Als mama of papa kanker heeft

Meteen beslist om open kaart te spelen
Mama Kathleen
Uit Leven, editie 62, april 2014

Terwijl mama Kathleen (40) aan tafel komt zitten, biedt de pientere zoon des huizes Zico (11) me als een volleerde gastheer een drankje aan. Stil vertelt Kathleen over de schok die haar kankerdiagnose teweegbracht in haar gezin. Zoon Zico geeft kalm zijn kijk op de situatie.

Auteur: Anne Adé - Fotograaf: Filip Claessens
Foto Filip Claessens

Het begon met onschuldige tussentijdse bloedingen in de zomervakantie van 2012. Kathleen liet zich controleren bij de gynaecoloog. Een punctie, echo en scanbeurt later meldde de dokter het slechte nieuws: Kathleen had baarmoederhalskanker. ‘Mijn eerste gedachte ging uit naar Zico. Meteen daarna begon ik na te denken over mijn begrafenis. Zo hard kwam het nieuws aan’, herinnert Kathleen zich nog levendig.

Thuis vertelde ze huilend aan haar man wat er aan de hand was, en ook hij raakte meteen geëmotioneerd. Hun zoon, toen 10 jaar, kwam vragen wat er aan de hand was. ‘Ik zag mama en papa allebei huilen, en begon zelf ook te huilen. Ik was bang’, vertelt Zico.

‘Mijn man en ik keken elkaar aan en besloten op dat moment zelf open kaart te spelen met Zico. Ik vind het belangrijk dat je niemand iets voorliegt’, zegt Kathleen. ‘Zeker je eigen kind niet. Hij zou toch snel gemerkt hebben dat er iets ernstigs aan de hand was. Kort nadien moest ik immers twee weken doorbrengen in het ziekenhuis, voor de operatie. Ik ben vooraf nog intensief bezig geweest met lijstjes maken voor Zico’s papa, met alle huishoudelijke taken. Ik legde zelfs stapeltjes kleren voor Zico klaar. Allemaal dingen die Zico niet konden ontgaan.’

Het eerste wat Zico aan zijn mama vroeg, was of ze nu dood zou gaan. ‘Ik was er het hart van in’, vertelt Kathleen, ‘vooral omdat ik het zelf ook allemaal niet wist en hem geen zekerheid kon geven.’ ‘Mama vertelde me dat ze een slechte vorm van kanker had, maar dat de dokter haar ging opereren’, herinnert Zico zich. Of hij blij was dat zijn ouders hem meteen alles vertelden? ‘Ja’, knikt de jongen overtuigd. ‘Ik voelde me niet meer zo ongerust.’

Ik voelde me erg zwak, had totaal geen energie. Met de boze buien van Zico wist ik me al helemaal geen blijf, we wisten niet hoe we die moesten aanpakken.

In het najaar van 2012 werd Kathleen met succes geopereerd. Maar er waren uitzaaiingen en ze moest verschillende sessies bestraling volgen. Dat viel haar behoorlijk zwaar, en ook Zico had het er zichtbaar moeilijk mee. Hij wilde er echter niet met zijn ouders over praten. Kathleen besloot dan om haar zoon een keer mee te nemen naar de radiotherapie. ‘Het personeel heeft hem prachtig opgevangen’, glundert Kathleen. ‘Zico mocht honderduit vragen stellen, en hij kreeg de behandelruimte te zien. Nadien mocht hij me tijdens de behandeling volgen op het scherm.’

Op school kon Zico in het begin terecht bij zijn juf. Maar toen zij op bevallingsverlof ging, liep het fout. Zico’s schoolresultaten gingen ernstig achteruit en hij vocht geregeld op de speelplaats. Ook thuis viel hij soms boos uit naar zijn ouders. Vooral Kathleen had het daar lastig mee. ‘Ik voelde me erg zwak, had totaal geen energie. Met de boze buien van Zico wist ik me al helemaal geen blijf, we wisten niet hoe we die moesten aanpakken.’

Foto Filip Claessens

De toestand verbeterde pas toen Kathleen zelf bij de ziekenhuispsychologe terechtkwam. Het was haar allemaal teveel geworden en ze was tijdens een nabehandeling in het ziekenhuis ingestort. De psychologe hielp haar er weer bovenop en raadde haar aan ook voor Zico hulp te zoeken. ‘Ik begrijp nu beter dat Zico boos was op de ziekte, niet op mij’, zegt Kathleen. ‘En dat hij er niet over wilde praten, was om ons te sparen.’

Ook voor Zico zelf bleken de sessies bij de kinderpsychologe een verademing. Hij vertelt enthousiast over de tekeningen die hij daar maakte onder haar begeleiding: hij moest zichzelf, papa, mama, oma en opa tekenen als dieren, en samen konden ze daarna de slechte tovenaar verslaan.

‘Zico is nog wel bezig met mijn ziekte’, zegt Kathleen. ‘Als we samen gaan zwemmen, vraagt hij of ik mijn badpak wil aandoen. “In je bikini gaan ze je litteken zien”, zegt hij dan. Maar we hebben er beter mee leren leven. Met Zico gaat het op school weer goed. Hij spreekt me zelfs moed in nu. De laatste week van de bestralingen zag ik echt niet meer zitten. ‘Allez mama, je gaat er toch voor gaan? Dan ga ik ervoor op school’, zei hij. ‘En we hebben het samen gedaan, hé Zico?’, lacht Kathleen trots naar haar zoon.

Oncopsychologe Wendy Druyts: ‘Betrekken om te beschermen’

Wendy Druyts, foto Ivo Hendrikx

‘Natuurlijk wil je als ouder je kinderen beschermen’, zegt oncopsychologe Wendy Druyts van het AZ Turnhout. ‘Maar je ziekte verstoppen is geen goed idee’.

Wendy Druyts: ‘Kinderen hebben snel door dat er iets ingrijpends gebeurd is. Ze voelen spanning in de lucht hangen, zien dat er plots gesprekken achter gesloten deuren worden gevoerd. Als je ze niet de juiste informatie geeft over je kankerdiagnose, gaan ze zelf op zoek. Of ze laten hun fantasie de vrije loop - en dat is in dit geval niet oké, want fantasie maakt het altijd erger dan de realiteit. Sommige kinderen hebben bovendien de neiging om zichzelf de schuld te geven als mama of papa ziek wordt. Zo van: ik ben niet flink geweest, mama is boos geworden, en daardoor heeft ze nu kanker. Daarom is het nodig dat je uitlegt dat kanker een ziekte is, dat het om snelgroeiende cellen gaat die op hol zijn geslagen, en dat niemand hier schuld aan heeft, ook de zieke ouder zelf niet.

Betrekken om te beschermen, is mijn boodschap. Je kinderen afschermen kan een averechts effect hebben. Als ze achteraf merken dat ze ‘belogen’ zijn, dan kan dat een vertrouwensbreuk veroorzaken. De ouders vallen dan van hun voetstuk, en de kinderen verliezen hun houvast.

Wacht niet op het goede moment om erover te praten, want dat zal er nooit zijn. Kanker is en blijft moeilijk nieuws om te brengen. Kies wel een moment wanneer het rustig is, bijvoorbeeld als iedereen ’s avonds rond de keukentafel zit, of wanneer de kinderen thuis komen van school. Als je moeilijk de juiste woorden vindt, kun je brochures en boekjes gebruiken.

Verstop je eigen verdriet niet. Als je laat zien dat je zelf ook aangeslagen bent, dan zet je voor je kinderen de deur open om hun verdriet te tonen. Ook boosheid is een perfect normale reactie. Je kind is net een gezonde ouder kwijt, en vindt dat alles behalve leuk. Je mag trouwens zelf ook best tonen dat je boos bent om wat je overkomen is: je hebt altijd gezond geleefd, veel gesport, en toch word je ziek. Het erkennen van die gevoelens is belangrijk. Zo geef je je kinderen het signaal dat ze bij jou terechtkunnen.

Soms vinden kinderen het moeilijk om aan de zieke ouder zelf vragen te stellen, omdat ze hen ook willen sparen. Misschien praten ze er liever over met andere familieleden, ouders van een vriendje, de juf op school. Maak duidelijk dat dat oké is, en licht dus ook je omgeving en de school in over je ziekte. Oudere kinderen en pubers hebben daar misschien problemen mee, maak tijd om hen uit te leggen dat dit echt wel nodig is.

Elk kind reageert anders op stresssituaties. Hou het goed in de gaten om te zien of het zich anders gedraagt dan anders. Soms is professionele hulp nodig, en ga je beter aankloppen bij een kinderpsycholoog.

Ga ook het onderwerp dood niet uit de weg. Zelfs als je kanker geneesbaar is, zal je kind onvermijdelijk de link met de dood leggen. Soms horen ze van anderen “Mijn opa had ook kanker, en die is doodgegaan”. Als je kind vraagt of je nu doodgaat, veeg die vraag dan niet van tafel. Zeg dat je hulp krijgt van de dokter, die er alles aan gaat doen om je weer beter te maken. Ook als je palliatief bent, moet je dat moeilijke nieuws brengen. Leg uit dat je niet genezen kan worden, maar dat je niet meteen dood gaat, en dat jullie er samen het beste van zullen maken.’

Meer informatie:

Leven

Dit artikel is verschenen in het magazine Leven van Kom op tegen Kanker. U kunt hier alle verhalen uit het magazine lezen.