandeld dan dikkedarmkanker.

Verhoogd risico

Het spijsverteringskanaal

Een precieze oorzaak van dikkedarmkanker aanwijzen, is meestal niet mogelijk. Het risico op dikkedarmkanker verhoogt met de leeftijd. Dikkedarmkanker komt vaker voor na 50 jaar, maar ook soms op jongere leeftijd.

De meeste dikkedarmkankers ontstaan uit vooraf bestaande darmpoliepen. Adenomateuze poliepen (ook adenomen of adenoma’s genoemd) zijn meestal goedaardig, maar kunnen uitgroeien tot een kwaadaardig gezwel (carcinoom) en worden als een voorstadium van dikkedarmkanker beschouwd. Er bestaan ook andere darmpoliepen (bv. ontstekingspoliepen) die zich niet ontwikkelen tot een kwaadaardig gezwel.

Bepaalde chronische darmontstekingen (bijvoorbeeld een lang bestaande actieve ziekte van Crohn en colitis ulcerosa) verhogen het risico op darmkanker licht.

Wie dikkedarmkanker in de familie heeft, heeft eveneens een verhoogd risico. Naar schatting 20% van de patiënten met darmkanker zou een of meerdere familieleden hebben die ook de aandoening ontwikkelden. In sommige families is een genetische afwijking bekend die verantwoordelijk is voor darmkanker (zie hieronder). Bespreek met uw arts vanaf welke leeftijd het aangeraden is dat familieleden hun dikke darm preventief laten onderzoeken.

Ten slotte spelen ook voeding (weinig groenten, fruit en vezels en veel verzadigd vet, alcohol en rood en bewerkt vlees), overgewicht, roken en weinig lichaamsbeweging een rol in het ontstaan van dikkedarmkanker.

Erfelijke aanleg

Kanker kan erfelijk zijn, maar in de meerderheid van de gevallen is dat niet zo. Slechts bij 5 tot 10 % van alle mensen met kanker speelt erfelijke aanleg een doorslaggevende rol. Bij ongeveer 5 % van de mensen die dikkedarmkanker krijgen, gaat het om een erfelijke vorm. 

Kanker kan erfelijk zijn, maar in de meerderheid van de gevallen is dat niet zo. Slechts bij 5 tot 10 % van alle mensen met kanker speelt erfelijke aanleg een doorslaggevende rol.

Erfelijke kanker ontstaat door een mutatie of fout in iemands genen (DNA of erfelijk materiaal). De genetische afwijking kan opgespoord worden met een bloedtest. Bespreek met uw arts of een doorverwijzing naar een centrum voor menselijke erfelijkheid nuttig is.

De meest voorkomende erfelijke vormen van darmkanker zijn het syndroom van Lynch (ook wel erfelijk darmkankersyndroom, hereditair niet-polyposis colorectaal carcinoom of HNPCC genoemd) en familiale adenomateuze polyposis (FAP). Mutaties op het MUTYH-gen (ook wel MUTYH-geassocieerde polyposis of MAP genoemd) of andere zeer zeldzame mutaties kunnen eveneens darmkanker veroorzaken. Lees ook meer over kanker en erfelijkheid op www.belgianfapa.be.

Voorkomen

Lees hier meer over

Onderzoeken

De volgende symptomen kunnen wijzen op darmkanker: veranderingen in het ontlastingspatroon (minder frequente of juist frequentere ontlasting), aanhoudende diarree of constipatie die blijft duren (ondanks medicatie), bloed in de stoelgang, krampen of buikpijn die blijven aanslepen. Ook vermagering of langdurige verminderde eetlust kunnen wijzen op dikkedarmkanker. Deze symptomen zijn echter niet altijd specifiek voor kanker: er zijn een heel aantal andere ziekten met gelijkende symptomen. De klachten zijn minder duidelijk, en treden ook veel later op, als de tumor zich in het begin van de dikke darm bevindt.

De huisarts zal bij een of meer van deze klachten een rectaal onderzoek doen (met de vinger via de aars de endeldarm betasten). Hij kan de ontlasting laten onderzoeken in het laboratorium om eventueel aanwezig bloed op te sporen. Als de arts hierna kanker of een andere darmaandoening vermoedt, zal hij de patiënt naar een specialist doorverwijzen voor verder onderzoek.

Een endoscopie is het belangrijkste onderzoek om een dikkedarmtumor vast te stellen: met een lange flexibele buis bekijkt een specialist de binnenkant van de darm. Het onderzoek verschilt per orgaan van naam: met een coloscopie wordt de hele dikke darm onderzocht, met een rectoscopie enkel het rectum, met een sigmoïdoscopie enkel het sigmoïd. Tijdens een endoscopie kan meteen ook een biopsie genomen worden (verwijdering van een stukje weefsel om te onderzoeken in het lab).

Als de diagnose darmkanker gesteld is, willen de artsen weten in welk stadium de ziekte zich bevindt; dat helpt hen mee de behandeling te bepalen. De onderzoeken die hiervoor kunnen gebeuren, zijn:

  • bloedtesten,
  • een röntgenfoto van de longen,
  • een echografie van de lever,
  • een CT-scan (of computertomografie): zeer gedetailleerde röntgenfoto's van het lichaam,
  • een MR-scan of MRI (of magnetic resonance imaging): een scan waarbij een magnetisch veld wordt opgewekt waarmee beelden van het inwendige van het lichaam gemaakt worden, vooral voor een endeldarmkanker en voor levermetastasen
  • soms ook een PET/CT-scan (combinatie van een isotopenonderzoek met een CT-scan).

Bij kanker van de endeldarm wordt meestal ook nog een echo-endoscopie gedaan.

Stadia

Aan de hand van de hierboven beschreven onderzoeken kan de arts het stadium van de ziekte vaststellen, dat is de mate waarin de ziekte zich in het lichaam heeft uitgebreid. Voor dikkedarmkanker onderscheiden we vier stadia. Ze worden aangeduid met Romeinse cijfers van I (beginstadium) tot en met IV (vergevorderd stadium).

  • Stadium I: het gezwel blijft beperkt tot de binnenwand van de darm.
  • Stadium II: het gezwel is in de darmwand ingegroeid, maar heeft het nog geen lymfeklieren aangetast.
  • Stadium III: het gezwel heeft ook de lymfeklieren in de nabije omgeving aangetast.
  • Stadium IV: de kanker is uitgezaaid naar andere organen in het lichaam (bijvoorbeeld lever, long, buikvlies, bot, hersenen). 

Behandelingen

De behandeling van dikkedarmkanker wordt besproken en gepland in een overleg waarbij specialisten van verschillende disciplines en idealiter ook de huisarts betrokken zijn. Dit team van artsen, elk vanuit zijn of haar eigen expertisedomein, houdt voor de keuze van de behandeling vooral rekening met de locatie en de grootte van de tumor, de eventuele doorgroei van de tumor in het omringende weefsel, de eventuele aanwezigheid van uitzaaiingen in de lymfeklieren en/of organen elders in het lichaam, de biologische kenmerken van de tumor en de algemene conditie van de patiënt. De behandelend arts bespreekt het behandelingsvoorstel vervolgens met de patiënt. In overleg met de patiënt legt de behandelend arts de uiteindelijke behandeling vast.

De meest voorkomende behandelingen van dikkedarmkanker zijn een operatie (chirurgie), bestraling (radiotherapie) en een behandeling met medicijnen (chemotherapie, doelgerichte therapie). De behandelend arts zal soms een combinatie van deze verschillende behandelingen adviseren.

Soms zijn er verschillende behandelingsopties mogelijk. Aarzel in dat geval niet uw arts uitvoerig vragen te stellen over de voor- en nadelen van de verschillende keuzemogelijkheden.

Forum

Neuropathie (zenuwpijn in handen en voeten)

Beste allen,

Ik ben nieuw hier en schrijf voor mijn mama.

Ze hebben darmkanker vastgesteld bij haar in juli 2015.
Meteen operatie en bijna de volledige dikke darm verwijderd.
Daarna 12 sessies chemo.
Ze heeft er uiteindelijk 11 gedaan. Van september 2015 tot februari 2016.

Heel snel kreeg ze last van pijn en tintelingen in haar handen en voeten.
Elke keer heeft ze dit gemeld, maar er werd niet naar haar geluisterd.
Ik vind echt de begeleiding in Gasthuisberg een ware schande. Elke keer een andere dokter, elke keer alles opnieuw moeten vertellen.
En nooit iemand die luisterde naar

Mijn grootvader heeft kanker.

Begin 2017 gaan ze bij mijn grootvader een stuk van zijn maag, darmen en pancreas wegnemen, exact hoeveel is nog niet duidelijk. Er zou geen alternatieve behandeling zijn volgens mijn vader die meegeweest is naar het ziekenhuis.
Vooropgesteld dat hij dit zou overleven (ik schat zijn kansen klein in, zeker gezien ze blijkbaar de erfenis nu al deels aan het uitdelen zijn en hij mij gevraagd heeft voor de papierwinkel rond euthanasie, orgaandonatie en begrafenis/crematie in orde te brengen samen met hem), wat zijn dan waarschijnlijk de gevolgen van zo'n operatie? Ik neem aan dat hij tertiaire diabetes krijgt en daarnaast alle dingen